Welkom op Mechelen Mapt! Onze pagina's zijn beveiligd tegen spam of vandalisme.
Fout ontdekt? Mee bijdragen? E-mail ons of registreer u gratis en anoniem om te bewerken.

Margaretha van Oostenrijk (1480-1530)

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
(Doorverwezen vanaf Margareta van Oostenrijk)
Ga naar: navigatie, zoeken
English.gif Margaret of Austria, at Mechelen regent of the Habsburg Netherlands
Standbeeld van Margaretha van Oostenrijk in Mechelen

Margaretha van Oostenrijk, geboren te Brussel op 10 januari 1480 en overleden te Mechelen op 1 december 1530, werd achtereenvolgens dauphine van Frankrijk, princesa consorte van Asturië en duchesse consort van Savoye doch voor koningin-gemalin van Engeland bedankte ze vriendelijk maar beslist. Ze bestuurde als landvoogdes (1506 –1515) en regentes (1517 –1530) de vroege Habsburgse Nederlanden vanuit Mechelen. Hier bracht ze haar Hof van Savoye tot "een centrum stralend van kunst en schoonheid".[1]

Margot la gentil' damoiselle[bewerken]

De enige dochter van Maximiliaan van Habsburg, de latere aartshertog van Oostenrijk en keizer van het Heilige Roomse Rijk, en Maria van Bourgondië werd genoemd naar haar meter Margaretha van York, de derde echtgenote van Maria's in de Slag bij Nancy gesneuvelde vader Karel de Stoute. Sinds diens dood woedde de Bourgondische Successieoorlog. Bijna negen maanden na Maria's dodelijke val van haar paard, met zolang een Gentse 'gijzeling' [N 1] tot jolijt van Lodewijk XI, "de meest verschrikkelijke koning die Frankrijk ooit gehad heeft",[2] van Margaretha's anderhalf jaar oudere broertje Filips voor wie elders Maximiliaan het regentschap uitoefende over het niet door Lodewijk ingepalmde restant van het geërfde rijk der Bourgondische hertogen, bleven bij de Vrede van Atrecht op 23 december 1482 nog amper de Nederlanden aan de voorlaatste 'Hertog van Bourgondië', een Habsburger.

Dit verdrag werd bezegeld door de tweejarige Margaretha te verloven met de twaalfjarige Franse dauphin — aan wie al ruim vijf jaar eerder Maria was besproken geweest maar die het tegen de volwassen Maximiliaan had moeten afleggen. Pas na de strenge winter werd de kleine Margaretha van Gent naar het hof van deze een jaar nadien in mei 1484 tot koning gekroonde Karel VIII gevoerd. Diens negen jaar oudere zus Anna van Beaujeu[N 2] voedde haar uitstekend op. Maximiliaan, sinds 1486 reeds koning van Duitsland, moest van de Staten-Generaal het regentschap over Vlaanderen opgeven om na ruim vier maanden Brugse gevangenschap in mei 1488 los te mogen.[N 1] In 1491 gaf Karel papa Max het nakijken door te huwen met de ertoe gedwongen Anna van Bretagne, die reeds met de handschoen Maximiliaan getrouwd was maar haar dan binnengevallen hertogdom aldus wist te behouden. Bij de Vrede van Senlis van 22 mei 1493 werd puber Margaretha aan haar vader teruggegeven en Filips moest aan zijn titel en aanspraken van 'Hertog van Bourgondië' verzaken. De opstanden in het graafschap Vlaanderen tegen Maximiliaan waren al bijna een jaar geluwd toen op 22 juni 1493 Margaretha te Mechelen arriveerde. Haar aldaar bij Margaretha van York opgevoede broer werd in 1494 meerderjarig verklaard en die nam zelf het bestuur in handen. Deze Filips de Schone, le Beau (niet te verwarren met de eeuwen eerdere Franse koning Filips de Schone, le Bel ) huwde op 21 oktober 1496 in Lier Johanna, een dochter van Ferdinand de Katholieke van Aragon en Isabella van Castilië.

