Welkom op Mechelen Mapt! Onze pagina's zijn beveiligd tegen spam of vandalisme.
Fout ontdekt? Mee bijdragen? E-mail ons of registreer u gratis en anoniem om te bewerken.

Louis Royer

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
Ga naar: navigatie, zoeken
English.gif A 19th century sculptor from Mechelen, who emigrated to Holland

Louis Royer,[N 1] geboren te Mechelen op 1 augustus 1793 en overleden TE Amsterdam op 5 juni 1868, maakte enige schilderijen maar was vooral beeldhouwer. Na reeds zeer verdienstelijke prestaties in eigen streek, was tijdens de tweede helft van zijn leven in Nederland geen ander van vergelijkbaar geacht niveau werkzaam.

Levensloop[bewerken]

Het geboortehuis van Louis Royer was de Kruisdrager in de Lange Nieuwstraat.[N 2] Hij was een zoon van de landmeter 1e klas Johannes of Jan Royer en diens vrouw Barbara Le Maître. Ze woonden in een hoekhuis in de Hazestraat toen in 1804–'05 ofte XIII van de Franse Republiek een broer tot het leger opgeroepen werd; deze zou sneuvelen. Hoewel eerder voorzien was geweest dat Louis in de voetsporen van zijn vader zou treden, was hij aan de Academie in Mechelen gedurende ruim acht jaar een leerling van Jan-Frans van Geel, tussen 1810 en 1818. Reeds in 1810 haalde hij er de eerste prijs tekenen naar levend model, maar zou bovenal beeldhouwer worden. In 1816 ontving hij van de Antwerpse Maatschappij van Schone Kunsten een gouden medaille voor zijn beeld Hébé den nektar aan Jupiter schenkende, waarop hij bij zijn woning in de toenmalige Peperstraat door de Mechelse Academie werd ingehaald en hij haar aanbod zelf les te geven afsloeg. Voor een halfverheven beeldhouwwerk op een tentoonstelling in zijn thuisstad werd hem datzelfde jaar eveneens een gouden medaille toegekend.

In het voorjaar van 1819 trok Louis Royer naar Parijs, waar hij zich verder bekwaamde bij zijn stadgenoot Jean-Baptiste De Bay Jr. In 1820 bleef zijn deelname aan een driejaarlijkse wedstrijd in beeldhouwkunde te Amsterdam zonder verhoopt resultaat, maar zijn aldaar vervaardigde Claudius Civilis leverde in 1821 een eerste prijs in Brussel.[1] In 1823 nam hij opnieuw aan het concours 'Prix de Rome' te Amsterdam deel en werd hij de laureaat. De prijs bracht het lidmaatschap van de Amsterdamse Academie mee en meteen de opdracht tot een verblijf in Italië om er 'dagelijks' de beeldhouwkunst te beoefenen en halfjaarlijks verslag uit te brengen van zijn artistieke vorderingen, waartoe hem gedurende vier jaren een staatstoelage van 1.200 Nederlandse gulden werd verleend.[2][N 3]

Leraars en leerlingen van de Mechelse Academie wachtten deze enige stadsgenoot die ooit die prestigieuze prijs in de wacht sleepte, op buiten de Antwerpse Poort en leidden hem met klokgelui en beiaardspel de stad binnen, waar hij felicitaties van burgemeester en schepenen ontving.[N 4] In oktober 1823(bron?) reisde Louis Royer via Lyon, Genève, Lausanne, Fribourg, Bern, Como, Milaan, Bologna en Florence naar Rome. In deze stad vertoefde hij in het gezelschap van de beeldhouwer Bertel Thorvaldsen. Hij vervaardigde er een ecce homo, welke 300 kilogram hij blijkbaar naar het al dan niet nog Verenigde Koninkrijk der Nederlanden wist te krijgen.[N 5]

In april 1826(bron?) keerde Louis Royer terug naar het noorden en startte een grote werkstudio in Den Haag. In 1829(bron?) werd hij ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

De Mechelaar Charles van Beveren schilderde in Holland de portretten van de er onlangs neergestreken Louis Royer en van diens verloofde (of reeds echtgenote)[N 6] Carolina Frederica Kerst.[N 7] Wijl België en Nederland nog een meningsverschil hadden over de bevoegdheden van Leopold I der Belgen, huwden ze op 15 juni 1831 in Den Haag, nadat Carolina tot het katholicisme bekeerd was.

