Staf Weyts

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
Ga naar:navigatie, zoeken
English.gif Local writer
Staf Weyts

Staf Weyts werd geboren in Mechelen, op 15 april 1909, en overleed in Brugge op 12 januari 1985. Staf Weyts was een schrijver.

Leven

Staf Weyts werkte als inspecteur bij het Ministerie van Volksgezondheid[1] en bracht het grootste deel van zijn leven in Sint-Kruis (Brugge) door.

In 1928 debuteerde hij met de poëziebundel Gedichten, doch hij was meer gekend van novellen, romans, sprookjes en jeugdboeken die werden geapprecieerd omwille van hun opvoedkundige waarden.

In 1966 werd Staf Weyts benoemd tot plaatsvervangend voorzitter van het VWS (Vereniging van Westvlaamse Schrijvers)[2].

Bibliografie [3]

  • Gedichten – 1926
  • Coletje en Belleke – 1933
  • Met Hélène op de boot – 1937
  • Niets dan een droom – 1941
  • Ik heet Livine – 1942
  • De laatste der Volders – 1944
  • Sneeuw en zonde – 1945
  • De geheimzinnige hand – 1947
  • Het leven is hard – 1948
  • Langs de boord der rivier – 1950
  • Anne-Marietje – 1951
  • De gestolen kroon – 1953
  • Ontmoeting met Denise – 1954
  • Wispel en Kwispel – 1957
  • Kwib en Kwab – 1958
  • Gebed om verzoening – 1960
  • Ja, Monsigneur – 1962
  • Gevangene van Hedwige – 1963
  • Anna-Marietje – 1965
  • Van Simpel en Sompel – 1966
  • De koning en zijn dienstknecht – 1972
  • Het begon in oktober – 1973
  • Bloemen voor Frau Herzog – 1976
  • Bij valavond – 1977
  • Als de Vesuvius barst - ...

Doodsprentje

Op het doodsprentje van Staf Weyts stond een tekst van zijn hand :

Er komen nog dagen van rouw
en grote droefenis.
De dagen als eenmaal het grauw
gelaat van de dood er is
voor mij of voor mijn vrouw
en smartvol één van beiden
plots zal vereenzaamd staan
in de avond van zijn leven.
Want de kinderen die wij het bestaan
en onze liefde hebben gegeven
zullen hun eigen wegen gaan
en vormelijk ieder jaargetijde
nog vlug eens overkomen
met bloemen, fruit of wijn.
Zij zullen vragen hoe het gaat.
Waarom de tuin verwildert. Bomen
en rozestruiken niet gesnoeid zijn
en 't onkruid nog te wieden staat.
Waarom het hout voor 't open vuur
ontbreekt. In het aquarium
een dode vis op 't water drijft
en aan de witte buitenmuur
nog slechts één rankgeranium,
die niet verdord is, overblijft.
Waarom de deur altijd gesloten
en haast geen mens meer welkom is.
En vele kamers die weleer
van zonlicht waren overgoten
nu klam zijn en vol duisternis.
En schoon ons hoofd steeds zal terneer-
hangen en menigmaal een traan
aan ons verschroeide ogen beven
zullen zij onzer eenzaamheid
de diepe pijn haast niet verstaan.
Noch dat wij aan dit aardse leven
onthecht zijn en voor God bereid.

Varia

  • Staf Weyts was bevriend met de Mechelse kunstschilder Jan de Smedt.

Galerij

Voetnoten