Enkele maanden daarna ging zus Margaretha toch een troonopvolger huwen: Johanna's broer Johan van Aragon en Castilië. Bij haar overvaart naar Spanje begin 1497 bedacht Margaretha speels daags na een zware storm op het Kanaal voor zichzelf een fijnzinnig cynisch grafschrift:
"Cy gist Margot, la gentil' damoiselle,
   Qu'eust deux marys, et si mourust pucelle"
.[3][N 3]

Dame & douairière Marguerite[bewerken]

Geen half jaar na hun in Spanje spectaculair gevierde huwelijk in april, bezweek de twintigjarige Johan (Don Juan), allicht aan tbc, naar verluidt totaal uitgeput door feestelijkheden, blijde intredes en echtelijke plichten. Hun nadien prematuur geboren dochtertje stierf vrijwel meteen — Zodus zou uiteindelijk Margaretha's schoonzus Johanna koningin van 'Spanje' worden, inzake van de koninkrijken Castilië in 1504 en Aragon in 1516. Met een pas in 1500 gestorven andere rechthebbende was wijl Margaretha nog tot in september 1499 in Spanje bleef, niet voorzien dat Filips de Spaanse kroon zou dragen. Om politieke redenen, met goedkeuring van de sinds 1498 Franse koning Lodewijk XII, werd haar terugkeer over land naar de Nederlanden over zowat een half jaar gespreid, onder vierhonderd man sterk escorte vanwege broer Filips. De geboorte van diens zoon en erfopvolger vernam ze bij naderen van de Franse noordgrens. Ze versnelde haar reis zodat ze op 7 maart 1500 Kareltjes doopmeter werd, evenals diens overgrootmoeder Margaretha van York, in de Gentse Sint-Janskerk (nu Sint-Baafs). Meteen daarop schonk zijn vader het hertogdom Luxemburg aan het naar keizer Karel IV, wiens kleindochter dat hertogdom in de Bourgondische erflanden had gebracht, en tevens naar overgrootvader de Stoute genoemde jongetje, zodat dit dikwijls Karel van Luxemburg genoemd is geweest.

Bustes Filibert & Margaretha door Conrat Meit (British Museum)

In november 1501 huwde Margaretha hertog Filibert de Schone van Savoye. Ze liet de feitelijke regeerder René de Grote Bastaard van Savoye (fr), die door haar man in 1499 als 'echt' zijn halfbroer verklaard was, beschuldigen van heulen met het Zwitsers Eedgenootschap zodat die het tot het Heilige Roomse Rijk behorende hertogdom ontvluchtte. Margaretha nam de teugels in handen en deed ervaring op die haar in de Nederlanden nog zou van pas komen. Haar hoflid Jean Lemaire de Belges: "Ze heeft inzicht verworven in de geloofwaardigheid, het dienstbetoon, de vriendelijkheid en de standvastigheid van de enen, het bedrog, het schade berokkenen, de perversiteit en de lichtzinnigheid van de anderen. Ze kende zowel de volharding als de betrekkelijkheid in de menselijke gevoelens." Nog immer kinderloos verloor ze tragisch haar tweede daadwerkelijke gemaal na amper drie jaar, door een longontsteking opgedaan bij overvloedig drinken van ijskoud bronwater op een hete dag na een jachtpartij in zijn geboortestreek Ain. Volgens gelofte aan zijn overleden moeder, Margaretha van Bourbon waaraan hij op zijn sterfbed had herinnerd, liet Margaretha bij Bourg-en-Bresse het in verval rakende benediktijnerklooster van Brou flink uitbreiden, er de onvolprezen Lodewijk van Bodeghem [4] de Sint-Niklaas-van-Tolentijnkerk bouwen en voor binnenin Conrat Meit zijn inmiddels beroemdste werk beeldhouwen: de grafmonumenten voor haar man, diens moeder en reeds voor haarzelf. Ondanks de Intercursus Malus, een bedenkelijk akkoord tussen Filips en weduwnaar Hendrik VII van Engeland om diens koningin te worden, verkoos ze de weduwenkap tot het einde van haar dagen te dragen en in Franstalige gedichten onder meer haar rouwgevoelens te verwoorden.