In 1835 werd Royer 'beeldhouwer van de Nederlandse koning'[N 8] en in 1837 directeur van de afdeling beeldhouwkunde aan de Koninklijke Academie te Amsterdam, zijn nieuwe en definitieve woonplaats. Het oudste anno 2014 nog bestaande standbeeld aldaar, is van Royer: de ijzeren Rembrandt uit 1852 op het gelijknamige plein, waartoe hij in 1843 bij de voltooiing van het ontwerp "zichtbaar verviel" met werkdagen van 6 tot 21 uur, volgens zijn vriend Joseph Albert Alberdingk Thijm, die een paar jaar later in de familie van Royers vrouw trouwde. Royer werd in 1852 briefwisselend lid van de Belgische Academie, afdeling beeldhouwkunde van Schone Kunsten en ook in dat jaar grootofficier in de Luxemburgse Orde van de Eikenkroon, wijl koning Willem III de groothertog was.

Op 18 oktober 1867 werd Royers bronzen standbeeld van Joost van den Vondel luisterrijk ingehuldigt in het Vondelpark.[3] Louis Royer stierf op 5 juni 1868. De achtste, daags voor de uitvaart, schreef de redactie van De Tijd: "Slechts eenige maanden is het geleden, dat in Neêrlands hoofdstad de uitgelezen menigte van edele beoefenaren en begunstigers der schoone kunsten en der letteren bij het kunststuk van Vondels standbeeld, tevens de nog zoo krachtigen, alhoewel schier 75 jaren tellenden kunstenaar, Louis Royer, bewonderden; pas acht dagen zijn er voorbij, dat zijne vrienden zich in zijne standvastige opgeruimdheid nog verheugden : Sinds werd de man, die niets van een grijzaard had dan de ondervinding en de hooge jaren, ongesteld, en is na eenige dagen bezweken".

Creaties[bewerken]

Openbare monumenten[bewerken]

  • 1867: Standbeeld van Joost van den Vondel, Amsterdam.
  • 1856: Nationaal monument De Eendracht, Amsterdam. (Gesloopt 1914, was gekend als 'Naatje op den Dam')
  • 1856: Standbeeld van Laurens Janszoon Coster, Haarlem.
  • 1852: Standbeeld van Rembrandt van Rijn, Amsterdam.
  • 1848: Standbeeld van Willem van Oranje, Den Haag.
  • 1841: Standbeeld van Michiel de Ruyter, Vlissingen.

In collecties[bewerken]

Jaar Aard Voorstelling Materiaal H×B×D (m) (kg) Gemaakt Te vinden Nagezien
1852 beeld L. J. Coster, kleine versie van standbeeld uit 1856 brons 0,48 × ... × ... ... Nederland RM (sinds 2011 in bruikleen), A'dam 2014-12-07
1840 model Rembrandt, model voor een standbeeld terracotta 0,27 × ... × ... A'dam RM (sinds 1889), A'dam 2014-12-07
1828 –'29 spiegel Toiletspiegel voor prinses Marianne (gegoten J.G. Dutalis, Brussel) zilver 0,87 × 1,18 × 0,26 58 Den Haag RM (sinds 1994) 2014-12-07
1826 beeld Ecce homo marmer 0,88 × 0,67 × 0,45 300 Rome RM Paviljoen Welgelegen, Haarlem 2014-12-07
1826 bas-reliëf Halfverheven beeldhouwwerk Maria met kind en Johannes de Doper marmer 0,46 × 0,37 × ... Rome RM (sinds 1968) a/d Merwerde, Dordrecht 2014-12-07
... × ... × ...
Verwacht kortelings een flinke uitbreiding.

