Ivo Cornelis

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
Naar navigatie springenNaar zoeken springen
English.gif Priest and founder of an orphanage foundation

Ivo Cornelis (Ivo Ernestus Josephus Maria Melania Franciscus de Paulo Cornelis, Niel 14 oktober 1887 - Antwerpen 11 juli 1958)[N 1] was een priester die zich te Mechelen ontfermde over het lot van weeskinderen. Zijn stichting en afgeleiden ervan bestaan verder in de provincies Antwerpen en Vlaams-Brabant.

Jonge leven[bewerken]

Dokter Frans Cornelis te Niel en zijn echtgenote uit Leuven hadden vier dochters en zes zonen, waarvan er drie priester werden.[1] De 'bewaarschool' had de oudste zoon Ivo te Niel gevolgd, waarna hij bij zijn grootmoeder te Lier wonend het Sint-Gummaruscollege doorliep tot zijn voltooiing van de Rethorica in 1905. In die jaren vond hij ook tijd om te knutselen, viool te leren, en veel Franse literatuur te lezen. Na het eerste priesteropleidingsjaar aan het Groot Seminarie te Mechelen, stuurde Kardinaal Mercier hem naar de pauselijke universiteit, de Gregoriana. Na zijn priesterwijding (1910) doctoreerde hij nog steeds te Rome in Wijsbegeerte en Theologie.

In 1912 werd hij benoemd tot leraar Nederlands aan het Klein-Seminarie te Basse-Wavre (Waver) doch mogelijk wegens taalperikelen[N 2] volgde reeds een jaar later, in 1913, zijn benoeming als onderpastoor van de Sint-Romboutsparochie. De bijhorende dienstwoning aan 't Vlietje huisvestte ook vier broers en een zus van Ivo. Bij het uitbreken van de wereldoorlog nam hij elders zijn intrek, waar ook de latere Minister van Volksgezondheid Alfons Verbist[N 3] verbleef. Deze vriend werd door Cornelis aangespoord actief te worden in de Christelijke Arbeidersbeweging, ijverde voor Vlaamse emancipatie, en engageerde zich toen Cornelis zijn sociaal project aanvatte.

De Jongenstehuizen[bewerken]

Toen tijdens zijn jongensjaren de vrouw van een onderwijzer te Niel overleed, werden de vier kinderen opgenomen in het gezin van dokter Cornelis en genoten een opvoeding tot hun vader hen een nieuwe moeder gevonden had. In februari 1921 volgde Ivo het ouderlijke voorbeeld: Op zijn kamer in de Befferstraat nam Cornelis de kleuters Verbeeck uit een achterbuurt onder zijn hoede, twee graatmagere jongetjes van een op sterven liggende parochiane en een alcoholist. Na enige maanden waren er nog enkelen bij.

Nog datzelfde jaar stichtte Cornelis de ‍'Jongenstehuizen Ivo Cornelis'‍. Wegens ruimtegebrek verhuisde men na iets meer dan een jaar naar de kelder van de latere woning van Monseigneur Carton de Wiart op het Sint-Romboutskerkhof. Ook Verbist nam er meteen zijn intrek en zette zich mee in voor de opvoeding van de jongeren,[N 4] waarvan hij er een adopteerde. Daarop werd een onderkomen gevonden in het kranske, zoals men een parochiezaal noemde, in de Schoolstraat. Rond die tijd was de instelling ook wel gekend als het Jongenstehuis van de Kleine Theresia, de lievelingsheilige van Cornelis. Eind 1924 bewoonden de ongeveer 13 verlaten kinderen het vlakbije patronaat aan de Wollemarkt 14; Cornelis palmde in dit parochiecentrum steeds meer zaaltjes in. Een pas gekocht huis in de buurt bleek de begoede eigenaar niet te voldoen en werd gesloopt. De dan zowat 50 jongens van Cornelis hielpen erbij mee en ook bij de opbouw van de hun voorgespiegelde nieuwe woonst op dat terrein. In 1930 kwamen ze met ruim 60 aldus uiteindelijk terecht op de Wollemarkt 26.

