Peter en Jan Engels

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
Ga naar:navigatie, zoeken
English.gif Clockmakers in Mechelen
De speeltrommel in de Mechelse Sint-Romboutstoren

Pe[e]ter (ofte Pieter) en Jan Engels (ofte Ing[h]els) waren uurwerkmakers in de 16e eeuw. Peter had in Geraardsbergen en dan Dendermonde geleefd en kwam bij aanbieding van een mooie klus te Mechelen wonen in de Begijnenstraat maar overleed er te gauw. Het werk werd voleind door zijn veronderstelde broer, zoon ofwel neef Jan,[1] die ondertekende als "horologiemaker der stadt van Mechelen".[2]

Sint-Romboutstoren te Mechelen[bewerken]

Stadsrekeningen tonen dat Jan van Hinghene [N 1] in 1372 de opdracht had gekregen een mechanisch uurwerk te installeren en het jarenlang had onderhouden. Al in 1385 had Jan Stoop dat torenuurwerk van de toenmalige kleinere Sint-Romboutskerk vervangen, aan een gereduceerde prijs omdat hij het oude voor zich wou. Jan Staes paste in 1388 - '89 het systeem aan om de uurslag op de klok te laten uitvoeren door een mansbeeld, welk door geëigende vaklui uit hout was gesculpteerd, van koperen armen en handen voorzien, beschilderd en verguld. Ongeveer een jaar eerder had Staes al een loopwerk met uurslaande figuur binnenin de oude kerk boven het orgel geïnstalleerd. Zulks bestond al sinds 1375 boven het Schepenhuis en werd er vervangen door een van Vrancke Wouters I in 1480 - '81, rond welke tijd ook de nog zeer jonge Sint-Janskerk een uurwerk kreeg.

Voor de huidige Sint-Romboutstoren werd al tijdens de bouw een groot nieuw uurwerk in 1510 gepland maar de stadsuurwerkmaker, geelgieter Vrancke Wouters II,[N 2] plaatste pas in 1527 - '28 — een flink jaar nadat de tijdelijke veiligheidsafstand tussen de nog jonge eigenlijke kerk en toren werd gedicht — het raderwerk, gekoppeld aan de in 1524 gegoten klok Karel. Haar kwartierslagen werden door drie kleine klokjes aangekondigd.[3] In 1557 besloot het stadsbestuur om die zogenaamde voorslag te vervangen door een automaat met 18 klokjes, zodat de Mechelse burgers met een deuntje zouden gewaarschuwd worden voor de zware klokslag. Voor het maken van dit tuig trok het stadsbestuur Peter Engels aan, waarbij de nodige holle ijzeren cilinder ook steekpinnen voor aansturing van nadien toe te voegen klokjes moest accepteren. Hij overleed voor die speeltrommel klaar was.

Jan Engels, bij akte van 18 december 1560 aangenomen als stadshorlogemaker, werkte deze eerste Mechelse speeltrommel verder af en koppelde ze in 1564 met het aangepaste raderwerk van Wouters.[1] Uitvoering van de op die hoogte van 75 meter aan elk van de vier buitenzijden van de toren verwachte uurwijzerplaat, werd echter afgeblazen tot in 1705 - '6[4] Jacob Wilmore voor dat wereldrecord mocht zorgen. Ze werden ernstig beschadigd door vijandelijk mortiervuur in het begin van de Eerste Wereldoorlog en dan losgekoppeld en uiteindelijk verwijderd.

In 1733 was de speeltrommel erg versleten en onmogelijk te herstellen. Op voorstel van de Antwerpse smid en stadshorlogemaker Jan de Hondt [5] liet men op 3 september van dat jaar een nieuwe trommel gieten uit versleten kanonnen.

In 1788 kocht de stad Mechelen 4.657 in onbruik geraakte ijzeren tanden, afkomstig van de Antwerpse beiaardtrommel. Ze worden tot op de dag van vandaag gebruikt. Een andere grote reeks tanden in de toren zijn vermoedelijk afkomstig van de ijzeren eerste speeltrommel van Peter Engels.[6]

Rammel[bewerken]

De 'rammel' is dit beschreven automatische klokkenspeelwerk van de Sint-Romboutstoren. Deze volkse benaming dateert uit de lange periode van erg onregelmatige en rammelende klanken door intense slijtage van dit tijdsmechanisme. In een geluidsopname uit 1952 hoort men de (eerder toevallig mee opgenomen) toenmalige halfuurmelodie met halfuurslag terwijl beiaardier Staf Nees er gewoon doorheen speelt. Na dan uit pure miserie enige decennia tot stilte gedwongen geweest te zijn, laat de tot haar oude glorie herstelde 'rammel' zich sinds 2009 opnieuw aanhoren.

Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijlekerk te Mechelen[bewerken]

Jan Engels onderhield niet alleen van de Sint-Romboutstoren het uurwerk. In rekeningen van de Mechelse Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijlekerk werd melding gemaakt, voor een eerst in 1594, van een vergoeding aan hem tot onderhoud van ook haar uurwerk.[7]

Dendermonde[bewerken]

In 1548 bestelde de stad Dendermonde een nieuw uurwerk bij Peter Engels, toen nog woonachtig te Geraardsbergen, voor het Dendermondse belfort. Het uurwerk werd gekoppeld aan een beiaard van 15 klokken die, vermoedelijk, werden gegoten door Jacob Waghevens uit Mechelen.

De geleverde uurwerkklok, versierd met verschillende heiligenbeelden, droeg als opschrift: "Salvator ben ik gegoten van Jacop Wagevens Intjaer ons Heeren 1548" en woog ongeveer 1.560 kg. Deze uurwerkklok was gegoten uit de restanten van een uurwerkklok uit 1526 en ander brons, dat daartoe vanuit Dendermonde naar Mechelen was getransporteerd.[N 3]

Dat er een innige samenwerking bestond tussen Peter Engels en Jacob Waghevens wordt bewezen door een samenwerkingscontract uit 1557. Maar ook de bestelling van een beiaard, door de stad Oudenaarde in 1556, als aanvulling op het horloge van Peter Engels, getuigt van een soort van samenwerking. [8]

Walcheren[bewerken]

Aangaande Arnemuiden op het toenmalige eiland Walcheren vermeldt een 19e-eeuwse inventaris van het Zeeuws Archief enige malen de naam van Jan Engels:
• Regestnr. 292, 27 augustus 1582: "Burgemeesters en tresoriers der stad Arnemuijden zijn met meester Jan Ingels zoon,[N 4] horlogemaker van Mechelen, overeengekomen, dat deze laatste voor het horloge en de klokken, door Arent van Thuyl, koopman te Antwerpen, aan de stad verkocht, maken en leveren zal 200 'gevijsde' noten, 4 ijzeren handen tot wijzers en 4 raders met toebehooren, benevens alle de hamers en klepels en al het benoodigde ijzerwerk om het horloge en de klokken te doen gaan, slaan, spelen en beieren, uitgezonderd het ijzerdraad, om de hamers en klepels te trekken; voorts, dat hij het horloge en de klokken alhier zal komen schoonmaken, stellen, hangen enz., voor de som van 125 gulden Brab. en voor hem en een knecht den mondkost, zoolang hij hier met dit werk zal bezig zijn."
• Regestnr. 302, 19 januari 1583:"Jan Ingels zoon, horlogemaker der stad Mechelen, belooft het horloge en het slagwerk, door hem op de kerk der stad Arnemuyden gesteld (zie nr. 292), voor den tijd van een jaar te zullen onderhouden en fouten en gebreken te herstellen, en zulks alleen tegen de kosten van overkomst."
• Regestnr. 316 ca. 30 april 1583: "Meester Pieter van den Ghein doet den heeren van het bestuur der stad Arnnernuden in tegenwoordigheid van meester Jan Ingels en Jan de Vrijer, klokkespeler te Mechelen, als getuigen, eene opgaaf van het gieten van klokken."[9] Deze P[i|e]eter II Van den Gheyn goot later op aanbeveling van Arnemuiden ook klokken voor een nabijgelegen kleiner stadje waarvoor ook Jan Engels werkte: Van hem is het uurwerk uit 1598 in het torentje van het raadhuis van Veere.