Varia[bewerken]

  • Een foto door Conen-Offenberg (Amsterdam) uit de periode 1851 –'68 van de rechtstaande Louis Royer, met rechterhand op een tafel, berust in het fotoarchief Cuypers.[4] Joseph A. Alberdingk Thijm was een vriend van de Roermondse architect Pierre J. H. Cuypers en bevorderde diens faam in Holland zodat die uiteindelijk naar Amsterdam zou verhuizen en onder (veel) meer in 1865 –'67 de sokkel bouwen voor de Vondel van Royer. Er ontstonden huwelijksbanden tussen de families Alberdingk Thijm en Cuypers die van Royers echtgenote Kerst.[N 9] Het Archief J.A. Alberdingk Thijm omvat tal van hun gedrukte en handgeschreven documenten, ook van en aan Louis Royer.[5]
  • Louis Royer verloor nimmer het Mechels dialect, na zijn overlijden als 'sappig Zuid-Brabants' vernoemd in het land met een provincie Noord-Brabant.[6]

Externe links[bewerken]

  • Zie ook: Bronnen.
  • Portretten van Louis Royer en van Carolina Kerst, ± 1830 [N 6] geschilderd door Charles van Beveren. Rijksmuseum Amsterdam.
  • Rembrandt. Buitenbeeldinbeeld NL. Nagezien 2014-12-06. Foto's en geschiedenis van Royers standbeeld uit 1852
  • Vondel. Buitenbeeldinbeeld NL. Nagezien 2014-12-06. Foto's en geschiedenis van Royers standbeeld uit 1867

Bronnen[bewerken]

  • Louis Royer. RKD Explore. Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie – Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis. Nagezien 2014-12-07.
  • (en) Louis Royer. Artforgers.com (verwijst naar Engelstalige Wikipedia als bron). Nagezien 2014-12-05.
  • Alcide, Marc. Bekende Mechelse namen uit het kunstenaarsmilieu op de conscriptielijsten der Fransen. Uitgave auteur. Nagezien 2014-12-06. (Verwijzend naar 'Stadsarchief Mechelen, Modern archief, 3490, jaar 1813')
  • Alberdingk Thijm, J. A. (tekst postuum hernomen). Royer, Lodewijk – Beeldhouwer. Bulletin, Tome quinzième (1905) p. 182-212. Cercle archéologique, littéraire et artistique de Malines. Nagezien 2014-12-05.
  • Van der Aa, A.J. Louis Royer. Biographisch woordenboek der Nederlanden, deel 16. J.J. van Brederode, Haarlem (1874) (web: DBNL, 2009). Nagezien 2014-12-05.
  1. De Bast, Lievin Amand Marie. Annales du salon de Gand et de l'école moderne des Pays-Bas. Recueil de morceaux choisis parmi les ouvrages de peinture, sculpture, architecture et gravure, exposés au Musée en 1820 p. 161. P. F. de Goesin (1823) (Google eBook, 2009). Nagezien 2014-12-05.
  2. Prijs-uitdeeling bij de Koninklijke Akademie van Beeldende Kunsten te Amsterdam p. 23–29. Koninklijke Akademie van Beeldende Kunsten (Amsterdam) (1823) (Google eBook). Nagezien 2014-12-05.
  3. De Backer, Louis. Myn Heer den President (Pdf). De wetenschappelijke Nederlander, tweede serie, jaargang 3 p. 27. C. L. van Langenhuysen, Amsterdam (1888) (web: DBNL, 2006). Nagezien 2014-12-06.
    "Le 18 Octobre 1867, les rues d'Amsterdam étaient pavoisées comme en un jour de fête nationale, et la cité entière, ayant à sa tête les représentants des Lettres néerlandaises, les ministres du Roi et les plus hauts dignitaires de l'Etat, inaugurait dans le plus beau parc de la ville, l'œuvre grandiose que Royer avait coulé dans le bronze en l'honneur de Joost van den Vondel. A cette cérémonie avaient pris part, non seulement les Hollandais, mais encore les Flamands. On était venu du Nord et du Sud de la Néerlande :
    Van Noord en Zuid, van Zuid en Noord,
    Kwam 't samen aan des Amstels boord."
  4. David Mulder, David; Stobbe, Thijs. Inventaris van het persoonsgebonden archief Cuypers: P.J.H. Cuypers (1827-1921), J.Th. J. Cuypers (1861-1949), P.J.J.M. Cuypers (1891-1982) – archief 1851-1958 (Pdf). Nederlands Architectuurinstituut (2008). Nagezien 2014-12-07.
  5. Archief J.A. Alberdingk Thijm (Pdf). Katholiek Documentatie Centrum, Nijmegen (2013). Nagezien 2014-12-07. Tal links tonen relevante documenten.
  6. Persyn, Jules. XLVIII. Ter zalige gedachtenis van L. Royer. Dr. Schaepman. Deel 1. Dagblad en drukkerij 'Het Centrum', Utrecht/Amsterdam; Veritas. C.H. & H. Courtin, Antwerpen (1912) (web: DBNL, 2014). Nagezien 2014-12-07. cf. biografie Schaepman.

