Rumoldus Stenemola

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
Naar navigatie springenNaar zoeken springen
English.gif A 16th century tutor from Mechelen

Beter bekend als Rumoldus Stenemola, werd Rombaut van Steynemolen of van de Steenemeulen geboren te Mechelen in 1491 of 1501 en stierf hij er in 1541. Hij was een humanist, leerling van Johannes Trithemius en schopte het tot leraar van onder anderen de in het Latijn dichtende Joannes of Janus Secundus (Joannes Nicolai Secundus Hagiensis).[1]

Leven[bewerken]

Rumoldus Stenemola was de secretaris van de rechtsgeleerde Nicolaus Everardus,[2] een voornaam lid van de Grote Raad van Mechelen en president van het Hof van Holland. Rumoldus Stenemola legde zich op het verzoek van Nicolaas Everardus toe op het onderwijzen van diens zonen, Joannes Secundus, Hadrianus Marius en Nicolaus Grudius in Grieks en Latijn (1522 ‍–1528)[3] Deze broers kregen ook les van andere beroemde mensen uit die tijd, met wie ze later bevriend bleven, zoals Jacobus Volcardus Bergensis en Andreas Alciatus.[4][5]

Vooral Joannes Secundus overtrof zijn beide broers in zijn buitengewone zucht voor de Latijnse dichtkunst;[6] later dankte hij zijn Mechelse leraar door hem in "schoone verzen" te herdenken.[7][8]

Nicolaus Everardus benoemde Stenemola uit dankbaarheid tot griffier van de Raad van Holland,[9] doch geplaagd door een kwijnende ziekte keerde deze terug naar Mechelen, waar hij bezweek en een weduwe en jong kind achterliet.[10]

Bundels[bewerken]

De bundel ‍'Cupidinis'‍ is vermoedelijk door Joannes Secundus geschreven onder leiding van Rumoldus Stenemola, als een soort schoolproject. Stenemola publiceerde in 1530 de bundel ‍'Luciani Libellus'‍ (‍'Lvcani Samosatensis Libellvs de non credendo Calumniae, ut elegantiss. ita utiliss. Interprete Rumoldo Stenemola Machiliensi. Dialogi aliquot Lucianici carmine Latino redditi, per Nicolau[m] Grudiu[m] Hadrianum Marium, & Io[hann]em S[e]c[un]d[u]m Hagien. quos uersa pagella indicat'‍),[11] waarin gedichten zijn opgenomen van de drie broers Everardus, waaronder Joannes Secundus’ ‍'Epigrams'‍.[12]

Externe links[bewerken]

Bronnen[bewerken]

Voetnoten[bewerken]