Markante volksfiguren in Mechelen

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
Ga naar:navigatie, zoeken
English.gif Colourful people in Mechelen

Donkergroene namen en termen tonen omwille van een goed begrip de Algemeen Nederlandse vertaling, ofwel de gebruikelijke schrijfwijze. Hou de aanwijzer ('pointer') erover om de ware Mechelse roep- of toenaam met de uitspraak ervan te herkennen.

Bizarre figuren

In de stad vrij gekende markante figuren
(of zonder wijkvermelding)
[bewerken]

  • Beire Duif: Duivenliefhebber en was woonachtig in de Schaalstraat.
  • Blok was de bijnaam van diverse personen omwille van hun 'blokken' (klompen), in de dichtbebouwde stad vrij ongebruikelijk schoeisel:
  • Den Blok (Grote Nieuwendijk): zie Buitenwijk: Nekkerspoel
  • Den Blok en Liezeke baatten Café Blok aan de Zandpoortvest uit tot de groentenveilingen naar Sint-Katelijne-Waver verhuisden. In de bij de boeren populaire zaak werd tussen pot en eigenlijk eerder pint gepalaverd of de inwendige mens versterkt met een bord biefstuk-friet en sla of met broodjes naar keuze: een pistolet met hesp of één met kaas.
  • Bomma Louisa: Op wat hogere leeftijd stekeblind geworden maar naar verluidt niet uit haar lood geslagen (overleden in 1952)
  • Doke Vod, Doke Voet, ofte Zatte Do: Lange grappenmaker in slecht passende kledij die overal bij was waar wat te beleven viel. Voor elke fanfare uit danste hij onvermoeibaar, omgeven door jeugdige deugnieten. Op de Zandpoortvest pakte hij als 'afdrager' (kruier) op de Groenteveiling op tijd en stond een pint. Zijn stoffelijk overschot in de 'morgue' van het Onze-Lieve-Vrouwgasthuis, kroop doodleuk recht: zijn tijd van gaan bleek toen toch nog niet gekomen.[B 1][foto 1]
  • Jang de Leugenaar: Deze Ruisbroekenaar werd tijdens het Interbellum ook Jang de Koetsier genoemd omdat hij te Mechelen in die hoedanigheid eerst bij de familie van Langenhove de Bouvekercke (Consciencestraat)[B 2] in dienst was en dan bij Van den Branden, de verhuurder van koetsen mét koetsier (Koningin Astridlaan). Terwijl de koetsiers moesten wachten op hun volk, werden allerlei verhaaltjes doorverteld en Jang deed dat met veel zout op en hij had dat altijd zelf meegemaakt. Zo onstond zijn bijnaam. Hij was ook gekend als Jan of Jang de Suisse en als laatste die de functie van suisse van Hanswijk bekleedde, verscheen zijn staatsieportret in verscheidene publicaties.[i 1][i 2][B 3][foto 2]
  • Jef Pijp: Naar zijn onafscheidelijk rookinstrument. Hij woonde in de Schaalstraat.
    Jomme de Brugdraaier
  • Jomme de Brugdraaier: Brugwachter van de Kraanbrug sinds 1934 (overleden in 1993).[foto 3] Zijn moeder zat dikwijls buiten bij de voordeur de mosselen te kuisen, die je daar kon kopen.
