Mechelse Catechismus

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
Ga naar:navigatie, zoeken
English.gif Roman Catholic tutorial
Een exemplaar van de Mechelse Catechismus

De Mechelse Catechismus (ontstaan in 1607) was een leerboek voor kinderen die gebruikt werd door de Rooms-Katholieke Kerk in het hele Vlaamse land en delen van Nederland. Het werd ook gebruikt ter voorbereiding van de Eerste en Plechtige Communie. Het bestond uit vragen en antwoorden i.v.m. dingen over het Christendom en hoe een goed Christen zich aldus moest gedragen. Het boek werd omgeschreven als helder en klaar, en niet mals voor schismatieken en ketters. Het boek werd over het hele land gedrukt, maar bevatte overal dezelfde naam: Mechelse Catechismus. Ook de Protestanten hadden een leerboek in dezelfde stijl maar wat beknopter: "De Heidelbergse Catechismus". Deze stamde uit de 16de eeuw en was niet mals voor Rooms-Katholieken. En de structuur van de Catechismus doet ook denken aan wat de Getuigen van Jehova gebruiken in "De Wachttoren".

Misvieren en het afnemen van de biecht gebeurden vroeger op een stipt uur. In de namiddag werden dan de vespers en het lof gezongen, dat werd voorafgegaan door de catechismusles van de kinderen volgens de Mechelse Catechismus.

De Mechelse Catechismus vermeldde menselijke deugden, die mensen met liefde moesten integreren in hun werk, hun goedheid, hulpvaardigheid, eerlijkheid, vriendelijkheid, zachtheid, doorzettingsvermogen, terughoudendheid, wijsheid en inzicht. Een groep van vier deugden, namelijk: Voorzichtigheid, Rechtvaardigheid, Sterkte en Matigheid werden 'kardinale deugden' genoemd.

Enkele vragen en antwoorden uit de Mechelse Catechismus waren, bijvoorbeeld:

  • Vraag 28 uit de Mechelse Catechismus: Is God op alle plaatsen?
  • Antwoord: Ja, God is op alle plaatsen.
  • Vraag: Waarom worden engelen afgebeeld met vleugels?
  • Antwoord: Om aan te tonen met welke snelheid zij de geboden van God volbrengen.

Een gebod verbood alle afgoderij, superstitie, toverij, heiligschennis, ketterij en alle ongelovigheid, wanhoop en haat tegen God. (Heksen werden door de Kerk afgeschilderd als duivelaanbidders met als gevolg de heksenvervolging: "Tooverij is met de hulp des Duivels iets wonderbaars uitwerken".

In de Mechelse catechismus stond een uitspraak: "Er bestaan zonden tegen de Heilige Geest, waarvoor men nooit vergiffenis kon bekomen. Een ervan was: de Welgekende Waarheid bestrijden".