Michiel Ywijns

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
Ga naar:navigatie, zoeken
English.gif Sculpturer from Mechelen

Michiel Ywijns — varianten M(a|i)chiel (Y|IJ)w(y|ij)ns[z] of (Y|IJ)s[s]ew(y|ij)n[s[z]] — was de beeldhouwer van twee prachtige vroeg 16e-eeuwse sculpturenreeksen. Daarnaast was hij leverancier van stenen aan zijn thuisstad Mechelen en aan Tongerlo.

Stadhuizen op Walcheren[bewerken]

Voor enige van de vele gotische stadhuizen in de Nederlanden werd de Mechelse architectenfamilie Keldermans aangetrokken. Zo gingen Andries Keldermans I en zoon Anthonis I in 1482 naar Middelburg "óm taviseren twerck van der stadt huys" (bouwperiode 1458 [N 1] – 1513) en "...voirt om tpatroen te makenen van den selven wercke". Tot 1492, wanneer Anthonis betaald werd voor zijn "arbeid ende moynisse", zou de bouw echter stilgelegd geweest zijn. Aan dat van Veere uit vooral 1474 – 1477 met afwerking tot rond 1517 werd na het overlijden al in 1474 van de ontwerper, de in Antwerpen gevestigde Brusselaar Everaert Spoorwater, voortgewerkt onder leiding van Anthonis I Keldermans tot wellicht 1483, het laatste jaar waaruit een betaling aan hem werd teruggevonden, of hooguit tot oktober 1512 toen ook hij de pijp aan Maarten gaf.

Vader Andries kapte te Mechelen de baldakijnen voor de zeven gevelnissen, uiteraard voor hij in 1500 stierf — hij was er in 1475 of '76 voor betaald maar hun ophaling kan later geweest zijn — en de echtgenoot van Anthonis' dochter Kathelijne, Michiel Ywijns, omstreeks 1517 de zeven[N 2] sculpturen in "lavendel"- of juister avendersteen (pierre d’Avesnes-le-sec) ertoe van de Heren en Vrouwen van Veere, behorende tot de huizen Van Borsele en Van Bourgondië.

Ywijns gaf de details van de wapenrusting en de kledij heel verfijnd weer en werkte de gezichten zeer individualistisch uit. Het vergulden en polychromeren werd toevertrouwd aan ene 'Anthonis de sc(h)ilder(e)' (van wie geopperd werd, naar verluidt onterecht, dat dit Antoon Jansz. Van der Goude was, wiens zoon Hendrik zeker andere beelden verguldde en polychromeerde, zelf wonend en als schilder werkzaam in Veere maar al overleden in 1504 [N 3]). Van het verguldsel zag een restaurerende bouwmeester in 1750 geen spoor meer. Heden sieren beelden van dezelfde maar in 1932 – '33 opnieuw geïnterpreteerde personages de gevel. De originele zijn sinds 1950 te bezichtigen in het historisch museum De Schotse Huizen te Veere. Met een nog bespeurbare stoffering en de zeer hoge sculpturale kwaliteit is de in 2012 gerestaureerde beeldengroep ondanks verwering van grote kunsthistorische waarde. Bovendien kende men van Ywijns slechts één ander werk: de reeks quasi levensgrote beelden uit 1514 – '18 van niet minder dan 25 graven en gravinnen van Holland en Zeeland die bij 'restauratie' van het voornoemde Middelburgse raadhuis in 1884 – 1918 werden verwijderd: vooral verkwanseld of stukgeslagen. De architect P. J. H. Cuypers noemde ze "onnozel" en "waardeloos" maar had er eentje voor zichzelf aangeschaft. Deskundigen noemden hun vervangende replica's karakterloze poppen; die kregen pas in 1991 "plastische chirurgie".[1]

Mechels uur en brons[bewerken]

Marcus Cornelisse uit Mechelen plaatste in of na 1532 een uurwerk met enige voorslagklokjes in de vijftiende-eeuwse Veerse stadhuistoren. Die werd door anderen voorzien van een al te simpel klokkenspel waarop vanaf 1589 Quillame Braeckelaer, eveneens uit de Dijlestad, speelde. Wijl een nieuwe toren in aanbouw was, stelde hij hogere muzikale eisen en in 1595 werd hij aangesteld als vroegste stadsbeiaardier.[N 4] Voor de renaissancetoren die sinds 1594 – '99 die eerste vervangt, goot op aanbeveling van de stad Arnemuiden de Mechelaar P[i|e]eter II Van den Gheyn aldus in 1593 - '94 eenentwintig van zijn laatste klokken: 20 voor een beiaard en één, voorzien van het Veerse stadswapen, die het nieuwe uurwerk uit 1598 van zijn stadsgenoot Jan Ing[h]els dient.[N 5] Ze weegt '7.257 pond' en draagt het opschrift: "Te Mechelen Aen Overste Port[N 6] Heft Mi Peeter van Ghein Ghegoten ende niet verdroten int jaer MCCCCCLXXXXIII".[2] Deze luidklok in halfronde komvorm, sinds 1971 opnieuw op haar plaats na een jarenlang verblijf in de museumtuin van de Schotse Huizen, heeft van alle klokken in Nederland de laagste toon (al is de Trinitas in Delft groter en zwaarder). Uit het Leuvense atelier van die familie kwamen de klokken voor een grotere nieuwe beiaard, waarvan er heden zeventien uit 1735 van P[i|e]eter IV en van Andreas Jozef negen uit 1790 overbleven.[3] Ze werden in de 20e eeuw aangevuld door Petit & Fritsen (3 klokken) en Eijsbouts (18).

