Spaanse Furie

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
Ga naar:navigatie, zoeken
English.gif Troubles in Mechelen
De Plundering van Mechelen Kopergravure: Frans Hogenberg, 1601

De Stad Mechelen had onderkomen geweigerd voor Spaanse troepen en nadien haar poorten geopend voor Willem van Oranje. Die trok na vier dagen met zijn leger verder de Spaanse Nederlanden in, wijl een klein garnizoen onder leiding van zijn luitenant Bernard van Merode de stad in handen hield.

Een goede maand later zette Mechelen de stadspoorten open voor Fernando Álvarez de Toledo, Hertog van Alva, die in onze contreien kortweg als Alva gekend bleef. Hij liet zijn tercio's zich te buiten gaan aan plunderingen en gruweldaden, die de geschiedenis zouden ingaan als de Spaanse Furie in Mechelen (fr:Sac de Malines).

Situering in de tijd[bewerken]

Vanaf het midden van de 15e eeuw kende de koper- en bronsgieterij in Mechelen een mooie bloeiperiode, meer bepaald de klokken-en kanongieterij. De kanonnenindustrie profiteerde ten volle van de intense oorlogsvoering van Karel de Stoute. Ook hier werd Mechelen door de technische perfectie en artistieke vormgeving al snel toonaangevend.

Daarnaast kende de bouwindustrie met het geslacht Keldermans een mooie bloeiperiode door de vestiging van de centrale instellingen te Mechelen (het Parlement van Mechelen, hernoemd tot de Grote Raad, het hoogste gerechtshof der Nederlanden). Hierdoor werden ook de luxe-nijverheden in Mechelen (borduurkunst, miniatuurkunst en de albastbewerking) gestimuleerd in hun ontwikkeling. Deze luxe-nijverheden werden een belangrijk export product van Mechelen.

In de tweede helft van de 16e eeuw beheersten grote politieke en godsdienstige spanningen en omwentelingen de Nederlanden. De Beeldenstorm zorgde in 1566 te Mechelen voor een ware gezagscrisis. De gouverneurs en het magistraatscollege traden niet eensgezind op. Alva veegde dit machtsvacuüm met forse hand van de baan en werd landvoogd van Mechelen. Dit zorgde voor een onderhuids anti-Spaans sentiment onder de Mechelaars.

De inname van de stad voor Willem van Oranje op 31 augustus 1572 kon er op aanzienlijke steun rekenen maar toen Oranje bij Bergen een belangijke nederlaag had geleden en de zoon en generaal van Alva, Fadrique ofte Don Frederik, met een overmacht in aantocht was, diende van Merode met zijn manschappen de stad achter te laten.[N 1] Hoewel op 2 oktober 1572 de Spanjaarden eerbiedig ingehaald werden en de clerus om clementie voor de stad smeekte, had Alva zoonlief aangesteld om een wraakvoorbeeld te stellen en liet Don Frederik zijn onderbetaalde soldaten gedurende drie dagen ongebreideld plunderen en gruwelijke wandaden begaan, de zogenaamde Spaanse Furie in Mechelen. In de nasleep van deze gebeurtenissen verloor Mechelen tijdelijk haar vrijheden en privileges.

Na jarenlange Spaanse dwingelandij zou de stad op 9 april 1580 opnieuw worden ingenomen door de Staatse troepen onder bevel van de Brusselse burgemeester Olivier van den Tympel met steun van Engelse soldaten, die door hun kolonel John Norrits slecht onder controle gehouden werden, wat leidde tot de Engelse Furie. Vijf jaar was Mechelen vrij onder calvinistisch bestuur, tot in 1585 Spanje de macht herwon over de nog tot 1715 Spaanse Nederlanden. Toen een Algemeen Pardon voor de nog niet naar onafhankelijk Nederland uitgeweken Mechelaars werd afgekondigd, keerde de rust weer. De wederopbouw van kerken, kloosters en kapellen kon beginnen.

Galerij[bewerken]

Externe links[bewerken]

Literatuur[bewerken]

  • Hans, Abraham. De Spanjaarden te Mechelen. A. Hans kinderbibliotheek. Nr. 324, 30 blz. A. Hans-Van der Meulen, Kontich (jaar onbekend, allicht ≥1933) (kinderboek)
  • (fr) Pour la patrie: Le sac de Malines. La Semaine d'Averbode (magazine). Jg. 21 Nr. 41 (1931-10-11).

Bronnen[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. Bernard van Merode had Mechelen al eerder moeten verlaten: Hij had Onder-den-Toren gewoond in het zogenaamde 'Spaans Gasthuis' maar wegens zijn betrokkenheid bij het Eedverbond der Edelen had Alva's 'Bloedraad' in 1568 zijn bezittingen onteigend.