In 1933 vertrokken een aantal oudere jongens naar Weelde op vakantiekamp. Hun thuis te Mechelen was te klein voor hun terugkeer en ze bleven ter plaatse, gesteund door een lokale geestelijke. Daar betrokken ze in 1935, inmiddels al tot een zestigtal aangegroeid en onder een zelfstandige vzw afgesplitst, hun nieuwgebouwde woonst. Die groep werd vanaf 1943 geleid door Ivo's broer E. H. Edgard Cornelis en kwam uiteindelijk in Turnhout terecht.

In de loop van de jaren kwamen er vestigingen bij in gans centraal Vlaanderen. Tijdens de oorlog op vraag van zijn stervende moeder ving Cornelis in 1942 haar twee jongste kindjes bij hem in de pastorij op. Na haar overlijden werden ze ondergebracht in het Lusthof a Paulo,[N 5] de ouderlijke woning te Niel die ingericht werd als verblijfplaats voor kleuters. In 1949 huwde Verbist een Nielse zus van een oud-lid van het tehuis; zij verzorgde er de kinderen. Het paar verhuisde pas naar Mechelen toen in 1955 de tot een vijftigtal toegenomen groep van drie- tot negenjarigen terecht kwam in Bonheiden, waar andere jongens van Cornelis al de handen uit de mouwen hadden gestoken bij de bouw van twee klasjes. Inmiddels was in 1951 te Genk een aparte vzw opgestart die algauw naar het nabije Sint-Martensberg verhuisde en later onder de Don Boscotehuizen van de paters Salesianen kwam. Initiatieven in overleg met Cornelis volgden in 1957 te Oosterweel en het jaar erop te Sint-Stevens-Woluwe waar voor het eerst jongens en meisjes samen onderkomen vonden, later overgebracht naar Hoeilaart.

Uit de laatste toespraak van Ivo Cornelis tot zijn jongens:

'Ik heb in de gazet die mij kwam ondervragen, laten schrijven: " 't zijn allemaal geen 'beeldekens'. Er zijn er heel goeie tussen, d'er zijn er bij die wat meer last verkopen, maar... 't zijn allemaal goede jongens." ... En de mensen in de stad moeten naar u kunnen opkijken en zeggen: "Zijn dat de mannen van het Jongenstehuis?".'

Ook na de dood van Cornelis, kwamen er nieuwe intitiatieven onder andere te Heffen, Schoten, Willebroek en Vilvoorde. Doorheen de jaren kregen duizenden wezen en alleenstaande jongeren een christelijke opvoeding in de Jongenstehuizen Ivo Cornelis.

Op heden spreken we van Jeugdzorg Emmaüs regio Mechelen. Deze is als organisatie actief binnen de Bijzonder Jeugdbijstand en werkt verder in de geest van haar stichter. Haar kerntaak is het bieden van hulp aan jongeren en gezinnen die zich in een problematische leefsituatie bevinden. Het tehuis aan de Wollemarkt werd verbouwd tot een geheel van studio's waar jongeren naar zelfstandig wonen begeleid worden.

Daarnaast...[bewerken]

Cornelis fulmineerde tegen het 'zedelijk verval' en werd wegens het verwijderen van affiches aan de 'Salle de Paris'-bioskoop vervolgd in 1924. Nadien hield hij dit onderwerp minder in de schijnwerper.

Als secretaris van de periodiek 'Het Katholiek Patronaat' gaf hij voordrachten en publiceerde hij artikels. De praktische kanten van de Jongenstehuizen lieten hem daartoe van langsom minder tijd. Mercier, zijn bisschop, tikte hem op de vingers opdat hij zich meer met de geestelijke zorg voor de jongeren zou bezighouden. Diens opvolger Kardinaal Van Roey zag de sociale functie ook te zeer boven de doelstellingen van de Kerk aangaande het patronaat gesteld. In 1935 verbood hij zijn hulpbisschop Mgr. Cruysberghs, ondanks diens gedane toezegging, de tehuizen te Weelde in te wijden; tussenkomst van Verbist deed het bisdom uiteindelijk tot meer rede keren. Pas in 1938 werd Cornelis ontheven van zijn taak als onderpastoor.

