Karel Verschaeren

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
Ga naar:navigatie, zoeken
English.gif Biography of a painter from Mechelen
Biografie over Karel Verschaeren 1881-1928

Het kunstenaarschap van Karel Verschaeren ontlook eerder laat en eigenlijk uit bewondering voor het picturale kunnen van zijn oudere broer Theodoor. Op 20-jarige leeftijd startte Karel Verschaeren met het volgen van avondlessen aan de Mechelse kunstacademie. In 1906 werd Karel Verschaeren lid van De Distel, een kunstkring die in Mechelen gesticht werd en matig progressief georiënteerd was.


Met zijn vrije reiskaarten die hij als werknemer bij de Spoorwegen had, kon Karel Verschaeren gemakkelijk reizen naar het nabije buitenland om er musea te bezoeken.


In april 1907 nam hij de zware beslissing om zijn vaste baan als schrijnwerker bij de Spoorwegen op te geven in ruil voor een vrij maar onzeker kunstenaarsbestaan. Hij vestigde zich onmiddellijk in Amsterdam. Hij hoopte er én als zelfstandig kunstenaar en als kopiïst van meesterwerken in het Rijksmuseum en elders aan de kost te komen. Het eerste viel relatief mee, het tweede helemaal niet.


Via Johanna Versteeg, een lid van de familie bij wie hij in Amsterdam in pension was, openden zich de Amerikaanse perspectieven. Johanna Versteeg was voor korte tijd naar Amerika (New York) getrokken en door haar enthousiaste reisverslagen groeide toen reeds bij Karel Verschaeren de verleiding om ooit daar zijn geluk te gaan beproeven. Na enkele jaren keerde hij naar Mechelen terug.


Bij het uitbreken van Wereldoorlog I in augustus 1914 vluchtten Karel Verschaeren en zijn familie richting kust. De familie geraakte onderweg snel verspreid. Karel en zijn broer Barth zetten door naar Oostende en scheepten daar in naar Engeland. Ze vonden onderdak te Londen, waar ze, met de gelden die ze op zak gestoken hadden, zo goed en kwaad als het kon trachtten te overleven. Beide broers werkten er vaak in de omgeving van West Hampstead, waar ze tekeningen, aquarellen en pastels maakten. Barth zou in februari 1915 in stilte via Nederland terugkeren naar Mechelen, bezorgd om het lot van hun achtergebleven moeder.


Karel Verschaeren bleef voorlopig in Londen, waar hij een nieuw clientèle opgebouwd had voor restauratiewerken en waar zijn persoonlijk werk ook enig succes kende. Ook zijn Mechelse vriendin Bertha de Blezer was naar Engeland gevlucht. Samen maakten ze plannen om eindelijk naar Amerika te trekken — niet alleen om daar een nieuw leven op te bouwen, maar ook om aan oproeping voor het leger te ontsnappen. (Karel was, voor de oorlog, bij loting van legerdienst vrijgesteld.)


Karel vertrok eerst alleen (om de toestand ter plaatse te verkennen). Na enkele moeilijke startmaanden als gevelschilder raakte hij door het ergste heen. Opnieuw bouwde hij zich tijdens bezoeken aan musea en veilingszalen een cliënteel op voor restauratiewerk. Zijn vriendin Bertha kwam ook over en in mei 1916 huwden ze in New York. Karel Verschaeren schilderde er eigen artistiek werk, maar ook (in opdracht) kopieën naar oude meesters. Hij werkte als schilderijenrestaurateur en kocht zelf beschadigde schilderijen op (tegen lage prijzen) om ze, na restauratie, met winst te verhandelen. Het ging hem relatief goed voor de wind.


Na Wereldoorlog I keerde Karel Verschaeren terug naar Mechelen. Hij startte een antiekzaak, met als basismateriaal een hele voorraad schilderijen en antiquiteiten, die hij uit Amerika liet overkomen (stukken die hij in de voorbije jaren bijeen had verzameld). Regelmatig trok hij naar London om zijn zaak verder te bevoorraden.


