Renaat Joostens

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
Ga naar:navigatie, zoeken
English.gif Writer, known by various pseudonyms, from Mechelen

Renaat (Renatus) Antoon (Antonius, Anton) Louisa Joostens, geboren te Mechelen op 8 juni 1902 en overleden te Brussel op 10 oktober 1973, was een (mystiek) dichter en poëzievertaler, een novellist en roman- en toneelschrijver, evenals leraar Nederlands.[1] Van zijn vele pseudoniemen bleven vooral Albe en Kapitein Zeldenthuis zeer bekend, naast ook Piet Punt, zonder Broeder Abel, O.D. Decanus, Allan B. Law, Robin Rhode of zijn andere te verguizen.[2]

Biografie[bewerken]

Renaat Joostens was een kloosterling-leraar in het middelbaar onderwijs van het Mechelse Scheppersinstituut, doch verliet de Broeders van Onze-Lieve-Vrouw van Barmhartigheid in 1935.

Joostens werd journalist bij De Beiaard en Elckerlic, redacteur van De Vlaamse Linie, ondervoorzitter bij de P.E.N.-club Vlaanderen, voorzitter van de Kunstenaars voor de Jeugd, secretaris bij de Koninklijke Academie voor Kunsten en Wetenschappen, medewerker aan het tijdschrift De Pelgrim en vice-voorzitter van de raad van beheer van Sabam.[3]

Tevens werkte Joostens mee aan het tijdschrift Rommelpot,[4] waarin zijn Reinaard de Vos-figuur opdook,[5][6] en behoorde hij tot de redactie van het Averbode’s Weekblad onder leiding van de nieuwe hoofdredacteur Lambertus Bresseleers.[7]

Oeuvre[bewerken]

Renaat Joostens debuteerde met de dichtbundel Praeludium in 1930, doch werd bekend met het werk Paradijsvogel uit 1932. Al zijn bundels tot en met zijn laatste, Midzomerse miniaturen uit 1967, waren religieus getint.[8] Voor zijn poëzievertalingen won hij in 1972 de Koopalprijs.

Joostens’ proza getuigde van een levendige inbeelding en een romantische inslag. Het meest bekend werden uit 1944 Annunciata, waarvoor hij de Gottmerprijs ontving, uit 1946 Ossewagens op de kim, dat de Prijs van de Bestendige Deputatie van de Provincie Antwerpen behaalde, en Harshof uit 1956.

Als Kapitein Zeldenthuis schreef Joostens tal van avontuurlijke en geschiedkundige verhalen voor de jeugd; onder het pseudoniem Albe zowel poëzie als verscheidene toneelstukken evenals een resem proza voor jongeren en voor volwassenen. Albes Engracia Maria Alcaraz uit 1952 werd rijkelijk versierd met tekeningen (zoals van het Gentse Gravensteen) van de Nederlander Anton Pieck.[9]

Varia[bewerken]

  • Renaat Joostens was een bewonderaar van de Boomse dichter Paul Verbruggen.[10]

Archief[bewerken]

Het 'archief Albe' bij het KADOC in Leuven bestaat hoofdzakelijk uit typoscripten van Renaat Joostens’ literair oeuvre. Het omvat ook zijn gedichten, liedjesteksten, proza en recensies van zijn werk, naastvele brieven en kaartjes van zijn vrienden en een kleine verzameling publicaties van collega-schrijvers en -dichters.

Filmlinks[bewerken]

Albe — 'Hier sterft de tijd'


Externe links[bewerken]

Bronnen[bewerken]

Voetnoten[bewerken]