Klokkengieterij

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
Ga naar:navigatie, zoeken
English.gif The process of bell making in a bells foundry
Het huis De Clippel aan de Korenmarkt

Het huis Beiaarden & Torenuurwerken Michiels[N 1] bevindt zich aan de Korenmarkt, in het oude huis De Clippel. De torenuurwerkmakersfamilie is er gevestigd sinds 1890 en de werkplaats achterin diende ter herstelling van beiaarden en wordt nog immer gebruikt om torenuurwerken te restaureren en te vervaardigen. Er is een permanente tentoonstelling over het klokkengieten.[1]

Zo wordt een klok gegoten[bewerken]

De hier beschreven principiële techniek wordt sinds de 14e eeuw benut en volgde wellicht een methode voor kanonnen.[2]

Eerst wordt een vuurvaste vorm gemaakt uit leem, met een uitgespaarde lege ruimte die precies dezelfde vorm en afmetingen heeft als de klok die gegoten moet worden. Deze gietvorm bestaat uit drie delen:

  • de kern als contramal van de binnenkant van de te gieten klok,
  • de mantel als contramal van de buitenkant van de te gieten klok,
  • de kroonvorm waarin de kroon, dat is het sterke hengsel waarbij een klok wordt opgehangen, wordt gegoten.

Ze worden afzonderlijk gemaakt om vervolgens kort voor de gieting tot één gietvorm bij elkaar te worden gevoegd.

Het gehele vorm- en gietproces speelt zich af in de zogenoemde gietkuil. Op een prent uit 1767 ziet men bovendien rechts van de gietkuil de smeltoven. Voortuitlopend op de komende uiteenzettingen zij voorts nog opgemerkt dat men links een kern ziet met daarboven, hangend, de mantel. De vormers zijn bezig met het maken van de 'valse klok'. De linkerfiguur draait de 'sjabloon', de rechterfiguur hanteert de 'vormleem'.

De sjabloon

Het vormproces begint met het maken van een houten sjabloon of trekmal, waarin het profiel van de binnenkant van de klok is uitgevijld. Met deze sjabloon, die draaibaar om een centrale as wordt opgesteld, zal de kern worden gemaakt, het vuurvaste negatief of de contramal van de binnenkant van de toekomstige klok.

Op de vloer van de gietkuil wordt allereerst een dikke houten paal de grond in gedreven. Dat is de vaste spil. In die spil is aan de bovenzijde een tapgat gemaakt waarin de ijzeren draaispil kan ronddraaien. De draaispil is aan de bovenzijde in een eenvoudig lager geborgd. De sjabloon van de binnenkant van de toekomstige klok is door twee vaste armen verbonden met de spil. Aldus kan de sjabloon handmatig om de spil gedraaid worden waardoor de ronde vorm van de klok ontstaat.

De kern

Vervolgens wordt een stenen kern gemaakt en wel zodanig dat tussen de stenen en de mal een kleine ruimte open blijft. Daarop wordt later de lemen bekleding van de definitieve kern aangebracht. De stenen kern wordt bovendien hol gemaakt zodat tijdens het vormproces in de holte een zacht vuur kan branden om de leem te drogen. Die leem is vooraf overigens met 'vermageringsmiddelen', zoals paardenmest, zodanig geprepareerd dat deze tijdens dat droogproces niet zal scheuren.

Wanneer de stenen kern voldoende hoogte heeft bereikt, wordt de sjabloon tijdelijk verwijderd, de vaste spil weggenomen en op de stenen kern het zogenaamde grensijzer gelegd. Na het terugzetten zal de spil daarin draaien. Gelijktijdig wordt de functie van de vaste spil duidelijk want door het wegnemen is de ruimte aldaar geschikt gemaakt voor een klein vuur, bestaande uit houtskool en turf. Met het oog daarop zijn onder in de stenen kern een drietal niet getekende trekgaten gemaakt. Dat vuurtje zal vrijwel het gehele vormproces blijven branden. Na het aanbrengen van het grensijzer wordt de stenen kern voltooid. Aan de bovenzijde blijft hij echter open. Enerzijds voor de trek, anderzijds omdat daar later het ijzeren oog van de klepel in zal worden aangebracht.

De lemen mantel

De volgende stap bestaat uit het aanbrengen van een laag leem over de stenen kern. Deze krijgt door de ronddraaiende binnensjabloon het exacte profiel van de toekomstige klok.

De sjabloon van de kern wordt tijdelijk weggenomen om daarin het profiel van de buitenkant van de klok uit te vijlen. Aldus verkrijgt men de buitensjabloon. Met behulp van deze sjabloon wordt de 'valse klok' met niet al te sterke leem gemaakt. De naam 'valse klok' wordt ontleend aan het feit dat deze lemen klok slechts tijdelijk dienst zal doen. Op zeker moment in het vormproces wordt deze namelijk verwijderd om daarmee de ruimte te scheppen waarin het vloeibare klokkenbrons van de definitieve klok gegoten kan worden. Op de valse klok worden de wassen opschriften en de versieringen geplakt. Deze werden vooraf in houten matrijzen gemaakt. Later zullen zij zich in de mantel afdrukken zodat tekst en versieringen op de gegoten klok in brons zullen verschijnen.