  • Kobe: Monsieur François ofte Monsieur Michiels haatte zijn bijnaam. Hij werkte mee aan de inbuizing van de vlietjes en werd daardoor ook de Potbuis genoemd. Hij poseerde voor studenten-schilders aan de Mechelse Academie. Hij hield steeds een adellijke afkomst voor en zou een in Amerika verzendingsklaar fortuin geërfd hebben dat echter nooit bleek toe te komen: de boot was gezonken of zijn familie had hem bedot. Hij maakte geregeld kabaal aan de woonst van vermeende familieleden hier.[B 4][i 3][foto 4]
  • Manke Toer: Een vuile vrouw die dagelijks in een toen al oudmodische wijde kapmantel aan de kerken bedelde, vooral aan de Hanswijkkerk. Veelgeplaagd door kinderen kon ze scheldtirades ten beste geven. Deze Maria-Victoria Kero overleed in 1908.[B 5]
  • Mille Antiek: zie Wijk: Zelestraat - Jodenstraat
  • Mie Pinbuik: Vrouwmens, op jaren, die een sterk vooruit stekende buik had.
  • De Mus, de Zot[1] Mus: Uit de Adegemstraat, en best gekend door zijn kermiskraam met smoutebollen en wafels, dat na overname bekend werd als Adriaantje
  • De Negus: zie Buitenwijk: Nekkerspoel
  • Neus was de bijnaam van diverse personen omwille van hun lang en/of sterk uitstekend reukorgaan:
  • De Neus (1872-1960): Was torenwachter en hield tegenover het Sint-Romboutstorendeurtje het café 't Fortuintje open.[foto 5]
  • De Neus: Runde in de jaren 1950-1960 samen met een dochter en schoonzoon in de Stassartstraat, recht over de St.-Elisabethkliniek, zijn buurtwinkel, welke eigenlijk wat uitgegroeid was tot één van de eerste kleine supermarktjes.
  • Petrus de Steenkoolklont[foto 6] — Petrus Leopold Janssens, steenkoolhandelaar en redder van 44 drenkelingen uit de Dijle en de vlietjes, werd in 1919 vereeuwigd door Willem Geets: Zijn standbeeld stond in de 'Oude Zwemdok' bij de trap aan de ingang.
  • Pietje Wyns, Zat Wynske: De blijkbaar nimmer nuchtere Pierre Wyns liet minstens de ganse Rik Woutersstraat genieten van onophoudelijk gevloek bij zijn nachtelijke huiswaartse tochten. Aan zijn voordeur in de Zakstraat ging de litanie nog tot een half uur lang door voor hij de deur met een enorme klap dichtsmeet, binnen meestal verder scheldend. Al vloekend tegen een gevel in de buurt geleund, piste hij zelfs eens in de late namiddag in zijn broek en toen zijn vrouw buitenkwam om te pogen hem tot betere manieren te brengen, overbrugde hij die 30 meter met een luid "Aoft a bakkɘs stœmmɘ trüt".
  • Richard Antiek: zie Wijk: Zelestraat - Jodenstraat
  • Rikske den Bult: Hij speelde tot begin 50-er jaren zijn kostje bij elkaar met zijn harmonika. Als men hem een tweede pintje betaalde dan wist hij dat hij moest opkrassen, zoniet hing men hem aan de kapstok![i 4][foto 7][foto 8]
