De Peoene

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
(Doorverwezen vanaf Theater De Peoene)
Ga naar:navigatie, zoeken
English.gif Literary circle and amateur theatre since the 15th century in Mechelen
Theater De Peoene
Toneelgezelschap Sint-Jans

De aloude rederijkerskamer De Peoene in Mechelen werd in 1466 opgericht door Wouter van Battel.

Sinds de fusie tussen De Taalzucht en De Morgenster in 1966, wordt de naam opnieuw gevoerd in Mechelen. Sinds 1990 baat het als hedendaagse rederijkerskamer erkende theatergezelschap een eigen zaaltje uit in de binnenstad.

Geschiedenis[bewerken]

Historische gegevens

  • Gestandaardiseerde naam van de heden erkende rederijkerskamer: De Peoene
  • Varianten in bron(nen): Gesellen van der Pyonen (1472) - De Pioen Bloeme (1561) - Peoene (1562-1620) - Peoen (1620)
  • Zinspreuk: In principio erat verbum (1561-1620)
  • Gebruikte code: MEC1
  • Patroonheilige: H. Johannes de Evangelist
  • Vroegste bronvermelding: 1472
  • Geografisch-politieke situering van de kamer: Mechelen
  • Stad/Dorp/Vrijheid: Stad
  • Gewest: Heerlijkheid Mechelen

Korte Geschiedenis

De Gesellen van der Pyonen worden voor het eerst vermeld in de stadsrekeningen van 1471-1472 voor hun bijdrage aan het Driekoningenfeest in 1472. Men meende uit een aantal gegevens te kunnen afleiden dat de kamer in 1471 werd gesticht. Op 16 maart 1472 kochten enkele personen een huis ter behoeve "van den Gemeynen Geselschap oft Broederscape van der Dyetscher Rethorycken, geheeten 't Geselschap van der Pyoenen, geordineert ende opverstaen in de voors. stadt van Mechelen".

De rederijkerskamer nam deel aan het landjuweel in Leuven in 1478 en was wellicht aanwezig op de vergadering in Mechelen in 1493 en zelfs betrokken bij de organisatie ervan (de stadsrekeningen vermelden enkel de gezelschappen die van buiten Mechelen kwamen). De Peoene nam deel aan het landjuweel te Antwerpen in 1496. De Mechelse kamers werden als Brabantse kamers beschouwd en namen in deze hoedanigheid deel aan de Brabantse landjuwelencyclus in de zestiende eeuw. De Peoene nam deel aan het landjuweel in Herentals in 1510 en organiseerde het landjuweel van 1515. Ze nam deel aan het landjuweel in Leuven in 1518, in Diest in 1521 en in Brussel in 1532. Ze organiseerde het landjuweel van 1535. Ze nam deel aan het landjuweel in Antwerpen in 1561 en aan de wedstrijd georganiseerd door De Corenbloem in Brussel in 1562.

De kamer verloor haar privileges in 1572, maar bleef wel actief. In oktober 1585 werd de activiteit van de rederijkerskamers stilgelegd. In 1593 dienden het bestuur van De Peoene en De Lisbloem een verzoek in bij de Geheime Raad om hun activiteiten te mogen hervatten. In dit verzoek wordt verwezen naar een ordonnantie uit oktober 1585 waarin de rederijksactiviteiten in Mechelen verboden werden. Na negatief advies van de Grote Raad werd het verzoek afgewezen. De kamer werd in 1617 heropgericht door de aartshertogen. In 1620 organiseerde de kamer een grote wedstrijd waaraan zowel kamers uit de Zuidelijke als de Noordelijke Nederlanden deelnamen.

Etymologie[bewerken]

Landjuweel

Een landjuweel was oorspronkelijk een cyclus van 7 wedstrijden tussen de schuttersgilden in Brabant. Het was de bedoeling dat er iedere drie jaar een werd gehouden. De winnaar van het eerste moest het volgende opzetten, enzovoort. De winnaar van het zevende landjuweel moest een nieuwe cyclus beginnen.