Filmlinks[bewerken]

—————— Sint-Romboutstoren Mechelen ——————
Uurwerkkamer
De beiaard van Sint-Rombouts – Het steken van melodieën
(video en uitleg door Rudi van de Poele)


——— Carillon makers ——— (Speeltrommel @ 3'34 of 6'35)
De 'rammel' in 1952


Externe links[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  1. 1,0 1,1 1564: de eerste ijzeren speeltrommel. Sint-Romboutstoren. Stad Mechelen (Toerisme). Nagezien 2016-11-07.
  2. Midavaine, Jan H.. Uurwerken, klokken en beiaarden in Veere en Zanddijk (afl. 1 van 2). Nehalennia afl. 159 (voorjaar 2008) p. 41, voetnoot 12. Online: Calameo. Nagezien 2016-11-03.
  3. 1385 en 1527: de eerste torenuurwerken in de Sint-Romboutstoren. Sint-Romboutstoren. Stad Mechelen (Toerisme). Nagezien 2016-11-10.
  4. De 4 uurschilden of uurplaten van de Sint-Romboutstoren te Mechelen – Voorgeschiedenis
  5. Onze-Lieve-Vrouwekathedraal Antwerpen - Het automatisch speelwerk
  6. Sint-Romboutstoren - Een nieuwe speeltrommel
  7. Cosaert, Koen. Mechelen - Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijlekerk. Vlaamse Beiaardvereniging, Brugge. Nagezien 2016-11-05.
  8. Dendermonde Belfort - De Waghevensbeiaard (1548-1549)
  9. Regestenlijst. 1200 Stad en Gemeente Arnemuiden 1431-1857 (1892). Zeeuws Archief; Online: Archieven.nl (2016). Nagezien 2016-11-07.

Voetnoten[bewerken]

  1. Van Doorslaer las in stadsrekeningen "Janne Johis sone van hinghene" en "Jan Johis sone van hinghene" en gaf dit ook weer als "Jan Johannis sone van hinghene" en begreep het als "Jean van Hinghene, fils de Jean".
  2. Stadsuurwerkmaker Vrancke Wouters I overleed voor 1496 en werd opgevolgd door zijn zoon Vranck(e) II en daarna diens zoon Adriaan.
  3. De Dendermondse Salvator is niet te verwarren met de Mechelse vijftig jaar eerder door Simon Waghevens gegoten Jhesus die in 1638 tot Salvator herdoopt is bij hergieting door Peter IV Van den Gheyn en Peter II De Clerck, in 1766 een halve toon uitgedraaid werd door Andreas IV Jozef Van den Gheyn en in 1884 door Andreas Lodewijk Jan Van Aerschodt, afstammeling Van den Gheyn, nogmaals hergoten is tot sindsdien nog bijna 8 ton zware bourdon van Sint-Rombouts 'oude beiaard' (met nog een Jhesus of Yhesus van 480 kg, door Hendrik Waghevens in 1480 voor het Schepenhuis gegoten).
  4. De omschrijvingen "Jan Ingels zoon, horlogemaker van Mechelen" en ..."der stad Mechelen", alsof het om een zoon van Jan Ingel[s] gaat, zijn verwijzingen uit 1892 naar 16e-eeuwse Zeeuwse handschriften. Indien deze niet door Mechelen Mapt geziene originelen echter "Jan Ing[h]elszoon" of "Jan Ing[h]elsz" zouden vermelden (of wat daar toen als equivalente spelling gold), noemden ze allicht de uurwerkmaker Jan een zoon van ene Ing[h]el[s], bijvoorbeeld van Peter. Zulks lijkt waarschijnlijk vermits in die contreien Jan een decennium later nog zelf actief was en gezien de Mechelaar Michiel Ywijns (of bvb. IJssewyn) er met uitgang -sz genoteerd was geweest. Van deze was wel de schoonvader maar niet de vader ter plaatse bekend. Eindigen op -szoon verduidelijkte dat de identiteit niet gepreciseerd werd door een tweede voornaam maar wel via vaders voornaam wijl velen nog geen familienaam hadden ofwel via diens reeds de facto ontstane; daarnaast kon een als herkenbaar patroniem ingelaste voornaam onderscheid maken tussen voornaamgenoten met eenzelfde familienaam. Vermits bijvoorbeeld wijlen Peter niet voor Zeeland had gewerkt, kon een schrijving als 'Jan Peterszoon Ingels' er moeilijk verwacht worden.