Welkom op Mechelen Mapt! Onze pagina's zijn beveiligd tegen spam of vandalisme.
Fout ontdekt? Mee bijdragen? E-mail ons of registreer u gratis en anoniem om te bewerken.

Lamotsite

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
(Doorverwezen vanaf Lamot-site)
Ga naar: navigatie, zoeken
English.gif Brewery reconverted into a congress and heritage centre in the core of Mechelen
Zicht op de vernieuwde Lamot-site
Een pilsglas van Lamot

De Lamotsite in Mechelen is het voormalige bedrijfsterrein van brouwerij Lamot, tegenover de Vismarkt bij de Haverwerf en langsheen de Van Beethovenstraat. In 2005 werd de site heropend na een ingrijpend reconversieproject. Dit project werd reeds in 2003 bekroond met de "Thuis in de stad-prijs" voor reïntegratie van verloren stadsdelen binnen de stad.

Het brouwerijgebouw met zijn Congres- en Erfgoedcentrum Lamot ligt centraal op de site. Het omvat de feestzaal Grand café Lamot voor 16 tot 500 personen en sinds 2016 het restaurant Lam'eau.[1] Daarnaast is er ook een Novotel hotel, het warenhuis Match Mechelen Lamot, meerdere kleine shops, een wellnesscenter, bureauruimten en 44 luxeappartementen. Ondergronds vindt men een betaalparking voor ongeveer 220 wagens.

De site werd in 2006 verbonden met de Vismarkt - de meest trendy plek in Mechelen - via de Van Beethovenvoetgangersbrug. Lamot is tevens het centrale punt van het Dijlepad, dat langsheen de rivier de stad van oost naar west doorkruist.

Geschiedenis[bewerken]

De 23 personeelsleden van de brouwerij Lamot in Mechelen hieven op 22 december 1994 samen met brouwmeester Emiel Philips en explotatiedirekteur Kris De Craene het laatste glas. Daarmee rondden zij een brok bierbrouwersgeschiedenis af, die in Mechelen 367 jaar heeft geduurd.

Mechelse stadsarchieven maken reeds in 1627 melding van een brouwerij "De Croon", die op dezelfde plaats stond als de huidige brouwerij Lamot in de Van Beethovenstraat, langs de oevers van de Dijle.

In 1855 verwierven Charles en Richard Lamot de meerderheid van de aandelen van brouwerij De Croon en enkele jaren later kochten ze nog een Mechelse onderneming, brouwerij De Plein. Kort daarop werd Charles Lamot de enige eigenaar van beide brouwerijen, die hij fusioneerde tot "Brasseries et Malteries de la Couronne et de la Pleine", kortweg Brouwerij De Kroon en De Plein.

Na de dood van Charles Lamot in 1906 nam zijn zoon César Lamot de bloeiende zaak over. Net vóór de eerste wereldoorlog bedroeg de jaarlijkse produktie reeds 30.000 hectoliter.

In 1922 liet César Lamot een nieuwe brouwerij bouwen voor het brouwen van laag gistingsbier, met een capaciteit van 60.000 à 70.000 hectoliter of een jaarlijkse storting van 1 miljoen kg. Om de nodige gelden bijeen te krijgen sloot César in 1924 een akkoord met Louis Lamot, eigenaar van Brouwerij Rolaf te Boom.

Na deze fusie kende de Brouwerij een enorme expansie en de produktie steeg op onverhoopte wijze.

In 1927 trokken de vroegere eigenaars van Brouwerij De Kroon en De Plein zich uit de zaak terug. Louis Lamot kreeg, samen met zijn zoon Julien, het beheer over de brouwerij, die vanaf dan de naam 'Lamot Limited' droeg. De brouwerij van Aldolphe Lamot te Boom kwam in 1935 bij de Lamotgroep samen met talrijke eigen cafés.

Van 1949 tot 1970 werden door de familie Lamot nog meerdere brouwerijen aangekocht:

  • 1949: Brouwerij Tivoli in Antwerpen (voor een gedeelte, in 1977 volledig)
  • 1951: Brouwerij De Zon in Willebroek
  • 1954: Brouwerij Pecher in Boussu
  • 1955: Brouwerij César Jacobs in Mechelen
  • 1955: Brouwerij Sint Trudo in Sint Truiden
  • 1955: Brouwerij Lobet in Hotton (voor 40%)
  • 1956: Brouwerij Nizet in Montegnée
  • 1963: Brouwerij De La Fontaine in Tubize
  • 1967: Brouwerij Cuykens in Lier (was bekend om zijn Caves)
  • 1969: Brouwerij Désiré Lamot in Willebroek

In 1970 nam de Engelse groep Bass Charrington een meerderheidsparticipatie in de Brouwerijen Lamot. Dit zou voor beide maatschappijen een periode inleiden met een zeer expansieve politiek. Enerzijds werd Bass Pale Ale opgenomen in het distributienet van de Brouwerijen Lamot, terwijl anderzijds de Pilsor Lamot door Bass in Engeland werd geïntroduceerd.