  • Rikske Verheyden: Geboren 30/12/1875 in de Onze-Lieve-Vrouwestraat. Reeds in 1888-1889 was Rik verheyden een leerling in de Academie. Bekendste leraar is Wim Rosier (Er is ook een straat naar die man genoemd). Hij schilderde doekjes die hij verkocht en waarvan hij leefde. Maar tussen 1930 en 1940, en tot aan zijn pensioen, was Rik Verheyen leraar aan de Academie. Hij raakte daarna op de sukkel (Niemand weet waarom) en ging zelfs bij de Duitsers brood en soep bedelen (Vermoedelijk in ruil voor een schilderijtje). Dramatisch levenseinde: Zijn ogen werden zeer zwak, hij werd half-blind en schilderen ging niet meer! Op het einde van zijn leven werd Rik Verheyden opgenomen bij de Zusterkes-der-Armen in de Van Kerkhovenstraat (zijstraat van de Leopoldstraat) en daar, berooid en vergeten, is hij overleden op 21/7/1954.[foto 7][foto 9]
  • 't Scheef Achterwerk: Lies van 't Schief Gat was van oorsprong een aspergeverkoopster en droeg daarom altijd een rieten mand op haar heup, waardoor ze scheef over de markt ging.[i 3][i 5]
  • 't Scheef Smoeltje: Verkoopster van "verse gebakken vis"[foto 7][foto 10]
  • Scheve Verhaeg[h]e[n]: Poelier in de Sint-Katelijnestraat
  • Schijt in de Ketel: Die zou echt, tijdens voddemarkten, naast zijn kraam in een ketel gescheten hebben.[i 4]
  • De Smichel: In de stad rond de jaren 1940 gekende accordeonist.
  • De Witte Patat: Was in de jaren 1940 melkboer op Nekkerspoel. Met de hondenkar en stopen melk ging hij van deur tot deur. De Witte Patat had één van de eerste auto's in Mechelen waarmee hij volgens zijn zoon los door de muur van de garage reed. De kleinzoon van de Witte Patat was Louis van de Witte Patat.
  • Zatte Ida: Liep steeds van café tot café en vroeg of ze geen gratis 'stortbier' (letterlijk 'gemorst bier', een onverkoopbare rest) kon krijgen.
  • Zotte Mie: Zotte Mie was een madammeke die de markten deed en ergens, einde 19de eeuw, een klein fortuin, zijnde 1.000 frank, had vergaard. Zoals vele anderen liet zij dat beleggen door notaris Slavon. Die linkadoor verdween echter met al die spaarcenten en dat sloeg in Mie haar kop. Zij liep dan wezenloos door de stad, geplaagd door bengels, die maar riepen: "Slavon is verdwenen met het geld van zotte Mie". Het menske smeet dan soms een blok naar die bengels. Zij kreeg nog zo'n 60 frank terug, maar zij was getekend voor het leven. "Het is partie als het geld van zotte Mie" is daarmee een geijkte uitdrukking geworden in Mechelen.[i 4]
  • Beire Lip
  • De Bisschop[foto 11]
  • De Hartvreter
  • Gène van de Brusselse kaas
  • Grote Smoel
  • Het Gardevilleke
  • Jef Den Bokser
  • Jommeke de Hakkelaar[foto 12]
  • Karno den Bult[foto 13]
  • Klein Desiréke[foto 14]
  • Mie Bougie
  • Mille Vazan
  • Neus Patetter
  • Pere-n-Ivo of Peiren Ivo
  • Pietneus
  • Pijn in den Buik
  • Rik Snuffel, de Zatterik
  • Roos Pastoor
  • Schele Lau
  • De Schijtkont
  • De Scheve Garde
  • De Scheve Koning
  • Sneeuwwitje
  • De Snottebellen
  • Sooitje Fit en Fan[foto 15]
  • Swa den Belleman
  • Vodden en Beenderen
  • Wis Lau
  • Wiske van Stien Kak
  • De Zot[1] Willems
  • Zot Lowieke
  • Zotten Tienne

