Postverbinding Mechelen - Innsbruck

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen

Ga naar: navigatie, zoeken
Frans van Taxis

Translation : History of the postal services in Mechelen

Inhoud

Beschrijving

In 1501 werd Frans van Taxis (geboren in Italië als Francisco Tasso of Tassis 1450-1517) door de Spaanse koning Filips de Schone tot Kapitein en Meester der Posterijen benoemd. Zo veel staat in een in Mechelen in 1522 opgemaakte notariële akte. Deze van Taxis was de oprichter van de Europese posterijen met Brussel als hoofdzetel. De eerste postverbinding was er al eerder, nl. in 1490 in Italië tussen de Doge van Venetië en de Paus in Rome. Ze gebruikten daarbij vaste overslagpunten (postae stationes), waaruit later het woord post voortkwam. Op die posten stonden verse paarden klaar en mogelijk nieuwe post. Ze legden toen 25 tot 170 km per dag af. De, inmiddels tot Graaf Thurn und Taxis geworden, Frans richtte de verbinding op tussen Brussel en Wenen. De Habsburgers hadden behoefte aan snelle berichtgeving in hun West-Europese rijk. Later breidde men deze verbinding uit naar Brugge, Gent en Mechelen

Geschiedenis van de Post

Het woord Post komt uit het Arabisch en betekent zoveel als Verzonden. Daarna gebruikten de Romeinen het woord in Posita (Een naam voor een halte of wisselplaats) van de Cursus Publicus (Een persoon die mensen, goederen maar ook brieven en pakjes vervoerde tussen deze posten). Men neemt aan dat de postdiensten niet lang na het ontstaan van de geschreven taal zijn begonnen. Door deze postdiensten werden geschreven berichten vervoerd en doorgegeven. In de oudheid maakten de heersers gebruik van goed georganiseerde koeriersdiensten die hen op de hoogte hielden van de ontwikkelingen in het rijk. Andersom konden ze instructies naar plaatselijke bestuurders of legers laten uitgaan. Op deze wijze had de postdienst voornamelijk een functie voor het vervoeren van bestuurlijke en militaire berichten. 
Na de val van het West-Romeinse Rijk raakte de postdienst in verval. Daarna hebben de Kerken een eigen postdienst georganiseerd. Het was een tijd dat Lezen en Schrijven een privilege was. Vandaar ook dat de eerste burgerlijke postdiensten door Universiteiten werden gesticht. Ook de Grote Handelshuizen van Europa richtten hun eigen postdienst op.


De familie Thurn und Taxis

Rond 1600 werd de Koninklijke Postdienst in Europa openbaar en kon iedereen er gebruik van maken. Voor deze dienst moest betaald worden en zo werd post versturen voor veel landen een belangrijke bron van inkomsten. 
Bijna 355 jaar had de familie Thurn und Taxis het lokale en interlokale postverkeer in eigendom in Italië, Oostenrijk, Duitsland, Hongarije, Spanje en de Lage Landen (Nederland, België en Luxemburg). Tot aan het einde van de 18de eeuw werd de post vervoerd door Postiljons (koeriers te paard met Posthoorn). Op het toppunt van hun macht hadden de Thurn und Taxis 20.000 mensen in dienst tussen de Baltische Zee en de Rots van Gibraltar. Ze bezorgden de post van stad tot stad en haalden ook de brieven op. De afzender telde het aantal poststukken, schatte de afstand die de brief moest afleggen en betaalde aan de Postiljon een overeengekomen bedrag. Vaak was de afstand veel langer dan de schatting en moest de geadresseerde het verschil bijbetalen.

Het beroep van postiljon was ook heel gevaarlijk. Dikwijls werd hij overvallen door struikrovers. Hier komt verbetering in met de eerste postkoetsen. De koetsiers waren gewapend (en voorzien van een Posthoon) om eventuele overvallers af te schrikken.

Napoleon Bonaparte doorbrak het postmonopolie en zo ontstonden de aanzetten voor de latere Staatsposterijen in Europa. Tot 1867 gaven de Thurn und Taxis nog postzegels uit in de hen overgebleven postgebieden : een klein aantal Hertogdommen en Hanzensteden. In dat jaar moesten ze hun postrechten afgeven nadat ze in de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog de verkeerde zijde hadden gekozen.

