Sint-Maarten

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
Ga naar:navigatie, zoeken
English.gif Children's folklore in Mechelen
Sint-Maarten
Ludwig van Beethoven als Sint-Maarten

Feestdagen in Europa hebben meestal een christelijke oorsprong. Sommige worden internationaal gevierd, enige over het gehele land en andere zijn streekgebonden. Op de officiële feestdag van elf november herdenkt men niet alleen Wapenstilstand, want te Mechelen vieren de kinderen dan ook Sint-Maarten, of zoals het in het lokale dialect luidt: Sintɘ-Mεttɘ.

Alwaar Driekoningen (6 januari) nauwelijks belangstelling krijgt in Mechelen, is het feest van Sint-Maarten een hoogtepunt voor zingende kinderen. Getooid met mijter en mantel struinen zij de straten af, bellen aan bij de inwoners van Mechelen, zingen het Sint-Maartenslied, in de aloude dialectversie of in een schoolse Algemeen Nederlandse variant, hopend dat luisteraars gul zullen zijn met snoep en centen. Het oude lied herinnert aan de legende dat Sint-Maarten zijn ruime mantel had doorgesneden, om de helft te geven aan een arme bedelaar die hij op zijn weg ontmoet had.

Liederen[bewerken]

In vergelijking met bijvoorbeeld het liedje rond Nieuwjaar en het liedje voor Driekoningen, is de Mechelse versie van het 'Sinte Mette'-lied vrij lang. Zelfs vele oudere Mechelaars hebben moeite om de hele tekst te onthouden en/of de exacte woorden op te zeggen. Hieronder vinden we een vergelijking...

Nieuwjaarslied

Wit lint - Zwart lint - Ik ben de Gever zijne beste vriend...

ɘt Draokuiningɘleekɘ (Mechelse versie) — [leekɘ = liedje]

Drao Kuiningɘ - Drao Kuiningɘ.
Geft mao nɘ neevɘn ood.[Geef me een nieuwe hoed]
Mɘnnɘn aovɘ is vɘrslεεtɘ,[Mijn oude ...]
ons moodɘr mag 't ni wεεtɘ:
ons vaadɘr ei-d-ɘt geld
œp dɘ roestɘr gɘteld.[munten vallen door een rooster: men heeft geen geld of is het kwijtgespeeld]

Sint-Maartenlied (Schoolse versie, laatste kwart van de 20e eeuw)

Sint-Maarten, Sint-Maarten
De koeien hebben staarten
De meisjes hebben rokjes aan
Daar komt Sint-Maarten aan

ɘt Leed van Sintɘ Mεttɘ (Mechelse versie) — [leed = lied]

Sintɘ Mεttɘ van dɘ rüggɘnüchtɘ,
en, me zaonɘ graozɘn baad[en, met zijn grijze baard] — Dit vers wordt traag, plechtstatig gebracht.

Jüffra, wildɘ mɘ kabaskɘ is vüllɘ,
en, lɘut ons, ni lank ni mi staan.[en, laat ons niet lang meer staan]
Want, a-j-üst, a-j-eid ɘn vallink,[hij hoest, hij heeft een 'valling' (verkoudheid)]
geft ɘm ɘ pastillɘkɘ en 't zal ouvɘr gaan. — Dit vers wordt sneller en ritmischer gebracht.

Sintɘ Mεttɘ œp dɘ krük.
Geft nɘn appɘl of ɘ stük,
Geft ɘn peir, of ɘn smeir,[geef een peer, of een smeer]
Sintɘ Mεttɘ dɘn beidɘleir. — Snel vers in hard ritme.

A-j-ei zaonɘ mantɘl duigɘsnεεjɘ,[Hij heeft zijn mantel doorgesneden]
œm an dɘn εrrɘmɘ tɘ gεεvɘ.[om aan de arme te geven] — Dit vers wordt traag, plechtstatig gebracht.

Da-d-eedɘr oat z'n oegɘ zag wat dat ɘm a[a]n dɘn εrmɘ gaf,
da-d-eedɘr oat z'n oegɘ zag wat dat ɘm a[a]n dɘn εrmɘ gaf.
A bɘloufdɘ-n-an zɘn vrao dat ɘm kœkɘ bakkɘ zou
Ie-vou! Ie-vou! dat ɘm kœkɘ bakke zou. — Dit vers klinkt opnieuw sneller en ritmischer.

Soms begint men al te zingen meteen na het aanbellen.
Als dan tegen het einde van het lied de deur nog steeds gesloten is,
eindigt men bijvoorbeeld zeer luid door de klep van de brievenbus:
Ievou! Ievou! ee zit ɘn girrɘgɘ pin in oas![Hier zit een gierige pin in huis!]