Cornelis besteedde meer aandacht aan praktische bekommernissen dan aan administratieve of aan orde en stiptheid. Van de nette verschijning in zijn jonge jaren als "de properste en zindelijkste van ons allemaal" kon zijn moeder later slechts dromen: "...dat onze Ivo zo'n plekpot geworden is. Zijn toog en frak zijn nooit proper... Hoe is die jongen toch zo kunnen veranderen!"[N 6]

Cornelis bleef zijn Vlaamsgezindheid evenwel steeds getrouw. De leeuwenvlag sierde de gevel van het tehuis tijdens de feestdagen, tenzij ze in processie of met de Jongensfanfare gedragen werd.

In de buitenlandse pers verschenen artikels over de Jongenstehuizen. Op advies van Paus Pius XII bezocht Monseigneur Carroll-Abbing[N 7] in 1957 de vestiging te Weelde in de aanloop tot de omvorming van de Italiaanse jongensstad te Civitavecchia.[N 8]

Zie ook[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  1. Stuer, Johan. Priester Mark Cornelis huldigt nonkel Ivo met een boek – Was Ivo Cornelis de Nielse Daens?. Het Nieuwsblad regio Niel (2013-07-10). Nagezien 2018-01-09.

Voetnoten[bewerken]

  1. Akte nr. 2021 van overlijden opgemaakt ten stadhuize Antwerpen op 13 juli 1958. 'C o r n e l i s' is er meer in gespatieerd dan de voornamen tot en met 'Franciscus de Paulo'; gehuisvest Wollemarkt 26 Mechelen, alhier overleden Harmoniestraat 68 [Eeuwfeestkliniek, huidige AZ Monica]; zoon van Joannes Franciscus Florentinus en Maria Hemretta [allicht tikfout voor Henrietta] Philomena Dol. Aangifte gedaan door Ivo Verbeeck, handelsvertegenwoordiger, oud 30 jaar [ondanks die namen te oud voor een zoon van een van beide allereerste mennekes van Cornelis Frans en Leopold; vermeld als "neef van de overledene".] Kopie in bron Leven en werk van Ivo Cornelis p. 26. De op p. 4 onduidelijke kopie van de handgeschreven geboorteakte lijkt overeen te stemmen.
  2. Kardinaal Mercier wist later over Ivo Cornelis: "C'est un saint prêtre, mais c'est un flamingant" ('t Is een heilige priester, maar 't is een flamingant).
  3. De bron Leven en werk van Ivo Cornelis vermeldt A. Verbist met in een voetnoot Petrus Alphons Verbist (Itegem, 15 september 1888 - Bonheiden, 24 oktober 1975); De Wikipedia versie van 2012-08-20 vermeldt foute initialen en het juiste jaar van overlijden, cf. Odis databank: voornamen Alphonsus Petrus en overleden 1974.
  4. Mechels gemeenteraadslid Alfons Verbist promoveerde in 1931 tot doctor in de opvoedkunde aan de Rijksuniversiteit te Gent (RUG, sinds 2003 UGent), waarvan hij tien jaar eerder de vervlaamsing had beijverd die deels in 1923 en pas in 1930 geheel tot stand kwam, als enige universiteit in België met cursussen in het Nederlands.
  5. Het geheel van hoofdgebouw en koetshuizen in neo-Vlaamse renaissance stijl werd Lusthof a Paulo genoemd naar de door moeder Cornelis vereerde Franciscus van Paola. Ivo's laatste voornaam was diezelfde heiligennaam met Latijnse 'de' i.p.v. Napolitaanse 'a'.
  6. Twee stukjes van een citaat dat de bron Leven en werk van Ivo Cornelis lichtte uit "het jubileumnummer" van 'Band', tijdschrift van de oud-ledenbond van de Jongenstehuizen Ivo Cornelis.
  7. De Ierse priester Patrick Carroll-Abbing was aan het Vatikaan verbonden toen hij tijdens de Tweede Wereldoorlog te Rome een opvangcentrum voor verweesde of dakloze jongens opstartte. Enige jaren na de oorlog stichtte hij de democratische Jongensrepubliek van Civitavecchia. In 1957 had deze "Rattenvanger van Rome" over Italie verspreid negen zogenaamde Jongenssteden en een Meisjesstad opgericht voor meer dan 7.000 kinderen. Het volgende decennium breidde dit verder uit; de instellingen bestaan nog steeds (Bron 2001).
  8. Bron Leven en werk van Ivo Cornelis p. 14 (naam misspeld als "Mgr. Carol-Abbing")