Voetnoten[bewerken]

  1. Als namen voor Louis Royer worden ook Lodewijk of Ludovicus en/of Roijer aangetroffen.
  2. De Lange Nieuwstraat anno 1793 omhelsde niet het stukje voorbij de Oude Brusselsestraat, dat nog tot 1982 Korte Nieuwstraat heette.
  3. Bron van der Aa beweert dat Royer in 1823 opnieuw "den grooten prijs" te Brussel ontving doch noemt het werk waarvoor Royer terdege in Amsterdam uitverkoren was, zonder dat aanzienlijker concours te vermelden.
  4. Mechelen Mapt vermoedt dat Royer toen zijn geboortestad aandeed op weg naar Italië.
  5. Het portret dat van Beveren omstreeks 1830 schilderde van Royer, toont het ecce homo naast hem, en behoort tot de Rijksmuseumcollectie in het sinds 1838 geopende Paviljoen Welgelegen te Haarlem.
  6. 6,0 6,1 Van Beveren trok in 1828 naar Amsterdam en maakte gedurende 'enkele jaren' een reis naar Italiaanse steden om tenslotte (allicht over Parijs) opnieuw naar Holland te komen. Het is Mechelen Mapt niet evident dat de in '1830' gedateerde portretten van Louis en Carolina geschilderd werden vlak voor die reis naar het zuiden, in 1829 of 1830 tijdens hun verloving, of eventueel pas erna in 1834 of 1835 en dus gehuwd (sinds 1831): bronnen stemmen overeen met de schilderijdatering, of allicht volgden ze die, en stellen 'geschilderd een jaar voor het huweljk', andere beweren uitdrukkelijk 'kort na de reis', of dat hij 'vertrok in 1829 of 1830' en pas in 1834 of in 1835 terugkeerde.
  7. Carolina Frederica Kerst (Deventer december 1801 - Hilversum april 1883, begraven te Amsterdam)
  8. Bron Alberdingk Thijm stelt: "In 1834, bij het afsterven van Godecharles, werd hij tot beeldhouwer van den Koning van Holland genoemd". Gilles-Lambert Godecharle (die opmerkelijke stukken had gebeeldhouwd o.m. in opdracht van Jean-Ernest Coloma voor diens lusttuin te Mechelen) stierf pas op 24 februari 1835 en was "sculpteur du roi des Pays-Bas".
  9. Josephus Albertus Alberdingk Thijm huwde Wilhelmina Anna Sophia Kerst, dochter van geneesheer Dr J. F. Kerst [zonder vermelding van ene echtgenote] op 4 juni 1846, cf. o.m. huwelijksannonce van J.A. Alberdingk Thijm en W.A.S. Kerst (1846) (Pdf). Weduwnaar Pierre Josephus Hubertus Cuypers hertrouwde met Josephs zus Antoinette Catharine Thérèse Alberdingk Thijm (1859). Eduard M. Alberdingk Thijm huwde Catharina F.R. Cuijpers (volgens aankondiging 1876). De bron Persijn noemt J. A. Alberdingk Thijm een schoonzoon en diens echtgenote een pleegdochter van Royer. Een document van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie bevindt haar een nicht van Royers vrouw.