Enkele passages van het oude lied zijn vrij onduidelijk. Allicht zijn sommige delen van wat latere datum.

Etymologie
  • Dɘ rüggɘnüchtɘ was alvast geen twintigste-eeuws Mechels. Mogelijk is het een verbastering van vreugɘn ochtɘd (vroege ochtend) want traditioneel mag het lied slechts in de voormiddag gezongen worden en bij voorkeur tot elf uur, maar dit verband lijkt ook etymologisch al te vergezocht. Overigens kan men erover speculeren of het tijdstip van elf uur in 1918 gekozen werd naar aanleiding van aloude Sint-Maartengebruiken, dan wel of het dan stoppen met zingen louter op het ingaan van de wapenstilstand teruggaat, zoals voor de 11.11.11.-acties.
    Waarschijnlijker ligt de verklaring in het Sint-Maartensfeest als tegenhanger van carnaval (voor de 40-daagse vastenperiode), 40 dagen voor de kortste dag van het jaar in het vooruitzicht op de guurste herfst: avondlijke vreugdevuren, fakkeltochten doorheen de velden en braspartijen bij verorbering van het laatste niet bewaarbare oogstgoed.[1] Dan staat Sintɘ-Mεttɘ van dɘ rüggɘnüchtɘ wellicht voor het volksfeest 'Sint-Maarten van de ruige nacht[en]': nüchtɘ [of nücht] als νύχτα ('nichta'), night, nacht [overigens zijn ook 'ochtend' en 'nuchter' etymologisch gelinkt aan 'nocturnus', nacht[2]] en ruig heette in het Middelnederlands ruuch, verbogen tot rughe.[3]
  • De krük was een erg eenvoudig type draagstoel voor Sintɘ-Mεttɘ, het door zijn makkertjes getorste (lichtste) kind; die presentatie is grotendeels of geheel verdwenen geraakt.
  • De kœkɘbakkɘ of het kœkɘ bakkɘ lijkt er met de haren bijgesleurd, maar als men erop speculeerde dat bisschop Maarten in zijn tijd vóór het celibaat een bazige vrouw had, zal hij toch wel minstens zoete broodjes moeten bakken hebben nadat hij zijn dure mantel naar de bliksem deed. Was dit een oude Mechelse versie van het Algemeen Nederlands gezegde? Als pointe kon het dan wel tellen. Het koekenbakken of koeken bakken blijkt echter ook in Nederland gewoon. Het zaadje dat de bisschop in zijn getijdenboek had gevonden en tot een plant uitgroeide,[1] kan dit gebruik gemakkelijk verklaren: zoals heden nog de bekende galettes bretonnes ofte crêpes au sarrasin bakte men ook hier boekweit[panne]koeken.
  • Ievou! ofwel Ie vou! klinkt zoals Mechelaars de naam Ivo uitspreken, maar het kan ook een vergeten oude uitroep zijn.
Datering
  • G.D. de Azevedo insinueerde niet dat Merten (of Maarten) van Rossum aan de oorsprong van dit lied te zoeken is. De kroniekschrijver kloeg over verwarring met die vooral na 1542 -'43 beruchte figuur (eventueel in persiflages). F.E. Delafaille en enige anderen draaiden de kruk wel averechtsom. Passages die in vorige eeuwen geciteerd werden, kunnen wel helpen eventuele inlassingen te dateren. F. van Duyse belichtte ook andere Sint-Maartensliederen en -vieringen uit de Nederlanden.[4]

Franse historie[bewerken]

Te Mechelen werd Sint-Maarten ook al lang voor de Wapenstilstand van 1918 met groot officieel vertoon gevierd. Ziehier een citaat over het unieke Sint-Maartenfeest van 20 brumaire III (11 november 1795): "Woensdag 11 nov. Sinte Merten om half elf kwam de Municipaliteijt bijeen gesluijert etc. waerbij was den Etat Major dezer plaats, item den generael Jacobini van Antwerpen den Genl d'Eble gelogeert in d'abdij van Roozendael voorgegaen door trompet en timbal en alle musikanten, gaende naer den tempel der Wet, de groote zael van den Grooten Raed, waer, op de mueren geschildert waeren de bezondere wetgevers en verdedigers der vrijheid : Lycurgue, Brutus, Rousseau, Franklin, Wassingthin en Guillaume Tell." [...] "Den avond van Sinte Merten was er op de merkt een fraeij vuerwerk bereijd door de borgers Martin Eggers en de Carel Lefebure dat ten 7 uren ontstooken wird, daer waeren 2 Rollen."
In de courrier Belgique verscheen drie dagen later: 'Malines, le 23 brumaire' [...] 'Quant au superbe feu d'artifice dont nous avons parlé, nous devons observer qu'il n'a point été donné aux frais de l'administration et que le public doit ce spectacle au civisme de deux artistes, habitants de cette ville, qui ont saisi avec empressement cette occasion de montrer leur dévouement et leur zèle pour la république. Indépendamment du bal gratis dont nous avons aussi parlé dans notre dernière feuille, des amis de la liberté se sont réunis au nombre de cent et ont donné à leurs frais un bal particulier, qui a été si animé, qu'il durait encore le lendemain à six heures du matin ; enfin, aucun événement fâcheux n'a troublé la fête du 20. Les généraux français, qui y ont assisté, ne pouvaient assez admirer le bon ordre qui a régné partout, et l'on peut dire avec vérité que le peuple de Malines s'est montré digne de la liberté par la manière dont il a célébré le 20 brumaire, l'événement de sa réunion à la République française.'[5]
Napoleon is dood en begraven maar Sinte Mette wordt in zijn lied nog steeds op handen gedragen.

