Zwartzusters

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
(Doorverwezen vanaf Zwartzustersvest)
Ga naar:navigatie, zoeken
English.gif Description of a religious groep in Mechelen
Hanswijkprocessie 2008 – Keizerstraat / Veemarkt

De familie van Augustijnen, die leven volgens de regels van de Heilige Augustinus en gesticht in de 13e eeuw, is een bepaalde orde, onderverdeeld in 3 departementen. De eerste orde bestaat uit mannelijke religieuzen, leken en priesters, genaamd Augustijnen. De tweede orde bestaat uit vrouwen, eveneens gesticht in de 13e eeuw en algemeen gekend als Augustinessen.

De derde orde heeft twee onderverdelingen : een wereldrijke en een kloosterlijke afdeling. In de wereldlijke afdeling vinden we vooral plaatselijke gemeenschappen van voornamelijk leken, die (niet in kloosterverband) leven volgens de regels van Augustinus. In de kloosterlijke afdeling vinden we vooral congregaties van religieuzen.

Het is in deze laatste afdeling dat we de Zwartzusters terugvinden.

Zwartzusters

De Zwartzusters-Augustinessen leefden en werkten apart van de Gasthuiszusters en alhoewel deze laatsten veel talrijker waren in Mechelen, waren hun taken vergelijkbaar. Eerst bekend als Cellezusters, namen zij na 1460 Sint-Augustinus' Regel aan en werden van toen af Zwartzusters der Orde van de Heilige Augustinus genoemd.

De Zwartzusters-Augustinessen wijdden zich vooral aan stedelijke ziekenzorg en kwamen in de Nederlanden op omstreeks 1300, net zoals de Grauwzusters en de Alexianen. Deze orden kwamen voort uit een beweging van vrome lekenvrouwen en mannen die, rond het begin van de 14e eeuw waren ontstaan in de steden van het Rijnland. Eerst bekend als Cellieten of Cellezusters, sloten zij zich aaneen in communiteiten.

Tijdens de grote pestepidemie van de Jaren 1348 tot 1352 maakten zij zich verdienstelijk met het bijstaan van pestlijders en het afleggen van lijken.

Doch het feit dat deze semi-religieuze groepen hun charitatieve actieven buiten de kloostermuren ontplooiden maakten hen verdacht bij de kerkelijke overheden (dit overkwam ook de Begijnen en Beggaarden). Als reactie op deze verdachtmakingen en beschuldigingen van ketterij namen deze groepen vanaf het midden van de 15e eeuw een kloosterregel aan. De mannelijke cellieten of cellebroeders opteerden voor de Regel van Augustinus en kozen als Patroonheilige Alexius (daarom Alexianen) en bij de cellezusters onstonden er twee groepen : zij die, net als de mannen kozen voor de regulier-canonikale status : de Zwartzusters en zij die, net als de beggaarden leek bleven en opteerden voor Franciscus’ derde regel : de Grauwzusters.

Onder de oudste kloosters van Zwartzusters worden, in ons land, genoemd die van Oudenaarde, Brugge, Gent, Brussel, Mechelen, Antwerpen, Lier, Ieper, Veurne, Diksmuide, Bergen, Dendermonde, Rupelmonde, Aalst en St.-Truiden en door de talrijke gemeenschappen van religieuzen en semi-religeuzen in de laatmiddeleeuwse steden zorgde dit alles voor een bijzonder rijkgeschakeerd maar enigszins ondoorzichtig monastiek landschap.

Extra

In Mechelen is er een Zwartzustersvest, die deel uitmaakt van de ring rond Mechelen.