Margaretha in Mechelen[bewerken]

In 1504 werd het in 1477 afgeschafte Parlement van Mechelen heropgericht als Grote Raad: "Ten eerste bevelen wij dat deze Grote Raad zal verblijven in onze stad Mechelen... Zowel voor de pleidooien als voor de andere zaken zal de Raad vergaderen in het stadhuis van Mechelen, waar het Parlement gewoon was zitting te hebben."

Politiek[bewerken]

In november 1504 werd Johanna koningin van Castilië maar tot regeren bleek ze niet bekwaam. Dat deden haar vader Ferdinand en daarna haar man Filips. Er zouden al onevenwichtige symptomen bespeurd zijn nadat ze die naar Mechelen was gevolgd. Het voor Bourgondisch textiel zeer nadelige verdrag Intercursus Malus (en) werd door gastheer Hendrik VII in 1506 opgedrongen na Filips' schipbreuk voor de Engelse kust, op weg om voor Johanna op te treden, maar noch door Margaretha noch internationaal erkend en zou niet van kracht worden. Filips dood op 25 september 1506 bracht zijn weduwe overduidelijk tot de toenaam de Waanzinnige, Juana la Loca. Ze deed pas afstand van zijn overal mee naartoe gesleurde gebalsemde lijk dankzij Ferdinands overtuigingskracht.[N 4] Hoewel ze tot haar dood in 1555 officieel koningin zou blijven, werd haar zoontje bij tante Margaretha opgevoed om na de overlijdens van Ferdinand de koningskroon en van Maximiliaan de keizerskroon te dragen. Deze laatste, regent voor zijn kleinzoontje, belastte Margaretha op 18 maart 1507 officieel met de landvoogdij over de Nederlanden. Zodus werd Mechelen de bestuurlijke hoofdstad. Daartoe deed ze vooral een beroep op haar hofraad, voorloper van de Geheime Raad.

Tijdens haar beleidsperiode was ze voortdurend begaan met de belangen van de Habsburgse dynastie en stond ze erg wantrouwig tegenover het Franse vorstenhuis. Willem van Croy, wiens vader was opgevoed met Karel de Stoute en de verloving van Maximiliaan met Maria had geregeld, was een hoflid van Filips de Schone en had op 10 augustus 1501 bij de aartsbisschop van Besançon, Frans van Busleyden[N 5] (broer van Jeroom die net dan zijn nog bestaande paleis te Mechelen bouwde), mede een babyhuwelijk getekend voor Kareltje en Claude,[N 6] dochtertje van Anna van Bretagne en haar nieuwste echtgenoot-koning Lodewijk XII, maar reisde in 1501 -'03 niet mee naar Spanje. Na Filips dood was Willem verantwoordelijk voor de financiën van de Habsburgse Nederlanden en opperbevelhebber van het leger. Zijn gewilligheid naar de Franse kroon toe en verdediging eerder van de belangen van de Nederlanden dan de Habsburgse, maakte hem niet bepaald Margaretha's favoriet aan haar hof maar vanaf 1507 voedde in feite hij (samen met de latere paus Adriaan Boeyens uit Utrecht) Kareltje op; in 1509 officieel als tutor, onttrok hij de negenjarige aan haar hof.

Toen Margaretha toenadering zocht tot de koning van Engeland en deze samen met het leger van Maximiliaan de Franse troepen in Normandië versloeg, kwam door haar bemiddeling op 10 maart 1508 een Vrede van Kamerijk tot stand, waarbij overigens Kareltje voorbestemd werd koning Hendrik VII's en la Loca‍'s jongste zus Catharina van Aragons dochter Maria Tudor te huwen. Hij zou evenwel niet deze katholieke voorvechtster Mary maar wel Isabella van Portugal trouwen en eens weduwnaar de rouwkleur blijven dragen (en toch nog een buitenhuwelijkse dochter verwekken) en uiteindelijk huwde zijn zoon Filips II in 1554 wel die (elf jaar oudere) Bloody Mary.