In oktober 1920 vertrok hij echter opnieuw naar Amerika, aanvoelend dat hij in ons land niet die financiële perspectieven had als in de U.S.A. Ook had hij wellicht te veel van de grootstad geproefd om in het provinciale Mechelen nog te kunnen aarden. Niet alleen zijn vrouw, maar ook zijn broer Barth vaarden mee aan boord van de Finland. Aan boord maakten ze heel wat schetsen van het grauwe bestaan van de emigranten op de tussendekken.


Karel, geassisteerd door zijn broer Barth, herpakte zeer snel met zijn restauratiewerk en verdiende er goed mee. Een aanzienlijk deel van zijn inkomen stak hij echter weerom in kunstvoorwerpen en antiek, en in reizen. In 1923 doken de eerste symptomen van een ziekte op. Eén van de eerste verschijnselen was het verzwakken van zijn gezichtsvermogen. Toch ondernam hij in december 1923 helemaal alleen nog een rondreis door Canada (Toronto, Niagara Falls) en het noorden van de Verenigde Staten.


In april 1923 keerden de snel zieker wordende Karel en zijn vrouw, vergezeld van zijn broer Barth en diens vrouw, naar Mechelen terug. Te Mechelen opende hij opnieuw een antiek- en restauratiezaak.

Barth Verschaeren (1888-1946), de broer[bewerken]

In 1920 viel de zware beslissing voor de Mechelse kunstschilder Barth Verschaeren: emigreren naar de Verenigde Staten (en daar het geluk en materiële welstand zoeken) ofwel hier de uitzichtloosheid van de naoorlogse jaren. Het was zijn avontuurlijke broer Karel, die tijdens de oorlog, vanuit Engeland, naar Amerika was geëmigreerd en hem enthousiast maakte om hetzelfde te doen. In oktober 1920 vertrok Barth samen met zijn broer Karel en diens vrouw (die voor korte tijd uit de US naar Mechelen waren teruggekeerd) aan boord van de Finland naar New York. In Amerika woonden ze steeds op eenzelfde adres.


Het ging er Barth (en Karel) relatief goed voor de wind en ze ontvingen opdrachten voor portretten en andere bestellingen. Ze profileerden zich vooral als restaurateurs van schilderijen voor particulieren.


Begin 1921 keerde Barth Verschaeren naar Mechelen terug om er te huwen met Josephina van Damme. Met zijn vrouw, een kunstschilderes van bloemen, scheepte Barth een maand na het huwelijk terug in op de Lapland.


Zijn drukke werk als restaurateur verhinderde Barth Verschaeren niet ook zelf nog te schilderen. In 1921 exposeerde hij tussendek in een tentoonstelling in Chicago (Een evocatie van het leven op een emigrantenschip). Contacten met de Amerikaanse graficus William George Reindel opende voor Barth de deuren van meerdere New Yorkse galerijen.


Ook was hij lid van enkele Amerikaanse kunstkringen en nam deel aan de tentoonstellingen die deze organiseerden. Zo stuurde hij in 1922 het grote doek De drie broers uit 1920 naar het Salon van de The Society of Independent Artists in het Waldorf-Astoriahotel te New York. Het schilderij stelde Barth Verschaeren voor met zijn twee broers en het zoontje van Théodoor.

1922 bracht een hoogtepunt: een éénmanstentoonstelling in de galerij Civic Club met zowel Vlaamse motieven als werken die in New York ontstonden. De tentoonstelling bevatte ook enkele kleine sculpturen. Weerom was de kritiek gunstig (The Evening World en New York Tribune).


In enkele jaren tijd wisten Barth en zijn broer Karel een relatieve welstand op te bouwen in Amerika en er werd stilaan aan terugkeren gedacht. De ziekte van zijn broer Karel (die blind zou worden) versnelde alles. In april 1924 kwamen ze aan in Cherbourg.