Herman De Coninck

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
Naar navigatie springenNaar zoeken springen

Herman August Paul De Coninck, geboren te Mechelen op 21 februari 1944 en overleden te Lissabon op 22 mei 1997, was een dichter, essayist, criticus, journalist en tijdschriftuitgever. Hij staat bekend als de man die zijn volk poëzie leerde lezen. De schrijversnaam van Herman De Coninck is meestal met kleine ' d ' gespeld.[1][N 1]

Biografie[bewerken]

Hermans ouders hadden een boekenwinkel, wat hem (en zijn zus) in staat stelde al op jonge leeftijd van de wereldliteratuur te snoepen. Hij doorliep de humaniora aan het Sint-Romboutscollege en schreef toen al cursiefjes voor het studentenweekblad ‍'Universitas'‍. Hij had reeds op zijn 15e vastbesloten schrijver te worden en studeerde daartoe Germaanse Filologie in Leuven en werd licentiaat in de Letteren.

Onder zijn ware naam debuteerde hij als dichter in ‍'Revolver'‍ (1968) terwijl hij vier jaar lang les gaf, tot hij — in 1969 gehuwd met de Mechelse turnlerares An Somers, die het jaar daarop hun zoontje Tomas baarde — in 1970 redacteur werd bij het weekblad ‍'Humo'‍, waar hij naast ook Piet Piryns zeker werd opgemerkt. Weinigen zullen betwisten dat het tijdschrift noch voordien noch nadien ooit het niveau van de jaren tot 1983 met het interviewende journalistenduo De Coninck-Piryns onder de hoofdredactie van Guy Mortier haalde. Meteen daarna stonden De Coninck, met onder meer Piryns, aan de wieg van het links georiënteerde literaire blad Nieuw Wereld Tijdschrift, waarvan hij in 1984 hoofdredacteur werd. Het bereikte een te beperkt publiek om hun intentie journalistiek te introduceren tussen de poëzie vol te houden.[2]

De Conincks poëzie werd bekroond met de Yangprijs (1969), de Prijs van de provincie Antwerpen (1971), de Dirk Martensprijs van de stad Aalst (1976), de Prijs van de Vlaamse provinciën (1978), de Prijs De Vlaamse Gids (1982) en de Jan Campertprijs (1986).

Reeds in zijn beginperiode bij ‍'Humo'‍ kwam op 25 september 1971 bij valavond een tegenligger op het rijvak van De Coninck, die licht gewond werd. An en baby Tomas op haar schoot werden uit de wagen geslingerd en afgevoerd naar het Mechelse Onze-Lieve-Vrouwgasthuis; hun zoontje overleefde maar diens moeder haalde de volgende dag niet meer.

Een kwarteeuw later op zakenreis in Lissabon, stierf De Coninck aan hartfalen. Zijn weduwe, de schrijfster Christien 'Kristien' Hemmerechts waarmee hij 9 jaar had samengeleefd, publiceerde anderhalf jaar later het autobiografische essay ‍'Taal zonder mij'‍ over Herman.[3]

Bibliografie[bewerken]

Een keuze cursiefjes uit studentenweekblad ‍'Universitas'‍ verscheen in 'Lachen tot je zwart ziet' (1968). Met zijn poëzie zoals die in ‍'Ruimten'‍, ‍'Revolver'‍, ‍'Tirade'‍ en ‍'De Standaard'‍ verscheen, ontpopte hij zich als de voortrekker van het Vlaamse neorealisme, al zou hij zich er niet laten door insluiten.[4] Samen met Piryns verzamelde De Coninck de voor Humo verzorgde interviews in 'Woe is woe in de Nedderlens' (1972). Zijn voorkeur ging uit naar de weergave van de alledaagse werkelijkheid in spreektaal, die door isolering, subjectieve kleuring of kritisch commentaar persoonlijk geladen wordt. Zijn poëticale opvattingen spreken, behalve uit zijn essays, het duidelijkst uit zijn poëziebundel 'De lenige liefde' (1969). De bundel 'Zolang er sneeuw ligt' (1975) is sterk bepaald door persoonlijke ervaringen, in het bijzonder 'De dood van zijn echtgenote'. In 'Met een klank van Hobo' (1980) staat de verhouding tussen ouder worden en de kwaliteit van het bestaan centraal.