Als gunst aan de hertog van Norfolks schoonzoon die sinds 1512 als diplomaat van Hendrik VIII bij Margaretha vertoefde, werd zijn door haar la petite Boleyn genoemde dochter van de lente 1513 tot de herfst 1514 aan een Hof te Mechelen opgeleid: bij Margaretha zelf zoals Karel ofwel met diens zussen Eleonora, Isabella en Maria bij Margaretha van York aan de overzijde van de straat. In Mechelen werden geen documenten teruggevonden die van haar aanwezigheid getuigen maar voor ze haar wereldberoemde hoofd verloor werd een voor Anna opgetrokken paleis opmerkelijk geïnspireerd door het Hof van Savoye.

Toen Karel in 1515 meerderjarig werd verklaard op aandringen van Willem van Croy bij Maximiliaan, leefde Margaretha enige tijd teruggetrokken. Nadat hij wegens het overlijden in 1516 van Ferdinand de Katholieke naar Spanje was vertrokken om er de troon te bestijgen, belastte hij la bonne tante Margaretha voor haar tweede maal met de regering over de Nederlanden, dit keer zelf als regentes.

Opnieuw behartigde zij vooral de Habsburgse belangen. Eén van haar successen was de verkiezing van haar jonge neef tot keizer Karel V in 1519, wat gepaard ging met een hervatting van de oorlog tegen Frankrijk (zie slag bij Pavia), waarbij de Franse koning de soevereiniteit over Artesië verloor. Samen met de koningin van Frankrijk ijverde ze voor een vergelijk, wat op 3 augustus 1529 tot de Damesvrede van Kamerijk (Paix des Dames) leidde, waarbij Frans I definitief afstand deed van alle aanspraken op Kroon-Vlaanderen en Artesië. Tijdens de laatste tien jaar van haar bewind liet Karel V het gehele bestuur over de Nederlanden op haar schouders rusten.

Cultureel[bewerken]

Tot aan het einde van het Ancien Régime was het verzamelen van kostbare rariteiten nog het voorrecht van mensen van stand. Het Hof van Mechelen herbergde onder Margaretha van Oostenrijk een collectie koralen en luxegerei uit de hele wereld en de allereerste verzameling Azteekse kunstvoorwerpen in Europa.

Kunstenaars vonden hun weg naar Margaretha's Hof van Savoye. In 1518 werd de Brusselaar Bernard van Orley hofschilder en de Haarlemmer Jan Mostaert ereschilder (‍'painctre aux honneurs'‍ ).[5] In 1525 werd ook de Hollander Jan Cornelisz Vermeyen haar hofschilder. Conrat Meit was haar meester-beeldhouwer (‍'maistre tailleur de pierre'‍ ).[1] De Brusselaar Pieter De Pannemaker, die in 1522 haar hofwever-stoffeerder was geworden, verloor die titel wegens het vijf jaar daarna bijwonen van lutherse hagenpreken.[N 7][6] De wetenschappelijke belangstelling van Margaretha stond op een lager pitje. Eén van haar beschermelingen was de kabbalist, magiër, occulte schrijver Heinrich Cornelius Agrippa von Nettesheim, wel feminist-avant-la-lettre en leraar van de Nederlandse arts Johannes Wier. Zijn bijtende kritiek op de wetenschap De incertitudine et vanitate scientiarum bleef eeuwenlang de bijbel van de meest verwoede sceptici van de in die tijd vorderende moderne wetenschap. Uit de teruggevonden helft van de 390 boeken die Margareta naliet, blijkt de Bourgondische traditionele voorkeur voor ridderromans, historische werken en encyclopedieën zoals de 13e-eeuwse driedelige Trésor van Brunetto Latini.[N 8] Daarnaast waren er enkele filosofische uit de klassieke oudheid maar nauwelijks iets van wetenschappelijke aard.[7]

Testament[bewerken]

Ten gevolge van een slepende beenkwaal stond ze in 1530 het bewind over de Nederlanden af aan de graaf van Hoogstraten Antoon I van Lalaing. Vanuit Mechelen schreef ze nog op 30 november haar laatste brief, aan Karel V, vergezeld van haar testament. Met aandrang verzocht ze hem de vrede te bewaren, zowel met de koning van Frankrijk als met die van Engeland. Ze haalde de ochtend niet meer.