Recenter raakten toenamen minder algemeen verspreid, maar velen hoorden van de Swa van 't Stadhuis, verwijzend naar zijn werkomgeving en in het uitgaansleven steeds een heer, van Swa Pot, een wat "onderwereldse" figuur met dobbelbehendigheid bij het pokerspel met de 'pot' ofte de lederen hoed die te Mechelen meestal 'chapeau' genoemd wordt, of van de Pikkel en de Snorre, naar fysieke kenmerken van die gewezen cafébazen.

Sleutelstraat, het 'fortje'[2][bewerken]

  • Jangske de Kakker (onzekere herkomst van de toenaam, maar supporters van KV Mechelen werden door veelal volkser FC Racing aanhangende stadsgenoten Kakkers genoemd en in een 'fortje' kon een "Malinois"-er nogal opvallen.)
  • Jommeke Stijf in het Nieuw
  • Eenarmig Liezeke
  • Mieke Loeke
  • Pier God
  • Pist op de Aardbodem
  • Rik den Baron

Veluwestraat[bewerken]

  • Jef Friet: Geboren eind 19e eeuw. In jonge jaren amateurbokser en gymnast. Was in loondienst onder andere schaliedekker, marmerbewerker en glas-in-loodzetter en hielp na de uren ook wel steenkool lossen. De toenaam dankte hij aan het laatste decennium van zijn afwisselende carrière: Tot in 1962 hadden hij en zijn echtgenote Carolina op de Korenmarkt trots hun eigen frietkraam, dat er in die tijd nog dagelijks moest weggetrokken worden naar de Korte Veluwestraat door de wagen van een broer die net als een zus al jaren eerder nabij het station elk een frietkraam hielden. Van Jef werd soms gezegd dat hij geen volle pint kon zien staan en ook geen lege; hij wist beide situaties vlot het hoofd te bieden in zijn stamcafé In de Bel, bij 'Belleke' en haar twee zonen. De jongste, Rik De Hert, was oud-voetbalist van 'de Racing' uit de topjaren en zou later de krantenwinkel in de Adegemstraat nr. 1 open houden.

Wijk: Zelestraat - Jodenstraat[bewerken]

  • Beire Lutte: Gekend figuur en was woonachtig in de Jodenstraat. Jaren 1940-1950.
  • Dikke Swa: Woonachtig in den Heembeemd. Samen met zijn vrouw hadden ze in de voorste plaats een "winkeltje" waar ze koude schotels verkochten. Ze woonden samen met hun zoon Gaston en diens vrouw Wiske en hun kleinzoon Francis. Dikke Swa was gekend omwille van zijn schijtgedrag, wanneer hij met zijn fiets voorbij reed riepen de mensen " alle Swa schijt nog eens ". Hij legde zich dan plat op zijn fiets en scheet zodanig lang dat het de indruk gaf dat hij met een bromfiets reed. Hij was één van de hevigste supporters van Racing Mechelen, ik herinner me nog steeds dat wanneer hij bij den beenhouwer op den hoek van den Heembeemd worsten ging kopen hij steeds vroeg " nen halve kilo van den Racing", dit wanneer zijn ploeg verloren was. Swa is reeds vele jaren overleden. Hij had eveneens de bijnaam "Swa van de kaove pla". Hij was van beroep stadsarbeider en later één van de eerste doppers van Mechelen.
  • Den Dol: Woonachtig in de Jodenstraat (kant de Stassartstraat), zo genoemd omdat hij met geen tang was aan te pakken. Woonde er samen met zijn zoon "de kleinen Dol" die telkens wanneer hij op stap ging een nieuwe onderbroek ging kopen bij Polle en Louis, buurtwinkel hoek Jodenstraat en de Stassartstraat.
  • De Guezkop: Ene Louis uit de Zelestraat.
  • Jang de Trommelaar: zie Mille van 't Rond.
  • Mariatje Kriekensteen: zie Mille van 't Rond.
  • Mieke Tut: Mieke Tut had een winkeltje op de hoek van de Katelijnestraat en de Heembeemd met kinderkleding, tweedehandskledij en -stripverhalen. Ze kwam van onder een halve deur gekropen als je haar winkeltje binnenging. Dagelijks verdeelde ze een aantal broden aan de vogels. Ze deed haar wel bepaalde toer om dit brood te verdelen. Ze werd aanzien als zijnde rijk hetgeen ook wel zo zal geweest zijn. Veel luxe had ze niet omdat er zelden een frank werd uitgegeven. Nog te vermelden: het was een klein en zeer lelijk wijf.
  • Mille Antiek: Had een gekende antiek- en tweedehandszaak in de Jodenstraat (waar nu sociale woningen staan)[foto 7][foto 16]
  • Mille van 't Rond, Mille den Bult: Café op de hoek van de Heembeemd, genaamd "In 't Rond". In november 2007 was er een groentenwinkel met boven de ingang nog steeds het loodglas met de reklame van het café. Wijlen Mille had een 'bult' (bochel) en wat men in de volksmond een 'kiekenborst' noemt, was een zoon van Rosse Jos en Jang den Trommelaar (zo genoemd omdat hij een gebrekkig handje had). Samen met zijn broer Thomas en de naar haar geringe gestalte genoemde Mariatje 'Kriekensteen', vormde hij een gezelschap dat steeds de attractie was in de 'serieuze en plezante wandeling' en de kaarsjesprocessie met Heembeemdkermis. De café's waar ze zich dan bevonden zaten steeds overvol.
  • Richard Antiek: Broer van Mille Antiek en gekend van de zaak in de Jodenstraat maar allicht in de buitenwijk Galgenberg woonachtig[foto 7][foto 17]
  • Rosse Jos: zie Mille van 't Rond.
  • Scheve Verhaeg[h]e[n]: Poelier in de Sint-Katelijnestraat

