Postverbinding Mechelen - Innsbruck

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
Ga naar:navigatie, zoeken
English.gif Historical postal services between Mechelen and centres in Western Europe
Frans van Taxis

Bij het einde van de 15e eeuw kon het West-Europese vasteland dankzij eerdere beslissingen en nieuwe huwelijken een periode van relatieve vrede tegemoet zien. De veelvuldige diplomatieke betrekkingen tussen ver verwijderde vorsten vergden een vlotte communicatie. Daartoe kwamen geregelde en snelle postdiensten tot stand, ook met Mechelen en Brussel.

Geschiedenis van de postdienst[bewerken]

Het woord 'post' stamt uit het Arabisch en betekent zoveel als 'verzonden'. Daarna gebruikten de Romeinen het woord in posita (een naam voor een halte of wisselplaats) van de cursus publicus (een persoon die mensen, goederen maar ook brieven en pakjes vervoerde tussen deze posten). Men neemt aan dat de postdiensten niet lang na het ontstaan van de geschreven taal zijn begonnen. Door deze postdiensten werden geschreven berichten vervoerd en doorgegeven. In de oudheid maakten de heersers gebruik van goed georganiseerde koerierdiensten die hen op de hoogte hielden van de ontwikkelingen in het rijk. Andersom konden ze instructies naar plaatselijke bestuurders of legers laten uitgaan. Op deze wijze had de postdienst voornamelijk een functie voor het vervoeren van bestuurlijke en militaire berichten. 
Na de val van het West-Romeinse rijk raakte de postdienst in verval. Daarna hebben de kerken een eigen postdienst georganiseerd, in een tijd dat 'lezen en schrijven' een privilege was. Vandaar ook dat de eerste burgerlijke postdiensten door universiteiten werden gesticht. Ook de grote handelshuizen van Europa richtten hun eigen postdienst op.


De familie Taxis[bewerken]

Janetto Tasso uit Cornello bij Bergamo stamde uit een familie die voor de doge van Venetië en voor de paus in Rome postdiensten verzorgde. Nadat koning Maximiliaan zich te Innsbruck had gevestigd was duidelijk dat de Habsburgers behoefte hadden aan een snelle berichtgeving in hun West-Europese rijk. Hij stelde nog in 1490 de als 'familieopperhoofd' beschouwde Jan(etto) aan als koeriermeester. Deze organiseerde met zijn broer Frans (Francesco), die als de eigenlijke stichter van de postkoerierdienst aanzien wordt, en neef Jan Baptist (Johann Baptista) Tasso, of algauw Taxis, een estafettepostdienst naar Rome en later ook naar het Franse hof. Ze gebruikten daarbij vaste overslagpunten (postae stationes), waaruit later het woord post voortkwam. Ook tussen de Bourgondische Nederlanden en Innsbruck was er sinds 1490 een postverbinding.

De oorspronkelijke paardenwisselstations lagen ongeveer 35 tot 40 km uit mekaar. Op grotere afstanden in poststations wisselden ook ruiters of - bij de Rijnvaarten - louter postbegeleiders, en lag eventueel nieuwe post klaar. Een dagetappe reikte in de zomer een 180-tal kilometer ver. Tot 1495 (poststation Rheinhausen) kon een estafettewissel allicht wel eens minder vlot verlopen. Ten laatste in 1496 waren de Tasso's ook voor Maximiliaans zoon Filips de Schone werkzaam in de Nederlanden. Er kwamen verbindingen naar Brugge en Gent. In het postverdrag van 1505 tussen Filips en Frans Tasso/Taxis schreef men in de Franstalige tekst de naam als 'de Tassis' en de estafette-eindpunten in de Nederlanden waren toen soms Mechelen, soms Brussel; na 1516 echter alleen Brussel.[1][2]

Pas na eenvoudige adelverheffing in 1512 gebruikten de Taxis als naam 'von' of 'van Taxis' - Jan Baptist misschien pas bij zijn huwelijk in 1514 met Christina van Wachtendonk "zu Hemissem". De familie ontving de grafelijke titel in 1624 en wijzigde in 1650 officieel de naam in 'Thurn und Taxis'.[N 1] In 1695 werd de vorstelijke titel prins verleend.[1][2]

In 1501 werd Frans Taxis (1450-1517) door de Spaanse koning Filips de Schone tot Kapitein en Meester der Posterijen benoemd. Zo veel staat in een in Mechelen in 1522 opgemaakte notariële akte. Frans starttte de estafetteverbinding vanuit de Nederlanden.