In vele opzichten kan men Margaretha's regering beschouwen als een tijd van rust en welvaart.

Klooster van Brou en Margaretha's stoffelijk overschot[bewerken]

Het in opdracht van Margaretha volgens haar eisen en dan gedurende haar Mechelse jaren levenslange opvolging in de periode 1506 –'31 verwezenlijkte klooster met de Sint-Niklaas-van-Tolentijnkerk van Brou werd in het eerste seizoen van Le Monument préféré des Français(fr) op France 2 televisie in 2014 uit een selectie van 120 bouwsels aller tijden in Frankrijk, verkozen als de ultieme laureaat; een hulde aan middeleeuwse Brabantse bouw- en beeldhouwkunst die kan tellen. Zie ook Filmlinks.

In de flamboyantgotische kloosterkerk zijn bij het koor de drie door Conrad Meit in witte Carraramarmer (fr) uitgevoerde praalgraven met maar liefst vijf gisanten: één op het graf van Margaretha van Bourbon doelbewust in voor haar tijdperk (1438 –'83) passende laatgotische stijl en in toen jonge renaissancestijl twee van haar zoon Filibert boven elkaar op zijn tombe en zo ook twee van Margaretha op de hare. Het gebalsemde lijk was te Brugge ondergebracht geweest tot de kerk het jaar na haar overlijden af was.

Zoals in die tijd gebruikelijk voor dode hoogadellijken, werden enkele van Margaretha's lichaamsdelen naar haar wens apart bewaard: in het Brugse klooster van de annunciaten, een in 1501 door de jongste zus van haar eertijdse verloofde Karel VIII gestichte orde waarin ze vergeefs had gehoopt zich na haar politieke taak terug te kunnen trekken, haar hart en in de toenmalige Sint-Pieterskerk, die in verbinding stond met haar paleis te Mechelen, haar ingewanden. Deze werden overgebracht naar de tegenoverstaande huidige Sint-Pieters-en-Pauluskerk maar die stoffelijke resten onder een eenvoudige gedenksteen zouden in de vroege 21e eeuw naar verluidt spoorloos verdwenen zijn bij restauratie van de kerkvloer. Brugge bleek al een paar eeuwen eerder 'harteloos'.[N 9] Grondradaronderzoek leidde eind 2016 tot opbreken van een vloertegel en daaronder een stukje recente betonplaat zodat de locatie van de urne met Margaretha's ingewanden opnieuw gekend is.[8]

Standbeeld (stip links) en voormalig paleis (rechts) van Margaretha

Paleis van Margaretha van Oostenrijk[bewerken]

Margaretha's opvolgster Maria van Hongarije, een zus van Karel, vestigde zich ondanks haar Mechelse opvoeding te Brussel. De Grote Raad, die in 1616 van het Schepenhuis naar het vermaarde paleis verhuisde, bleef echter in de Dijlestad tot de bestuurlijke en justitiële herindeling in de Franse tijd. Nog immer noemt men de gebouwen van de sindsdien arrondissementele rechtbank het Gerechtshof al is het hof van beroep in de provinciehoofdstad. Hof van Savoye is vooral een 21e-eeuwse modenaam. De 400 jaar rechtspraak in éénzelfde nog ruim 100 jaar ouder complex, verdiende stedelijke viering in 2016.

Standbeeld van Margriet[bewerken]

Op de grens Steenweg - Schoenmarkt staat haar standbeeld, gemeenzaam 'Maggrit', van de hand van de Mechelse beeldhouwer Joseph Tuerlinckx. Tot 2004 stond het in het midden van de Grote Markt, waar het in 1849 was onthuld. De opschriften op de majestueuze sokkel werden aangebracht na goedkeuring in 1854 van volgende Latijnse tekst[9] (hier vertaald):

margaretae
austriacae
belgio praefectae
literarum et artium
quas et ipsa coluit
fautrici
pacis cameracensis
auctori

cui mechlinia
altera patria fuit
regnante leopoldo i
s.p.q.m.
p p.
mdcccxlix.