Buitenwijk: Bethaniënpolder[bewerken]

  • De Kattekesman: In de jaren 70 en 80 stond achter de parking van het sportcomplex aan de Winketkaai (vlakbij Den Bemd) een werkplaats in ijzeren golfplaten. Hier lag een heleboel ijzeren rommel. Voor de werkplaats stond een afgedankte werkmanswagen, waarin de Kattekesman huisde. Vermoedelijk was hij een gepensionneerde fietsenmaker, die de werkplaats nog gebruikte om kapotte fietsen van de buren te herstellen. In de werkmanswagen zat deze gepensionneerde persoon ook geregeld met oudere buurtbewoners kaart te spelen. In en rond de werkplaats was het begeven van jonge en oude katjes en katten. Vermoedelijk gaf de oude fietsenmaker en de geburen de dieren geregeld voedsel, zodat ook straatkatten de plek kwamen bezoeken. Ook de buurtkinderen hingen geregeld rond de werkmanswagen, maar de werkplaats was voor hen verboden terrein. Geregeld jaagde de man de buurtkinderen (waaronder de schrijver van deze paragraaf) uit elkaar, wanneer er teveel lawaai werd gemaakt en hij en zijn buren werden gestoord in hun kaartspel.
    De ware geschiedenis doet een slechts enkele jaren oudere ervaringsdeskundige die de 'kattekesman' al langer meemaakte, vermoeden dat deze vooral aan de fiets sleutelde waarmee hij gekomen was. En dat iemand te dikwijls een bal tegen het golfplaten kotje sjotte. Als dat gebeurde toen dat blikken barakje zelf de ouderlingen een dagverblijf bood op de plaats waar de sporthalle nog moest komen, werd men inderdaad weggejaagd. De houten karweiwagen had later wel ietsje meer comfort te bieden. Toen hij weer eens kattenpesters wou wegjagen, werd hij door hen verwond; buurtkinderen alarmeerden mensen uit de Bethaniënstraat, die hem kwamen halen om hem te verzorgen.
  • 't Kinnetje: Een mager wat ouder dametje dat dagdagelijks vanuit het raam op de eerste verdieping van haar woonst in de Bethaniënstraat zat uit te kijken, veelal in gesprek met een buurvrouw in gelijkaardige locatie. Haar geprononceerd kinnetje benadrukte haar kijvende karakter dat in de jaren 1960 geregeld tot uitdrukking kwam wanneer buurtkinderen op straat speelden.

Buitenwijk: Coloma[bewerken]

De wijk was voorheen best gekend als de Hanswijkenhoek.