Bundels[bewerken]

  • Lachen tot je zwart ziet (1968)
  • De lenige liefde (1969)
  • Woe is woe in de Nedderlens (1972)
  • Puur natuur (1974)
  • Zolang er sneeuw ligt (1975)
  • Ter ere van de goedertieren maan (1979)
  • Met een klank van hobo (1980)
  • Koud als een bosbes (1981)
  • Over de troost van pessimisme (1983)
  • Onbegonnen werk (1984)
  • De hectaren van het geheugen (1985)
  • Over Marieke van de bakker (1987)
  • Enkelvoud (1991)
  • De flaptekstlezer (1992)
  • Intimiteit onder de melkweg (1994)
  • Schoolslag (1994)
  • De vliegende keeper (1995)
  • De cowboybroek van Maria Magdalena (en andere reisverhalen) (1996)
  • Vingerafdrukken (1997)

Tram 11[bewerken]

In 2007 werd zijn dood herdacht met het uitbrengen van een van zijn gedichten: 'Tram 11'

Tram heen. Tram terug. Heen: jonge Zaïrese
heeft met baby hees geneurie, veel tijd,
intimiteit, elkaar, openbaar
en toch alleen van haar. Tram kijkt ernaar.

Tram terug: Marokkaanse probeert jengelend zoontje,
zootje, zotje stil te krijgen. Hoe meer ze hem door elkaar
schudt, hoe meer letters er uit hem vallen.
Tot Antwerpse volksmadam hem met tatata

tot zichzelf brengt. En tot ons allen.
Tingeling, tingeling door de stad.
Het openbaar vervoer doet aan beschaving,
aan feestelijkheid, aan wanordehandhaving.

(uit: De gedichten, Amsterdam-Antwerpen, 2001)

Varia[bewerken]

  • Boek.be vzw reikt sinds 2007 de Herman de Coninckprijs uit, een Vlaamse literatuurprijs voor poëzie.

Externe links[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  1. Herman De Coninck (m). Literatuurplein. Vereniging van Openbare Bibliotheken, Nederland. Nagezien 2013-02-22.
  2. Piryns, Piet. Het Nieuw Wereldtijdschrift, La Petite Histoire van het NWT - Journalistje van zijn ziel. Een kroniek door Piet Piryns. Herman de Coninck 1944 ‍–1997. Bert Geens, Herman de Coninck.be. Nagezien 2013-02-22.
  3. Scholier N.N.. Boekverslag: Taal zonder mij. Scholieren.com. Nagezien 2021-02-13.
  4. Segers, Gerd. Schrijversgewijs. Nagezien 2021-02-13.

Voetnoten[bewerken]

  1. Niet-adellijke Vlaamse familienamen beginnend met een losstaande DE worden normaal steeds met hoofdletter D gespeld. Op zijn boeken komt de naam van de schrijver vooral voor met ' d ' (bvb. De flaptekstlezer Arbeiderspers, 1992, en vele andere), of eventueel in drukletters (Nu dus, Amo, 1995). De omslag van Revolver (10e jaargang, nr. 3 - 1981) met de eerste publicatie van Koud als een bosbes en de presentatie van het door Herman ingesproken luisterboek 'De lenige liefde' tonen ' D '. De achterflap van Kristien Hemmerechts' werk over haar overleden man, vermeld hem als dichter met 'd'. In ernstige bronnen vindt men beide spellingen (bvb. 'D' - ib. - ib., 'd' - ib. of zelfs door mekaar, ib.). Gelet op het veelvuldige gebruik in literair verband, zou men de spelling als Herman de Coninck met kleine d vrijwel als een pseudoniem kunnen beschouwen.