Varia[bewerken]

  • Sint-Maarten (of de heilige Martinus) is de patroonheilige van vele bisdommen en steden — waaronder Mechelen — en eertijds van het Franse koningschap; vooral ook van bedelaars en minderbedeelden en daarnaast van onder meer wijngilden & wijnbouwers, drinkebroers, soldaten, ruiters, reizigers, ganzenhoeders en kleermakers.
  • Volkswijsheid:
    • Op Sint-Martijn slacht de arme zijn zwijn.
    • Is met Sint-Maarten het loof nog aan de bomen, zo moogt ge van een strenge winter dromen.
  • In de vorige eeuw werden kinderen, op de feestdag van Sint-Maarten, uitgenodigd op een Sintemettefeest in de Stadsschouwburg van Mechelen. Na een kinderoptreden met muziek en dans gingen de kinderen blijgemutst naar huis met nog een zak snoep en snuisterijen.
  • In 1994 richtten enkele Mechelse stadsgidsen het Sintemettegenootschap op, ijverend om tegen flauwe schoolse versies in, het traditionele Mechelse Sintemettelied in stand te houden. Daarnaast haalden zij de Mechelse “Groete Sintemette”, door volwassenen gezongen, uit de vergetelheid — die wat geld in kas brengt, zoals ook de verkoop van de inmiddels bekende Sintemettespeculazen tijdens restaurant- en cafébezoeken enkele dagen voor 11 november.

Galerij[bewerken]

Filmlinks[bewerken]

Ontdekking (september 2010) van
het schilderij "Het Sint-Maartenfeest",
gemaakt door Pieter Bruegel de Oude
De kleuters uit de Sint-Pietersschool
———— Mechels Sinte-Mettelied ————
(gezongen in 'tussentaal') - 2011
Sinte-Mettestoet

Battel 2011


Sinte-Metteviering - Lamotsite 2011
Sinte-Mette - Kinderfeest 2013


Externe links[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  1. 1,0 1,1 Commissie Volkscultuur; Schreuders-Derks, Annie. Sinter Maertes veugelke - Sint Martinus van Tours. Veldeke Limburg (2006-11-19). Nagezien 2013-11-21.
  2. nuchter (niets gegeten of gedronken hebbend; niet-dronken; kalm, realistisch). etymologiebank.nl. Nagezien 2013-11-21.
  3. ruig (borstelig, stekelig; onstuimig, wild). etymologiebank.nl. Nagezien 2013-11-21.
  4. 4,0 4,1 de Azevedo, Gerard-Dominique. Vervolgh der Chronycke van Mechelen, van den jaere 1529 tot 1555, uitgegeven te Leuven, wordt indirect geciteerd in:
    Van Duyse, Florimond. Het oude Nederlandsche lied, Deel 2. Martinus Nijhoff, Den Haag; De Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen (1905) (online: DBNL). "Uyt desen voorval is voortsgekomen dat de kinderen langhs de straeten jaerlijcks ontrent den Feestdagh van S. Marten plegen te roepen, onder andere de volgende woorden: “Marten van Rossem den ouden trawant”, etc.; maer de selve kinderen, ofte om beter te seggen, de ouders dese historie niet kennende, seggen als nu seer onvoorsichtelijck: “Sinte Marten”, etc., waer op men wel behoorde te letten"
  5. Malines sous la République française - Deuxième partie. Bulletin du Cercle archéologique, littéraire et artistique de Malines - Tome troisième p. 58-59. Henry Cordemans, libraire-éditeur, 32, rue des Chevaliers, Malines (1892). Nagezien 2013-02-05 [in Pdf-versie].

Voetnoten[bewerken]