  • Zotte Verschaeren: Woonde bij zijn ouders in een klein boerderijtje in de Mollestraat. Hij had een rare gewoonte: Hij ging met een schouder tegen een muur staan en klopte dan al springend op de dij aan de andere kant van zijn lichaam. Dan schoot hij op 'n loop, weg van de muur. Hij was, naar het schijnt, gek geworden na een beschieting in 1914 en testte eigenlijk of de muren niet zouden omvallen. Voor kinderen was het wel akelig om hem bezig te zien.[i 2]
  • Behoudens anders vermeld, bron voor onderstaande lijst:[i 3]
  • Beire Christus
  • Belleke Pontak
  • Den Bodding
  • Den Buskip
  • De Dikke Teit
  • Fieke van de Emmer
  • Fien van Juzekes
  • De Floekker
  • Gust Pleik en Wiske Paternoster
  • Jan van de Kardinaal
  • Jeanne van Mie van de Preus[3]
  • De Kloek
  • Lange Fons
  • Marie van Sakkernon
  • Marie van Stillekesaan
  • Mie Spek
  • Mieke Delleke
  • Mille Petrol
  • 't Pastoerke
  • Pier Sigaar
  • Polle van de Gillé
  • Pot en Pan
  • Sus van den Ezel
  • De Zot[1] Marnef

Buitenwijk: Galgenberg[bewerken]

  • Den Boer: Woonde op de Galgenberg, had zeer veel kinderen en alles, maar dan ook alles was in het huisje groen en wit geschilderd.

Buitenwijk: Hombeeksesteenweg[bewerken]

  • De Zot Schippers: De man is wellicht nooit erg normaal geweest want toen ik als heel klein ventje met mijn grootvader ging wandelen had hij al die bijnaam. Ik meen mij te herinneren dat hij Gaston heette en vermoedelijk is hij eind jaren 60, begin jaren 70 overleden. Hij woonde op de Hombeekse steenweg, ongeveer recht tegenover de Dodoensstraat. De Zot Schippers droeg steeds een hoed en was altijd donker gekleed en zijn nek zag zo zwart dat men er vanalles had kunnen in planten. De man wandelde steeds gewoon over de straat maar draaide zich regelmatig om en begon dan heel hard "Nuis! voale nuis!" (neus, vuile neus) te roepen.[i 6]

Buitenwijk: Nekkerspoel[bewerken]

  • Den Blok hield op de Grote Nieuwendijk in de jaren +/- 1950-1970 een viswinkel die zeer gekend was voor de gebakken vis met bruine saus, waartoe men op een houten bank zat aan te schuiven. Op zijn 'blokken' (klompen) bracht 'den Blok' een schotel vis naar de klanten in de winkel telkens een deel gebakken was.
  • De Negus: Hoewel ook een familienaam in Vlaanderen, was dit allicht een toenaam wegens vergelijking van zijn ooit zwarte baard met die van het staatshoofd van het 'Abessijnse Rijk' (Ethiopië). Het ging om een geregeld in de stad opgemerkte zwerversfiguur die in de omgeving van Nekkerspoel en/of aan de Roostenberg bovensluizen zou gewoond hebben.[foto 18]
  • 't Viteske: De echtgenote van een in de Bakelaarstraat gevestigd kleermaker kreeg deze bijnaam omdat ze steeds gehaast was.

Buitenwijk: Station[bewerken]

  • Het Konijn: In de Jaren '80 van de vorige eeuw zwierf er in en rond de cafe's aan het spoorwegstation in Mechelen een punker/punkster rond. Deze persoon werd geregeld opgemerkt, al dan niet in gezelschap. Hij (of zij) was enorm groot en tenger en gekleed in punkkledij. Nooit is geweten of dit figuur mannelijk of vrouwelijk was (mogelijke vormen waren niet te herkennen door de kledij) en er werd geregeld gefluisterd dat deze figuur lesbisch was. Jaren later deed het bericht de ronde dat Het Konijn verdwenen was naar Amsterdam

Deelgemeente: Battel[bewerken]

  • De Vlaag: In de eerste helft van vorige eeuw zou er in Battel een imposant vrouwmens hebben gewoond, die een werkelijke schrik was van de buurt en waar menigeen een ommetje voor maakte. In de buurt kende iedereen haar als De Vlaag.[i 3]

Galerij[bewerken]

Filmlinks[bewerken]

De Plezante Wandeling met Rudi en Ferre door stad Mechelen


Bronnen[bewerken]