De familie Thurn und Taxis[bewerken]

Rond 1600 werd de koninklijke postdienst in Europa openbaar en kon iedereen er gebruik van maken. Voor deze dienst moest betaald worden en zo werd post versturen voor veel landen een belangrijke bron van inkomsten. 
Bijna 355 jaar had de familie Thurn und Taxis het lokale en interlokale postverkeer in eigendom in Italië, Oostenrijk, Duitsland, Hongarije, Spanje en de Lage Landen (Nederland, België en Luxemburg). Tot aan het einde van de 18e eeuw werd de post vervoerd door postiljons (koeriers te paard met een posthoorn). Op het toppunt van hun macht hadden de Thurn und Taxis 20.000 mensen in dienst tussen de Baltische Zee en de Rots van Gibraltar. Ze bezorgden de post van stad tot stad en haalden ook de brieven op. De afzender telde het aantal poststukken, schatte de afstand die de brief moest afleggen en betaalde aan de postiljon een overeengekomen bedrag. Vaak was de afstand veel langer dan de schatting en moest de geadresseerde het verschil bijbetalen.

Het beroep van postiljon was ook heel gevaarlijk. Dikwijls werd hij overvallen door struikrovers. Hier komt verbetering in met de eerste postkoetsen. De koetsiers waren gewapend (en voorzien van een posthoorn) om eventuele overvallers af te schrikken.

Napoleon Bonaparte doorbrak het postmonopolie en zo ontstonden de aanzetten voor de latere staatsposterijen in Europa. Tot 1867 gaven de Thurn und Taxis nog postzegels uit in de hen overgebleven postgebieden: een klein aantal hertogdommen en hanzensteden. In dat jaar moesten ze hun postrechten afgeven nadat ze in de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog de verkeerde zijde hadden gekozen.

Het eerste wapen van Thurn und Taxis bevat een posthoorn, die men terugvindt in de emblemen van Europese postbedrijven (en op menige brievenbus aan de huisdeur). Uitvindingen van Thurn und Taxis zijn niet alleen de postzegel, de postcode en een Europees stratenboek (1790). Ook de taxi dankt zijn naam aan hun postbedrijf en aan de gele kleur die de Thurn und Taxis gebruikten, herkent men her en der in de wereld taxi's. De Thurn und Taxis zijn in de loop der eeuwen opgeklommen in de adellijke rangen tot en met het prinsdom en zijn nu nog aan diverse koningshuizen geparenteerd.

De posthoorn[bewerken]

Een kleine hoorn ging van meet af aan mee op weg met de postrijder. Hij meldde met de hoorn zijn aankomst aan zodat de volgende ruiter klaar kon staan om de post over te nemen en zijn paard de sporen te geven. Dat waren eerst runderhoorns, later metalen hoorns. Leonard von Taxis wist in 1597 te bereiken dat de posthoorn zelfs een keizerlijk beschermd voorrecht werd van zijn postrijders: anderen mochten geen hoorn gebruiken. Tot 1710 werd erover geruzied. Toen pas kreeg Taxis zijn zin.(bron?) 
Niet alleen om de aankomst of het vertrek te melden, was de hoorn nodig. Toen de post met een koets getrokken door 8 paarden werd vervoerd aan de hoge snelheid van 20 kilometer per uur, was de hoorn ook nodig om het langzamere verkeer te waarschuwen. 
Net als in de jacht kwamen er naar behoefte signalen bij. Er ontstond een muziekvorm rond de posthoorn: Bach, Händel, Telemann, vader en zoon Mozart, Haydn, Beethoven, Schubert, Meyerbeer en Mahler gebruikten de posthoorn, met of zonder ventielen.