In dit stadium van het vormproces wordt de lemen mantel gemaakt. Daartoe wordt de sjabloon tijdelijk verwijderd om daarin de dikte van de toekomstige mantel uit te vijlen. Die dikte behoeft niet zeer nauwkeurig gekozen te worden. Na het terugzetten van de sjabloon wordt al draaiend de lemen mantel op de aangegeven wijze verkregen.

Zoals in het begin al werd gezegd, wordt de kroonvorm afzonderlijk gemaakt. Deze zal echter precies in de mantel moeten passen. Vandaar dat met een houten mes een conische trechter in de mantel wordt gemaakt.

De spil met de sjabloon kan thans verwijderd worden en de mantel wordt voltooid met hijsstrippen en ijzeren hoepels ter versterking.

Het klepeloog

Het moment is aangebroken waarop de valse klok verwijderd moet worden. Daartoe wordt de mantel opgehesen zodat de valse klok vrij komt en weggebroken kan worden. Thans ook wordt de schuine kant aan de onderzijde van de kern duidelijk. Die zorgt er namelijk voor dat, bij het terugzetten van de mantel, de juiste positie ten opzichte van de kern wordt verkregen. Maar alvorens dat te doen wordt het ijzeren oog van de klepel, het klepeloog, in de kern aangebracht en wel zodanig dat dit, tijdens het gieten, vast in het brons komt te zitten. Vandaar dat het gedeeltelijk uit de kern steekt. De lege ruimte boven het grensijzer wordt vooraf met brokken en aarde opgevuld. Het laatste deel is echter weer uit leem gemaakt. Thans ook kan de mantel opnieuw over de kern worden gezet.

De kroon

De mantel staat weer over de kern. Tussen beide is een lege ruimte gecreëerd volgens het model van de te gieten klok. Daarin zal het brons worden gegoten. De daarvoor noodzakelijk gietloop is in de kroonvorm aangebracht, die afzonderlijk werd aangemaakt. De kroon werd namelijk in was gemodelleerd. Daarop werden eveneens in was de gietloop en de zogenoemde windpijpen (ontluchtingskanalen) aangebracht. Het geheel werd in leem ingekapseld om vervolgens, na verharding, de was er weer uit te smelten. Aldus ontstaat de gietvorm voor de kroon. Opdat de kroonvorm goed zal passen, wordt het modelleren daarvan in de conische trechter van de mantel gedaan. De verdere afwerking en het uitbranden van de was geschiedt echter buiten mantel en kern. Wanneer dat voltooid is, wordt de kroonvorm teruggeplaatst.

Het gieten van de klok

Omdat tijdens het gieten en ook nog kort daarna, het vloeibare klokkenbrons een grote opwaartse kracht uitoefent, wordt de gietvorm in de gietkuil ingegraven. De flink aangestampte aarde voorkomt dat het brons de mantel omhoog zal drukken waardoor het brons zou kunnen weglopen. De gietvorm is door middel van een kanaal met de smeltoven verbonden. De klok wordt dus rechtstreeks vanuit de oven gegoten. Daartoe wordt de lemen prop in de ovenmond weggestoten zodat het brons ongehinderd via de gietloop de klokkenvorm kan bereiken.

De smeltoven

Aan de smeltoven zijn twee belangrijke onderdelen te onderkennen. De smelthaard waarin het brons wordt gesmolten met behulp van het vuur uit de daarnaast gelegen vuurhaard. Beide zijn met elkaar verbonden door de vuurbrug. Door een laadopening worden stukken hout in de vuurhaard geworpen. Deze verbranden op het rooster. De as valt in de asruimte die door een niet getekende deur schoongemaakt kan worden. De vlammen zullen, via de vuurbrug, de smelthaard bereiken. Aldaar verhitten ze het 'plafond' zó intensief, dat het brons tenslotte door stralingswarmte zal smelten. De trek in de oven speelt daarbij een grote rol. Deze kan geregeld worden door ijzeren schuiven boven de trekgaten en de laadopening. Wanneer het klokkenbrons een temperatuur van circa 1.100 graden Celcius heeft bereikt, kan de klokkengieter de lemen prop wegstoten zodat de klok gegoten zal worden.

Adres/Contact[bewerken]

  • Beiaarden & Torenuurwerken Michiels bvba, Korenmarkt 6, Mechelen

Externe Links[bewerken]

Galerij[bewerken]

Filmlinks[bewerken]


Voetnoten[bewerken]

  1. Vermits in Doornik een zoon en later een kleinzoon van de Mechelse uurwerkmaker Michiels een befaamde klokkengieterij hadden (definitief gesloten in 1963), maakt het oud huis te Mechelen zich voor klokken sterk als 'Michiels Mechelen' — lees ook klokkengieterijen M...: Klokkengieterij Michiels.

Bronnen[bewerken]

  1. Michiels Torenuurwerken en Beiaarden. Toerisme Vlaanderen. Nagezien 2013-02-06.
  2. Rombouts, Luc; Rombouts, Jan. Sjabloon. Website over beiaardcultuur in Vlaanderen en elders. beiaard.be door de auteurs. Nagezien 2013-02-06.