Margaretha
van Oostenrijk.
Regentes der Nederlanden.
Van Letteren en Kunsten,
welke zij [ook zelf] beoefende,
begunstigster.
Van de Vrede van Kamerijk,
bewerkster.

Voor wie Mechelen
de andere vaderstad werd.
Tijdens de regering van Leopold I
[door] Bestuur en Volk van Mechelen
voor eigen rekening
[in] 1849.

Galerij[bewerken]

Filmlinks[bewerken]






Externe links[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  1. 1,0 1,1 (fr) Beaucamp, F.. De Boom (Ghislaine). — Les Collections artistiques de Marguerite d'Autriche. — Extrait de la Revue de l'Université de Bruxelles (T. XXXVI, n° 2 (1930-1931), pp. 291-318). Revue du Nord, tome 18 n° 70 p. 139 -145. Université de Lille (1932). Nagezien 2016-05-08.
  2. (fr) Petit-Dutaillis, Charles. Chap. I: Louis XI. Premières années de règne. Livre III: Le règne de Louis XI et le gouvernement des Beaujeu. Histoire de France, Tome IV — Charles VII. Louis XI et les premières années de Charles VIII (1422-1492). Online: François-Dominique Fournier (2004 -2016). Nagezien 2016-05-09.
  3. (fr) Rousselet, P.; Puvis, Marc Antoine (éd.). Histoire et description de l'église de Brou, élevée à Bourg par les ordres de Marguerite d'Autriche, entre les années 1511 et 1536. Cinquième édition (Google Book) p. 14. Bottier, Bourg (1840). Nagezien 2016-04-08.
  4. (fr) Wauters, Alphonse. Bodeghem, Louis van. Biographie nationale de Belgique, Tome 2. (1868) (Online: Wikisource). Nagezien 2016-05-19. Lodewijk van Bodeghem, een der laatste architecten in laat-gotisch Brabantse stijl (Flamand in de tekst is niet accuraat).
  5. Delmarcel, Guy. Het Vlaamse wandtapijt van de 15de tot de 18de eeuw (Google Book) p. 119. Lannoo (1999). Nagezien 2016-05-08.
  6. (en) State, Paul F.. Pannemaker. Book 14: Historical Dictionary of Brussels. Historical Dictionaries of Cities, States, and Regions. Scarecrow Press (2004. Online: Academic, Romania). Nagezien 2016-05-28.
  7. Halleux, Robert; Opsomer, Carmélia; Vandersmissen, Jan. Geschiedenis van de wetenschappen in België van de Oudheid tot 1815 p. 100. (1898. Online: Dbnl). Nagezien 2016-05-12.
  8. Urne van Margaretha van Oostenrijk is gevonden. Het Nieuwsblad (2016-12-14). Nagezien 2016-12-15.
  9. (fr) Bulletin de l'Académie Royale des Sciences, des Lettres et des Beaux-Arts de Belgique, Tome 21 Part 1. Académie royale..., Brussel (1854) (web: The Internet Archive 2009). Nagezien 2013-05-11.

Voetnoten[bewerken]

  1. 1,0 1,1 De steden Ieper, Brugge en Gent verzetten zich tegen de dure oorlogen die Maximiliaan voerde om Bourgondische gebieden te behouden of te heroveren en diens uitholling van het door Maria nog vóór hun huwelijk, bij haar vaders dood noodgedwongen toegestane Groot Privilege (waarbij ook het Parlement van Mechelen was opgedoekt). Hun particularistisch ingestelde Staten in de Staten-Generaal betwistten Maximiliaans regentschap en ze lieten zijn zoontje 'vertegenwoordigen' door een voogdijraad die buiten die Vlaamse kern geen of met tegenzin erkenning vond maar Maximiliaan vooral tegenover de Franse koning verzwakte.
  2. Anna van Beaujeu was nog geboren op het kasteel van Genepiën toen in onenigheid met zijn vader Karel VII van Frankrijk, Lodewijk en zijn jonge vrouw Charlotte van Savoye daar tot aan zijn kroning jarenlang verbleven had als gast van Filips de Goede, vader van Karel de Stoute. Anna begeleidde Margaretha al tijdens haar reis vanaf Hesdin naar het kasteel van Amboise, waar de verloving plechtig gevierd werd op 22 juli 1483 en waar overigens op 1 december van dat jaar Charlotte overleed.
  3. Middelfrans. Simpelere moderne versie:
    "Ci gît Margot, gentille Demoiselle,
       Deux fois mariée & morte pucelle."
     — "Hier ligt Margriet, nobele Jongedame,
          Twee keer getrouwd & maagd gestorven."