Suske en Wiske: De kleine postruiter[bewerken]

Bij de gelegenheid van 500 jaar postverkeer tussen Mechelen en Innsbruck werd een extra verhaal van Suske en Wiske uitgegeven: Met een geheimzinnige oude brief waarin alleen met moeite het woord Mechelen is te onderscheiden, gaan de stripavonturiers via de teletijdmachine van professor Barabas naar het Mechelen van 1490. 
De geheime brief van de Spaanse koning Ferdinand voor Maximiliaan in Innsbruck is het centraal thema. Lambik, Suske en Wiske vervangen de ruiter die door de kwaderikken is neergestoken. Vanuit Brussel gaat het via Mechelen - ze logeren daar bij Margareta van Oostenrijk - over Tongeren, Eupen, Blankenheim en Alzey naar Worms. Tijdens de rit heeft de kleine postruiter Franco Bollo een rol in het verhaal, een magisch verkleinde Italiaanse edelman die Lambik het leven zuur maakt.[N 2] Voorbij Göppingen vallen onze vrienden in de Inn en bereiken ze de Hofburg waar ze hun boodschap afleveren: het blijkt een voorstel tot huwelijk tussen Maximiliaans zoon Filips en Ferdinands dochter Johanna van Castilië te zijn. Ook blijkt dat de kleine Franco Bollo verliefd is op Johanna en dat hij daarom de brief wilde onderscheppen. Als dank voor deze veilige postbezorging, krijgt Frans van Tassis de opdracht de postdienst Mechelen - Innsbruck op te zetten tegen een vergoeding van 1.200 pond per jaar.

De Jachthoornblazers Sint-Hubertus in Mechelen[bewerken]

Jachthoornblazers waren uitgenodigd de vijf-en-een-halve dag durende herinneringsrit luister bij te zetten die vanuit Mechelen op donderdag 21 juni 1990 op weg ging naar Innsbruck. 
Eén van hun blazers had een exemplaar van De kleine postruiter in zijn bezit met daarin de eerstedagsafstempeling van de speciale herinneringspostzegel. Ook in Duitsland (1 DM) en in Oostenrijk (5 OeSH) werd een postzegel met Der kleine Postreiter van Albrecht Dürer uitgegeven. Hongarije bracht naar die gravure een filatelistisch postblok 'Johann Taxis' met postzegel (50 Ft) uit.[3]

Galerij[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  1. 1,0 1,1 Franz von Taxis op de Duitse Wikipedia (versie 2011-11-07 die nog steeds ongewijzigd was op 2012-10-10, dus met hoge betrouwbaarheid)
  2. 2,0 2,1 Niederländischer Postkurs op de Duitse Wikipedia (versie 2012-07-28 die nog steeds ongewijzigd was op 2012-10-10, dus redelijke betrouwbaarheid)
  3. Dürer (cf. Yvert & Tellier: Timbres d'Europe de l'Est - tome 4, 1ère partie, Hongrie) (Hongarije blok 2)

Voetnoten[bewerken]

  1. Voorvaders waaronder reeds sinds rond 1450 baronstitels, worden 'Tasso', 'Tazzo', 'de Tazzo' en 'de Tazzis' gespeld. Tasso (het dier 'das' dat nog lang in het familiewapen bleef) zou via het Duitse Dasch met een 'x'-klank tot Taxis veranderd zijn. Het gekozen 'Thurn' stond voor in hedendaags Duits 'Turm' en Nederlands 'toren'. 'Thurn und Taxis' heet in het Nederlands soms ook 'Thurn en Taxis' hoewel dit eigenlijk de bedrijfsnaam te Brussel werd.
  2. Franco Bollo was welbekend in Italië en reed met de post. Naast een verkleinde figuur stond links franco en rechts of ook links bollo op menige oude francobollo (letterlijk: frankeerzegel; lees: postzegel).