Algemeen

  • Van Goethem, Staf. St. Jozef Coloma : den Hanswijkenhoek : 1896-1996. Uitg. Van Goethem, Staf, Mechelen (1997), 67 pagina's.
  • Koningen van de straat Mechelen Blogt (2006), waaruit ook nader aangestipt:
  1. Bron: nen echte mecheleir
  2. 2,0 2,1 Bron: ene Jos 'van den Hanswijkenhoek'
  3. 3,0 3,1 3,2 3,3 Bron: jans
  4. 4,0 4,1 4,2 Bron: Rudi De Mets
  5. Bron: jasper
  6. Verteller: Roger Kokken
  1. Doke Vod - foto 17 op Facebook
  2. Sjang de Koetsier - foto 6 op Facebook
  3. Jomme den Brugdraaier - foto 29 op Facebook
  4. Kobe - foto 2 op Facebook
  5. de Neus - foto 25 op Facebook
  6. den Ulleklont - foto 21 op Facebook
  7. 7,0 7,1 7,2 7,3 7,4 Streekkrant: tekst + 8 foto's met bijnamen - foto 1 op Facebook
  8. Rikske den Bult - foto 9 op Facebook
  9. Rikske Verheyden - foto 14 op Facebook
  10. 't Schief Smoeltje - foto 22 op Facebook
  11. den Bisschop - foto 23 op Facebook
  12. Jommeke de Hakkelaar - foto 4 op Facebook
  13. Karno den Bult - foto 7 op Facebook
  14. Klein Desireeke - foto 10 op Facebook
  15. Sooitje Fit en Fan - foto 5 op Facebook
  16. Millen Antiek - foto 19 op Facebook
  17. Richard Antiek - foto 20 op Facebook
  18. de Negus - foto 26 op Facebook

Specifiek

  1. Straatfiguren - Zatten Doo. Driemaandelijks magazine De Mechelse Kerjeuze nr. 69 2012/4. Uitg. Jan Somers. (p. 64-65)
  2. Consciensestraat begin jaren '50 Mechelen Blogt (2012) - Bron: marc1
  3. Geschiedenis van de familie Maes — 6. Jan Maes Website Fernand Maes.
  4. Straatfiguren - Kobe. Driemaandelijks magazine De Mechelse Kerjeuze nr. 69 2012/4. Uitg. Jan Somers. (p. 66)
  5. Straatfiguren - Manke Toor. Driemaandelijks magazine De Mechelse Kerjeuze nr. 69 2012/4. Uitg. Jan Somers. (p. 66-67)

Voetnoten[bewerken]

  1. 1,0 1,1 1,2 Vele opmerkelijke karakters kregen in Mechelen het vast predikaat 'de Zot' toegekend, wat dan meestal gelijktijdig spot en respect uitdrukte. In enkele gevallen echter kan dit naar een vermeende geesteszwakte verwezen hebben, hoewel dan eerder 'Zotte' of 'Zotten' gezegd werd.
  2. Een fortje was een dichtbebouwde korte zijsteeg in een volksbuurt. De meesten zijn verdwenen.
  3. Identificatie door referentie naar één of twee personen was verre van ongebruikelijk. 'Jeanne van Mie van de Preus' wijst erop dat Jeanne een dochter was van of eventueel slechts werkte bij 'Mie van de Preus', die op haar beurt hetzij hoorde bij een ruime familie 'Preu', hetzij een dochter was van de vrouw bijgenaamd Preus, hetzij de dochter of de vrouw was van de man bijgenaamd Preus of met familienaam De Preus. In het laatste geval zou men eigenlijk 'Jeanne van Mie van De Preus' moeten schrijven maar dergelijke officieuze referenties werden zeer zelden neergepend. Echter zou Mie net zo goed in dienst kunnen geweest zijn bij de familie Preu of bij de persoon genaamd of bijgenaamd Preus of geheten De Preus. Uit dit alles blijkt dat zinvolle identificatie, van elkeen voorafgaande kennis van het feitelijke referentiekader vergde.