In de 15e eeuw werd de benaming 'landjuweel' overgenomen door de Brabantse rederijkerskamers. Het waren dan wedstrijden om uit te maken welke rederijkersgroep het best toneel bracht. Voorbeelden hiervan zijn het zinnespel ‍'Elckerlijc'‍ (Den Spyeghel der Salicheyt van Elckerlijc), het mirakelspel ‍'Mariken van Nimwegen'‍ (of Nieumeghen) en 'esbattementen' (een soort kluchten). De jury bestond uit afgevaardigden van de kamers zelf. De winnaar moest de volgende keer de wedstrijd organiseren. De winnaar van het eerste landjuweel kreeg één zilveren schaal. Voor de volgende wedstrijd moest het winnende gilde, de winnende kamer, twee zilveren schalen maken, de winnaar van het tweede landjuweel moest voor het volgende landjuweel drie zilveren schalen laten maken en zo ging dat door tot zeven, net als de wedstrijden. Van de rederijkers zijn twee landjuweelcycli bekend: De eerste liep van ongeveer 1475 tot 1496, de tweede begon in 1515 en eindigde groots in 1561 in Antwerpen. De ‍'Spelen van Sinne'‍ van dit allerlaatste landjuweel zijn in 1562 gedrukt.

In 1922 werd echter te Brussel een amatheurtheatertornooi gehouden. Dan, met een onderbreking rond de oorlogsjaren, werd er bijna jaarlijks een in Belgisch Nederlands- of tweetalig gebied ingericht, zo ook te Mechelen: het 5e (1927), 12e (1936-'37), 16e (1949), 32e (1965-'66, gewonnen door De Vlaamse Toneelstrijders uit deze stad) en het 64e (1999-2000). De Morgenster uit Mechelen had bij het 11e te Deinze de grootste eer gehaald en dit bereikten haar stadsgenoten van De Moedertaal in het 14e en laatste vooroorlogse (1938-'39) te Leuven.[1] Sinds 2011 wordt er geen laureaat meer aangeduid; in de herfst van 2016 vormde Mechelen het decor voor het 80e 'Landjuweelfestival', een initiatief van een koepelorganisatie voor Vlaams amateurtheater, Opendoek vzw.[2]

Rederijker

De term rederijker is een vernederlandsing van het Franse woord ‍'Rhétoriqueur'‍: iemand die de welsprekendheid (retorica) beoefent. Een specifieke betekenis kreeg dit woord in de late middeleeuwen toen amateurdichters zich verenigden in geestelijke broederschappen, rederijkskamers genoemd.

In de periode 1300 tot 1500 was er weinig vertier. De mensen gingen toen met een clubje bij elkaar liederen dichten en zingen en toneelstukken spelen. Dit gebeurde vooral in de Zuidelijke Nederlanden. De rederijkers verenigden zich in zogenaamde rederijkerskamers, die vaak ontstaan zijn als culturele afdeling van de gilden. Elke kamer had een beschermheer of 'prince', een deken (voorzitter) en een factor (de tekstdichter). Zo was Anthonis de Roovere factor van de Brugse rederijkerskamer De Heilige Geest.

De rederijkerspoëzie bracht nieuwe dichtvormen zoals het 'referein' en de 'rhetorike extraordinaire': technische knutseldichtjes als het schaakbord ('schaeckberd'), het kreeftdicht en dergelijke meer. Kunstige rijmen en gezochte woordconstructies waren schering en inslag. Inhoudelijk onderscheidde men drie genres: in 't vroede (ernstige poëzie), in 't amoureuze (liefdesgedichten) en in 't sotte (komische, soms schunnige gedichten).

Andere historische rederijkerskamers in Mechelen waren De Boonbloem, De Geraapte Loeten en De Lisbloem.

Contact[bewerken]

Andere toneelgezelschappen in Mechelen[bewerken]

Externe links[bewerken]

Galerij[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  1. Winnaars. Opendoek vzw. Nagezien 2016-10-12.
  2. 80ste Landjuweelfestival gaat door in Mechelen. Belga; VRT deredactie.be (2016-10-11) Nagezien 2016-10-12.