Mechelse woorden en uitdrukkingen

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
Ga naar:navigatie, zoeken
English.gif Dialect words and phrases from Mechelen
Een Mechelse conversatie?

Het dialect in Mechelen is rijk aan woorden en uitdrukkingen.

Deze pagina toont Mechels in een eigenzinnige spelling, ontworpen om de uitspraak te verduidelijken: Al wat men hoort wordt geschreven; elke letter of lettercombinatie wordt uitgesproken en steeds met dezelfde klank (al mag men een medeklinker verdubbelen om foutieve lezing door eerder aangeleerde spellingsregels te voorkomen). Wil je meer weten, lees alle details.

Regels en hoe men ervan afwijkt[bewerken]

Algemene kenmerken van het dialect en grammaticale bijzonderheden: Mechels staat vol dt-fouten!

Algemeen Nederlands van A tot Z naar Mechels[bewerken]

Bekijk de woordenlijst A-Z met een aardige greep uit het meest typerende alledaagse en het bijzonderste Mechels. Je wordt er allicht verrast door enige taalkundige wetenswaardigheden en opmerkelijke verschillen met de standaardtaal.

Mechelse uitdrukkingen[bewerken]

In Mechelen staat het water in de straten van aan het station tot aan het Seminarie. In Mεchɘlɘ staa-g-ɘt waatɘr in dɘ straatɘ van an dɘ staasɘ tot an 't Semmɘnaarɘ.[N 1]
Hoe zegt een Mechelaar bijvoorbeeld dat iemand arm is?
  • εrmœj is troof
  • 't is krot en kompannee
  • a zit in dɘ krot
  • a zit ɘr slecht vui[N 2]
  • a-j-ei ginnɘ rottɘn bal
  • a-j-ei ginnɘ rottɘ frang
  • a-j-ei gin brœk nɘmie-j-an zɘ gat
  • a-j-ei ginnɘ naagɘl œm [an] zɘ gat tɘ krabbɘ
Gereed geld, inzake op zich: Hij is platzak.
  • a-j-is rɘus
  • a-j-ei ginnɘn bal œp zak
Tot in de dood: Hij kreeg een armoedige begrafenis.
  • a-j-is bɘgravɘ van dɘn εrrɘmɘ
Flegmatisch/cynisch/zwart humoristisch aanmerken ɘr me ɘn kao-j-and aan koumɘ
Nog geen trek hebben nog ginnɘn œngɘr emmɘ
Grote trek hebben in frietjes ɘn sɘrjuizɘ gœsting emmɘ vɘu früt
Beschonken zijn ɘn bεεs aan emmɘ
Braken (Slang) ouvɘr a tœng kakkɘ
Gaan slapen dɘr in doakɘ/kroapɘ
Staan niksen
  • stan kœkɘloorɘ
  • an 't geiloegɘ zaon
  • 't plaffon van dɘ Groetɘ Mεt sjgildɘrɘ
Loom afwachten, niet opgestart raken me doe jœng zittɘ
Hard werken avvɘ nikkɘl afdroajɘ
In een flits
  • œp nɘn ik en nɘ flik[N 3]
  • œp nɘn ik en nɘ gao
Dat allemaal dien ielɘ santɘbœttik
Zwaar verliezen (voetbal, kaartspel...)
  • sɘrjuis œp a kas[N 4] kraoge
  • goo-j-afgɘdroegd wɘurrɘ / good afgɘdroegd wɘurrɘ
Net in de wind of op de tocht staan/zitten in dɘn trek staan/zittɘ[N 5]
Een verkoudheid opdoen ɘn valling œpsjgaorɘ
Stilaan ziek worden eet is an 't brœiɘ
Hij verbeeldt zich een ziekte. A-j-is zeek an z'n kreek.
Hij heeft het lelijk te pakken. A-j-ei-g-ɘt goo vlaggɘ.
Je had het mogen houden. G' ad ɘt muigɘ-n-aovɘ.
Dat gaat niet samen. Da-d-akkordεεrt ni.