In 1974 werden de Esso Motor Hotels in België aangekocht en in 1975 de maatschappij Canada Dry.

Al deze maatschappijen werden op 31 mei 1975 samengevoegd tot één groot concern: Bass Belgium N.V. met maatschappelijke zetel in de vroegere brouwerij Lamot te Mechelen.

In 1977 werd een terrein (65.000 m²) met gebouwen aangekocht op het industrieterrein te Mechelen-Zuid, ongeveer 3 km van de brouwerij. Hier verrees in 1978 het Bass Productie Center. Het bier werd in tankwagens van 25.000 liter van brouwerij Lamot naar dit Center gebracht voor verdere behandeling, zoals lagering, filtratie, afvullen op flessen en vaten, opslag en distributie.

Uiteindelijk ging de groep Bass Belgium vanaf 1981 deel uitmaken van het Jupilerconcern en werden de Bass- en Lamotbieren door deze groep in hun assortiment opgenomen.

Boom - Mechelen[bewerken]

Industriële ontwikkeling kan men niet los zien van de algemene maatschappelijke context. Het ondernemerschap van de eerste brouwer Lamot werd mogelijk door de ingrijpende veranderingen t.g.v. de Franse Revolutie, die het vrije ondernemerschap bevorderde.

Het is niet toevallig dat individuen, geholpen door gunstige omstandigheden - Petrus Lamot erft een herberg - zorgden voor een snelle groei van de economie op kapitalistische basis. Sedert 1822 kreeg de economie een sterke impuls door de oprichting van de Société Générale, een initiatief dat behouden bleef na de Belgische onafhankelijkheid in 1830. Op enkele decennia evolueerde België tot één van de modernste industriële naties van Europa. De explosieve ontwikkeling van de Rupelstreek dateert van deze periode. Naast en dank zij de Steennijverheid, die door haar omvang en grote dynamiek een centrale rol vervulde, ontstonden scheepswerven, brouwerijen, industriële bloemmolens, e.a.

De brouwerij Lamot ontwikkelde zich in de 19de eeuw in deze gunstige omstandigheden, ondanks de crisissen die eigen zijn aan het liberale economische systeem. Geografisch was zij goed gelegen aan de Rupel. Deze leverde water voor de brouwerij en was tevens een uitgelezen transportweg. De brouwerijen kenden lokaal een grote afzet. De arbeidsintensieve activiteiten langs de Rupel werkten een snelle toename van de bevolking in de hand. De ellende van de uitgebuite arbeidersbevolking uitte zich o.a. in overmatig drankverbruik en cafébezoek.

Zoals de baksteennijverheid aan de basis lag van de bloei van de streek, luidde zij later de economische teloorgang in, die omstreeks 1970 zijn dieptepunt bereikte. De brouwerij Lamot te Boom kon zich moeilijk staande houden. Ze werd door Bass Charrington overgenomen in 1970, welke de deuren sloot in 1971. De Brouwerij te Mechelen sloot in 1994.

Tony van Ouytsel[bewerken]

Tony van Ouytsel (Geboren te Lier en overleden in Mortsel op 26 september 2007 - 75 jaar oud) werkte 30 jaar bij de juridische dienst van Brouwerij Lamot. Tony van Ouytsel had een passie voor alles wat met de brouwerij te maken had en begon zijn speurtocht naar memorablia in 1989. Zijn collectie omvatte glazen, vaten, reclamepanelen, naaktkalenders en archiefdocumtenten. Zijn kelder was een waar museum van de brouwerij. Verscheidene malen heeft Tony van Ouytsel geijverd bij het Stadsbestuur van Mechelen om zijn collectie op te nemen in de voormalige brouwerij, doch het Stadsbestuur was enkel geinteresseerd in tijdelijke (en geen permanente) tentoonstellingen. Vele stukken van zijn immense collectie waren wel zichtbaar voor het grote publiek bij thematentoonstellingen.

Galerij[bewerken]

Filmlinks[bewerken]

Lamotsite in Mechelen
Bezoek ambassadeur VS

Externe links[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  1. Grand café Lamot heeft er met Lam’eau zusje bij. Gazet van Antwerpen (2016-03-12). Nagezien 2016-03-18.

Voetnoten[bewerken]