Externe links[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  1. Beunder D.. Restauratie voorgevel Middelburgse stadhuis afgerond. Reformatorisch Dagblad (avondkrant van orthodox gereformeerde signatuur) p. 15. Erdee Media Groep (1991-05-22). Nagezien 2016-10-28.
  2. Midavaine, J.H.. Uurwerken, klokken en beiaarden in Veere en Zanddijk (afl. 1 van 2). Nehalennia afl. 159 (voorjaar 2008) p. 25 – 41. Online: Calameo. Nagezien 2016-11-03.
  3. Het carillon. Stichting Veere. Nagezien 2016-11-03.

Voetnoten[bewerken]

  1. Andries Keldermans zou al in 1455 genoemd zijn als werkzaam aan de bouw. Bron:
    • Meertens, P.J. Letterkundig leven in Zeeland in de zestiende en de eerste helft der zeventiende eeuw. N.V. Noord-Hollandsche Uitgevers Maatschappij, Amsterdam (1943); Online: Dbnl (2000) [Nagezien 2016-10-29]. — Verwijst op p. 55 in randnoot 246 naar Unger, W.S. De bouwgeschiedenis van het stadhuis van Middelburg. Oudheidkundig jaarboek Vol. l. (1932) p. 1 - 20.
  2. In 1517: "betaalt Michiel Yssewijn tot Mechelen ter causen van der bootscap ende heer Hendrick, die hij gemaeckt heeft, die geset sullen worden voer het stedehuijs alhier, de somma van 8 L. grooten VHs." Als die 'bootscap' een Mariabeeld was, is het onbekend; dat van Hendrik IV van Borsele wel en hij was de opdrachtgever voor de bouw. Van de 6 andere gekende beelden vond men blijkbaar geen geregistreerde betaling terug; men vermoedt dat minstens enkele later afgeleverd zijn.
  3. Nog lang na de bouw van een nis met haar sieromlijsting, kunnen beelden gekapt en erin geplaatst worden; de schilder moet echter nog leven na het kappen. Ofwel zat de toeristische website van Veere fout met de jaartallen expliciet voor het kappen, ofwel de archivaris in het Zeeuws Archief te Middelburg P. Blom bij identificatie als een schilder, die klaarblijkelijk in 1504 overleed. In een thesis voor de Universiteit van Amsterdam werd op die anomalie gewezen en de ware schilder onbekend gehouden.
    Museum Veere brengt stadshistorie tot leven. Veere-stad. Gemeente Veere. Nagezien 2016-11-01.
    • Van der Star, Carolien; Bosmans, Joy; Coryn, Nils; De Brauwer, Karel et al.. Materiaal-technisch onderzoek sculptuur Wolfert VI van Borssele. Hogeschool Antwerpen, Antwerpen (2003). Nagezien 2016-11-01. — Verwijst op p. 11 naar Blom, P. De zeldzaamheden op het gemeentehuis voorhanden. Middelburg (1994) p. 24.
    • Helmus, L.M.. Hoofdstuk 4: De overgang van de middeleeuwen naar de vroegmoderne tijd: de gebroeders Simonsz van Waterlant en Athonis Jansz van der Goude. Schilderen in opdracht: Noord-Nederlandse contracten voor altaarstukken 1485-1570. Universiteit van Amsterdam (2010) eindnoot 81. Nagezien 2016-11-01. — Bevestigt meermaals dat overlijdensjaar: p. 181; 188.
  4. Buiten vermelde feiten om, vond Mechelen Mapt niets over een destijdse Quil[l][i]a[e]m[e], Guil[l][i]a[u]m[e] of Wil(hel|le)m [De[n]] Bra[‍[a|e][c]‍]kel(a[a|e|i]|e[e|i])r[e|s].
  5. Jan Ingels tekende als ‍'[h]orolog[i]emaker der stadt van Mechelen'‍ en stond daar al in voor het onderhoud van de torenuurwerken van Sint-Rombouts en Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle.
    Midavaine: p.  41, voetnoot 12.
    • Cosaert, Koen. Mechelen - Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijlekerk. Vlaamse Beiaardvereniging, Brugge. Nagezien 2016-11-05.
  6. Peter II zette in de Hoogstraat het atelier van zijn vader voort; zijn broer Jan had een gieterij in de huidige Oude Brusselsestraat.