Ik blijf de hele tijd thuis, kom niet meer buiten. 'k Koum mɘ kot ni mi-j-oat.
Dat kan ík niet betalen. Da kan dɘn broanɘ ni trekkɘ.
In tegenstelling tot iemand anders: Da kan maonɘn broanɘ ni trekkɘ.
Wat ben je bereid hiervoor te betalen? (Bargoens) Wa sjgɘuft da?
Hebben ze je beetgenomen (met nadelig gevolg)? Emmɘ z' ɘn pad in ao kɘurrɘf gɘzet?
Een hemdslip hangt uit zijn broek. Zɘ vlag ang-d-oat.
Ik zal dat ding eens scheef/recht trekken. (ook figuurlijk) 'k Zal ɘr is nɘ vrœng an gεεvɘ.
Dat wordt een hele aanpassing. Da zal ɘ gεttɘkɘ vaarɘ.
De tijd is er nog niet rijp voor. 't Is nog wa vreug vɘu dɘ neef pattatsjɘs.
Omwille van welke gelegenheid? (pejoratief) Tɘr ierɘ van welkɘn aolɘgɘ?
Zij/[hij] zwijgt voor niemand. Da-d-is ien[ɘ] me-j-ɘ frank blad.
Tevens rad van tong, uitsluitend m.b.t. een vrouw: (informeel) Di-j-ei-d-ɘr tœng ni-j-œp ɘr gat.
Tevens welbespraakt, gewoonlijk m.b.t. een vrouw: Z' is ni œp ɘr (/ A-j-is ni œp zɘ) mɘundsjɘ gɘvallɘ.
Tevens welbespraakt, gewoonlijk m.b.t. een man: A-j-is ni œp zɘnɘ (/ Z' is ni œp uirɘ) mond gɘvallɘ.
Hij werkt op mijn zenuwen. Die werkt œp mɘn sεskɘs.[N 6]
Flegmatischer uitgedrukt: Die werkt œp mɘ gɘmood.
Ik krijg daar het heen-en-weer van. 'k Kraog ɘr dɘ wɘubbɘs van.
Sterker uitgedrukt: Da' s vɘu-j-a kas van œp tɘ frεttɘ.[N 7]
(Slang) Da 's vɘu(-j-a) nɘ floorɘ-n-aap van tɘ sjgaotɘ.
Een oude Mechelse uitdrukking die men gebruikte tegen een hardnekkige zeveraar: (Slang) Frεt a kas œp, sjgεt kallottɘ en ga-d-a parrük in Parraos vɘrkoepɘ.[N 8]
Vergeet dat maar! Tɘreire Zjeraar!
Daar komt niks van in huis! (Slang) Da zal tεεgɘ zɘn sjokkɘdaozɘ zεn!
Die persoon heeft bij mij afgedaan.
  • (informeel, ±Slang) Dien ei-d-in m'n raapɘ gɘsjgεεtɘ.
  • Dien ei ba mao afgɘdaan.
  • Vɘu mao [paat][N 9] kan die gan lottɘ.
Jij hebt geluk. (informeel, eig. Slang) Gao-j-et peet.
Je slaat de nagel op de kop. Gɘ zit ɘr bœnk œp.
Bespottelijk! Hɘ![1]
Wat is dat voor flauwekul? Wa-d-is da vɘu treut?
Jij bent niet goed wijs. Gao vangt.
Ben je blind of zo? Ed-dɘ ga prüt in a oegɘ?
Ik ken niks van voetbal. Ik wεεt nul dɘ bottɘ van dɘ fœtbal.[N 10]
Hij is zo vol van <interessesfeer/eigenschap>
  • A-j-aasɘmt ... oat.
  • Dɘ(n) ... lüpt 'r af.
  • Dɘ(n) ... drɘupt ɘr af.
Hij reageert niet, houdt zich stil of van de domme. A mooft[N 11] ni.
Het is hoog tijd dat je gehoorzaamt! Gɘu-dɘ na bɘkan lɘustɘrɘ![N 12]
Plotsklaps, een ongemeen luide slag! Iniens nɘn bœnk van 'k kan ni mie.
Vanaf de top van de Sint-Romboutstoren kan je het Atomium zien. Van œp dɘn Tourɘ kün-dɘ dɘ Bollɘ zeen.
Prietpraat:
Drie rijken reiken naar rijke karren op een rijtje.
Fantɘrlok:
Drao raokɘ raokɘ na raokɘ kaorɘ-n-œp ɘ raokɘ.
Baar (golf op zee) ɘn baar baarɘ ɘ baarɘkɘ
Baar (staaf met rond profiel) ɘn baar baarɘ ɘ borrɘkɘ
Boor (gereedschap) ɘn bour bourɘ ɘ bourɘkɘ
Boer (landbouwer) nɘn boor boorɘ ɘ bœrrɘkɘ