    (fr) Krafft, Jean Laurent. Histoire générale de l'auguste Maison d'Autriche, Vol. 1 (Google Book) p. 420. Veuve de G. Jacobs, Brusselles (Bruxelles, Brussel) (1744). Nagezien 2016-04-08.
    Meer versies in: Bilderdijk, Willem. Geschiedenis des vaderlands. Deel 5 (Pdf) p. 237 -239. H. W. Tydeman, P. Meyer Warnars, Amsterdam (1834) (Online: Dbnl 2007). Nagezien 2016-04-08.
    Telkens moet ‍'maris'‍ of ‍'mariée'‍ begrepen worden als zich door de al dan niet bedisselde beloftes tot trouw(en) gebonden geacht of gevoeld; er was nog geen huwelijk voltrokken.
  4. Mechelen Mapt acht een mate van aandikken om Johanna gek verklaard te krijgen opdat haar vader Ferdinand haar koninklijke macht kon usurperen, niet betrouwbaar te verifiëren.
  5. Frans van Busleyden was eerder door Maximiliaan en vooral Margaretha van York als leermeester gekozen voor Filips en had voor hen en later zijn pupil veel diplomatieke missies vervuld. Hij had in 1497 nog als proost van Sint-Donaas het evangelie gelezen bij de blijde intrede van Filip de Schone in Brugge en was daarna nog proost geweest van de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwekerk (heden kathedraal). Filips had geijverd om hem tot aartsbisschop te benoemen en zou van de paus gedaan krijgen hem al in het geheim kardinaal te maken maar nog voor die pauselijke ordonnantie zou Frans sterven.
  6. De Franse koning Lodewijk XII zag de band met de Habsburgers nooit echt zitten en na het overlijden van zijn vrouw Anna in 1514 konden Karel en Claude het helemaal vergeten.
  7. De Habsburgers verwierven later ook werk van Pieters zoon Willem De Pannemaker, die nog zou werken voor beroerde katholieke heersers over de Nederlanden: een volgende bewoner van het Hof van Savoye, kardinaal-aartsbisschop Granvelle, en een volgende landvoogd, Alva.
  8. Mechelen Mapt vraagt zich af of recentere degelijke en wetenschappelijk interessantere encyclopedies van Georgio Valla (fr) (1501), Gregor Reisch (de) (1503) of Johann Turmair (Johannes Aventinus) (de) (1517) tussen die van Margaretha zaten. Tevens of de teruggevonden boeken representatief waren of net verschillend van de verloren helft uit haar bibliotheek.
  9. Margaretha's grootvader de Stoute en haar moeder werden in aparte Brugse kerken begraven. Zijn lichaam is niet teruggevonden zodat zijn praalgraf dat later bij dat van zijn dochter werd opgericht, leeg bleef. In diezelfde Onze-Lieve-Vrouwekerk wordt ook het hart van de Schone en enige broer van Margaretha bewaard. Na afschaffing van de annunciaten werd het hare in 1785 in de Sint-Donaaskathedraal naast dat van haar overgrootvader de Goede en diens ingewanden bijgezet maar bij de afbraak in 1798, verdwenen beider resten. De ingewanden te Mechelen en haar hart te Brugge hadden op mekaar gelijkende praalgraven, die elk vernield raakten. Brou boert beter.