Het eerste wapen van Thurn und Taxis bevat een Posthoorn die je terugvindt in de emblemen van Europese Postbedrijven (En op menige brievenbus aan de huisdeur). Uitvindingen van Thurn en Taxis' zijn niet alleen de Postzegel, de Postcode en een Europees Stratenboek (1790), maar ook de Taxi dankt zijn naam aan hun postbedrijf. En ook de gele kleur (de Oostenrijkse Rijkskleur) die de T&T's gebruikten zie je her en der in de wereld als kleur van taxi's. De Thurn en Taxis zijn in de loop der eeuwen opgeklommen in de adellijke rangen tot en met het Prinsdom en zijn nu nog aan diverse Koningshuizen geparenteerd.

De Posthoorn

Een kleine hoorn ging van meet af aan mee op weg met de Postrijder. Hij meldde met de hoorn zijn aankomst aan zodat de de volgende ruiter klaar kon staan om de post over te nemen en zijn paard de sporen te geven. Dat waren eerst Runderhoorns, later werden dat metalen hoorns. Leonard von Taxis wist in 1597 te bereiken dat de posthoorn zelfs een Keizerlijk Beschermd Voorrecht werd van zijn postrijders. Anderen mochten geen hoorn gebruiken. Tot 1710 werd erover geruzied. Toen pas kreeg Taxis zijn zin. 
Niet alleen om de aankomst of het vertrek te melden, was de hoorn nodig. Toen de post met de Koets (met 8 paarden) werd vervoerd (Met een hoge snelheid van 20 kilometer per uur) was de hoorn ook nodig om het andere langzamere verkeer te waarschuwen. 
Net als in de Jacht kwamen er, naar behoefte, signalen bij. En er ontstond een muziekvorm rond de Posthoorn : Beer, Bach, Handel, Thelemann, Vader en zoon Mozart, Van Beethoven, Haydn, Schubert en Mahler gebruikten de Posthoorn (Met of zonder ventielen).

Suske en Wiske : De Kleine Postruiter

Bij de gelegenheid van 500 jaar Postverkeer tussen Mechelen en Innsbruck leverden de makers van Suske en Wiske een nieuw avontuur af. Met een geheimzinnige oude brief waarin alleen met moeite het woord Mechelen is te onderscheiden, gaan ze via de tijdmachine van professor Barabas naar het Mechelen van 1490. 
De geheime brief van de Spaanse koning Ferdinand voor Maximiliaan in Innsbruck is het centraal thema. Lambik, Suske en Wiske vervangen de ruiter die door de kwaderikken is neergestoken. Vanuit Brussel gaat het via Mechelen - ze logeren daar bij Margareta van Oostenrijk - naar Tongeren, Eupen gaat het over Blankenheim en Alzey naar Worms. Tijdens de rit voegt zich de Kleine Postruiter in het verhaal. Het is Franco Bollo, een Italiaanse edelman die Lambik het leven zuur maakt. Voorbij Göppingen vallen onze vrienden in de Inn en bereiken ze de Hofburg waar ze hun boodschap afleveren : het blijkt daar het huwelijksaanzoek van Filips de Schone (zoon van Maximiliaan) voor Johanna van Castilië (de dochter van Ferdinand) te zijn. En blijkt ook dat de kleine Franco Bollo verliefd is op Johanna en dat hij daarom de brief wilde onderscheppen. Als dank voor deze veilige postbezorging, krijgt Frans van Tassis de opdracht de Postdienst Mechelen - Innsbruck op te zetten tegen een vergoeding van 1.200 pond per jaar.

De Jachthoornblazers Sint-Hubertus in Mechelen

Jachthoornblazers waren uitgenodigd de vijf-en-een-halve dag durende herinneringsrit die vanuit Mechelen op weg ging naar Innsbruck luister bij te zetten. Dat gebeurde op donderdag 21 juni 1990. 
Eén van hun blazers heeft een exemplaar van De kleine Postruiter in zijn bezit met daarin de eerstedagsafstempeling van de speciale herinneringspostzegel. Ook in Duitsland (1 DM) en in Oostenrijk (5 OeSH) werd een postzegel met de Kleine Postruiter van Albrecht Dürer uitgegeven.

Externe Links

Galerij

Persoonlijke instellingen
contacteer ons
Deel dit artikel