Demonstratieve zinnen[bewerken]

  • As g' eemand nɘ rεchsɘn dirεctɘ vɘrküpt ma ginnɘ rεchsandɘgɘ zε, kan 't krœm of rεcht zaon, œk links en rεchs in dɘ rεchtspraak.
  • In ghiel Vlɘundɘrɘ klappɘ z' in uilɘ patwa van 'twie' oftɘwel 'drao' man en nɘ pjeirɘkop as 'r tɘ waonɘg vollɘk was. In Mεchɘlɘ is drao-j-al ɘn bɘgankɘnis.
  • Zegt is εttœp: 't Sjgεnt da nɘ gɘsjgourɘ sjgellɘm sjgokkɘnd sjgriet as 'm versjgillɘgɘ kierɘ sjgandalɘg œp z'n sjgoen sjgoonɘ mœt sjgaotɘ.

Hollands / Mechels[bewerken]

Een chroot zakkie patat met feel meeyo ɘ groet pak früt me vuil majonneis
Jeetje! Ammaj mɘnɘ frak / mɘn εrrɘmɘ / m'n oer!
Jus d’orange appɘlseensap
Hup! Vɘroat-Achtɘroat!

Mechelse versus Algemeen Nederlandse betekenis[bewerken]

Schelen : Sjgillɘ Schillen : Sjgellɘ
Deksel : Sjgεεl Scheel : Sjgeil
Spuwen : Spiekɘ Spieken : Afzeen
Kindje : Kinnɘkɘ (ZdNL) Kinneke : Knεppɘkɘ
(AN) mooie schoen : (ZdNL) schone schoen sjgoen sjgonɘ (Mechels) : mooie schoenen (AN)
(AN) 10 tenen : (AN) tien tenen teen tienɘ (Mechels) : 10 tenen (AN)

Opgevangen[bewerken]

  • Mechelen ligt iets ten zuiden van de gemeente Kontich en een eind ten noorden van Waterloo. Conversatie tussen twee 'Mechelessen' achter mekaar middenin een wachtrij, toen één even niet snel erg dicht aansloot :
"Achtɘr Kontɘch woent ɘr nog vollɘk."
"Ja, en vui Waatɘrloe-j-oek."

Filmlinks[bewerken]

Mechelse woorden
Plezant bootjevaren ‍'Oep ze Mèchels'‍


Trends in het Mechels: overeenkomsten en verschillen met AN[bewerken]

  1. Uitroepen: Het minachtende Hɘ! is allicht het enige Mechelse woord waarin een 'h' hoorbaar is, en dan meteen ongemeen sterk aangeblazen wijl net voor de korte maar benadrukte doffe ɘ (met diverse varianten naar net zo korte ui of ɘu toe) een aanzet als naar ch doorschemert. Bij de iets ingehouden versie blijven de lippen stijf op mekaar zodat de neusklank ɘ slechts varianten kent naar œ of bijna ü toe. Naargelang de spreker en de omstandigheden, kan in beide versies zeer veel gevoel gelegd worden. Langerekter en meestal als neusklank, is vlak en dof: 'Ja, vertel verder.' of op hogere toon 'Ah dat is verhelderend!'. Hɘ!-Hɘ! betekent 'Ik begrijp het, ja!' en al dan niet als neusklank ɘ!-ɘ! 'Pas op, niet doen'. Poogt men "k-hɘ" of "k-chɘ" te zeggen wijl de lippen potdicht blijven, zegt de neus 'Dat is inderdaad bespottelijk!'. In overtreffende trap met aangehouden 'ch'-poging blijft de 'ɘ' vanzelf achterwege; indien men ondertussen de lach inhoudt, draagt men er zorg voor het snot niet uit de neus te jagen.
    De andere korte uitroepen zijn Aa! (Ha!, Aha! of op hoge toon: Pijn!), Oa! (dof: Jammer!, kan zelfs enige deelneming uitdrukken, of ietsje hoger van toon: Wat raar!), Oo? (Hoezo?), Ou! (Stop!!!) ook met tweeklank Ouœw! (Stop, 't is/was [bijna] te laat!), Ee! (eigenlijk het woord 'hier', als bevel), εε(la)! (Hee!, Hela!) en Ei! (Vies!) dat kan variëren tot langgerekte klare Ui of naar op hoge toon (Afgrijzend!); een naar eu zwemende Ui... drukt aarzeling uit. Varianten met 'h' zijn van uitheemse origine, hoewel Ahaa! sinds decennia ingeburgerd is en uitzonderlijk vervormt tot een langgerekte Ahao! die aan het eind diftongeert tot bijna ɘ. Dit laatste kan ook wel bij enkele andere voormelde en langgerekte uitroepen voorkomen maar lijkt evenzeer van vreemde invloed of als een soort overtreffende trap uit het Platmechels te stammen.

Voetnoten[bewerken]

  1. Zie ook Frans Broersstraat
  2. Dɘr (of ɘr) goo/slecht vui zitte betreft de huidige financiële toestand. Dɘr (of ɘr) goo/slecht vui staan betreft de verwachting van een toekomstige toestand: dikwijls de gezondheid, maar ook elk ander belang kan bedoeld worden.
  3. Hier: snel als een hik en een vingerknip. Vingerknippen is (me-j-a vingɘrɘ) flikkɘ. Buiten de geijkte uitdrukking volgt op nɘ flik, meervoud flikkɘ, soms me-j-a vingerɘ tot onderscheid van de ook te Mechelen meest gebruikelijke informele termen voor politiebeambte(n) [FR un flic, des flics]. Wellicht leidden de gelijkluidende Mechelse termen voor een 'hik' en 'ik', tot de woordspeling œp nɘn ik en nɘ gao, 'op (de tijd van) een ik en een gij'.
  4. Letterlijk is iemands kas de borstkas, figuurlijk eerder de ganse persoon.
  5. Het Mechelse in dɘn trek/trok staan heeft nooit de figuurlijke betekenis van 'met aflasting bedreigd zijn' als het AN 'op de tocht staan'.
  6. In de regio Vlaams-Brabant zou "de floereseskes" een zekere kinderziekte geweest zijn, die vooral figuurlijk overleeft: "de floereseskes van iets krijgen" ('het ervan op de heupen krijgen') - Bron: www.vlaamswoordenboek.be. Bepaalde epilepsieaanvallen zijn typisch voor kinderen en kunnen uitgelokt worden door emotionele stress; zijn "seskes" en in 't Engels seizures dan (ook etymologisch) verwant? Het Mechels kent geen "floorɘsεskɘs" maar wel verwante figuurlijke uitdrukkingen met hetzij sεskɘs hetzij nɘ floorɘ-n-aap, naast de vogeltjes sεskɘs (AN 'sijsjes').
  7. Nagelbijten is een teken van nervositeit; in extremis zou men zich de (borst)kas kunnen opvreten.
  8. Hoewel het Slang taalgebruik verhinderde dat elke Mechelaar de uitdrukking om iemand tot zwijgen te brengen ooit hoorde, raakte ze in andere milieus zelfs wat schertsend tot kameraden gericht.
  9. AN 'een part' is ɘ paat. AN 'Wat mij betreft...' (mijn opinie) is Vɘu mao paat... doch 'wat mijzelf aangaat' (over mij) is wa-t-da mao aangaa.
  10. Dɘ fœtbal, veelal met het bepaald lidwoord, is het Engelse 'football' met lokale uitspraak 'bal', niet afgeleid van 'voetbal' want 'voet' klinkt in 't Mechels als voot.
  11. Movɘ is bewegen, ɘ mœvɘment een beweging, geleend uit het Frans doch met Mechelse uitspraak.
  12. Letterlijk: 'Ga je nu bijna luisteren!' 'Gehoorzamen' is geen Mechels, gevolg geven aan het gehoorde is steeds lɘustɘrɘ, 'luisteren'. 'Bijna' is bɘkan of bɘkanst. Op het dreigend ironisch zoals een vraag geformuleerde klassieke bevel, zou een repliek als Nog ni bekanst! ('Ik denk er niet aan!') destijds iemand allicht ɘn labbabbɘl rond z'n oerɘ, 'een klets om zijn oren' bezorgd hebben.