Hof van Prant

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
Ga naar:navigatie, zoeken
English.gif A former city palace and present-day entrance building of a school in Mechelen
Het Hof van Prant gezien vanop de Veemarkt

De zandstenen voorgevel van het Hof van Prant, naar de bouwheer Cosmas van Prant, aan de noordzijde van de Veemarkt in Mechelen is beter gekend als de hoofdingang tot het huidige Sint-Romboutscollege.

Geest in tijd en ruimte

De bouwperiode

De Barokperiode in Mechelen, dan spreekt men van 17de eeuw, was een zeer onrustige periode. De Mechelaars hadden immers veel te lijden onder onophoudelijke oorlogen tussen de Spanjaarden, Oostenrijkers en de Nederlanden. Zo werd Mechelen als het ware een oefenterrein van de algemene, internationale politieke en militaire bedrijvigheid. Alsof dat niet genoeg was, brak er een pest uit in de regio (tussen 1627 en 1634) die vele slachtoffers eiste. In de jaren 1610 - '36 vervulde Cosmas van Prant, heer en later baron van Blaasveld, een flink aantal (toen kortere) ambtstermijnen als burgemeester van Mechelen en werd in zijn opdracht het Hof van Prant gebouwd. In deze eeuw trachtten de machtigen, Kerk zowel als Adel, zoveel mogelijk indruk te maken op de bevolking door onder andere bewonderenswaardige bouwwerken op te trekken in barokstijl.

Verder

Bij de dood van baron Cosmas van Prant in 1650, kwam het patriciërshuis met achterliggend domein toe aan een verre verwante, die in 1657 de graaf van Coupigny huwde.[N 1] Het huis werd dan Hôtel de Coupigny genoemd en bleef nog in die familie tot het geheel in 1744 verkocht werd aan Guillaume François (Augustin de) Snoy, geboren te Mechelen op 5 oktober 1700 en er begraven op 11 juni 1773, wiens familie het in 1839 aan de Brusselse industrieel Daems verkocht. Het voorgebouw Hôtel Snoy werd de directeurswoning van een aan de Lange Heergracht stomende vervuilende wolfabriek, die er niet mocht uitgebreid worden zodat ze in 1857 verhuisde en in 1863 de Kerk het pand kon kopen. Kardinaal Engelbert Sterckx gebruikte het om er een college te vestigen, dat sindsdien de naam draagt van de patroonheilige van de stad. Het hoofdstuk 'Gebouwen' in het artikel over die school beschrijft diverse bouwfasen en -kenmerken op het domein.

Architectuur

De zandstenen voorgevel van het Hof van Prant kan opgedeeld worden in drie aaneenschakelende krulgevels. Elk van deze gevels is vijftien meter hoog. De geblokte monumentale pilasters ritmeren de gevels en samen met de horizontale druiplijsten en driehoekige frontons vormen zij belangrijke stijlkenmerken van de voorgevel.

De topgevels met voluten zijn sterke verwijzingen naar Barok en naar de Klassieke Oudheid. Echter een verwijzing naar de renaissance is de omlijsting van de poort met diamantenkoppen.

De toegangspoort is bewust niet in de middelste gevel geplaatst, maar staat in de linkse. Het gebouw heeft ook een knik tussen het linker-en middenstuk van de zandstenen gevel en het travee met de poort staat niet in lijn met de twee anderen.

Het bovenstuk lijkt sterk op een pijl, die de indruk weergeeft dat heel de gevel een aaneenschakeling is van drie omhoogwijzende pijlen. Dit alles beduidt het doorbreken van rechtlijnigheid, horizontale lijnen en symmetrie.
putti, die zich in de kroonlijst bevinden, versieren het geheel (men betwijfelt of ze er oorspronkelijk waren). Boven de poort staan de wapenschilden van Cosmas van Prant en van zijn echtgenote afgebeeld. Al bij al is het gebouw sober van ontwerp en uitvoering, zonder al te veel versiering.

In kader van dit gebouw

Kenmerken van een barokke gevel

Een barokgevel toont meestal heel imposant, aangezien de adel en de Kerk destijds veel indruk wilden maken op het volk. Vooral de Adel en de Kerk hadden het geld en konden veel bouwwerken realiseren. Deze twee rijke groepen konden zich dan ook veel versieringen en detailwerk veroorloven om die indruk weer te geven.

Een veel voorkomend kenmerk is het doorbreken van de horizontale lijnen. De barokgevel toont meestal ook hoog en doet meer aan het verticale denken. De hoogte wordt gekenmerkt door uitstekende zuilen, door langwerpige ramen en door het pijlvormige bovenstuk (die als het ware naar de lucht wijst). Op het bovenstuk zelf staan er vaak kleine torentjes om de hoogte nog eens te benadrukken.
Een krulgevel is zeer typisch voor Barok, het geeft een minder abstract gevoel weer en breekt de rechtlijnigheid. Vaak worden de krullen gecombineerd met trapjes.

Barokgevels in Mechelen

Buiten het hof van Prant zijn er tal van barokgevels in Mechelen. Men vindt ze vooral in de binnenstad, onder andere aan de Ijzeren Leen, op de Grote Markt en andere marktpleinen. Velen zijn echter heropgebouwd na de beide wereldoorlogen.

Externe links

Galerij

Bronnen

Voetnoten

  1. Het huwelijk van Margaret(h)a van Horne (ook wel Marguerite de Hornes, een enkele keer 'Margaretha van Montmorency, gravin van Horn(e)' hoewel dat graafschap zou afgeschaft geweest zijn) en Cosmas van Prant – in het Frans Côme de Prant en met voorouders die (de) Bran(d)t genoemd waren, bleef kinderloos. Om te Mechelen meer blauwkinderen op te nemen, die de in 1552 door de ridders Aert en (tevens priester) Rombout van Diest opgestelde regels hoorden te volgen, liet de weduwe van Cosmas 6.000 gulden aan een stichting waarvan volgens haar testament (allicht uit 1666) afstammelingen van de "Graven van Coupignies, altydt sullen het opperhooft wesen".
    Mogelijk ook volgens haar testament en/of pas bij haar overlijden in 1668, ging de sinds 1647 tot baronie verheven uit de linie van Prant gekomen heerlijkheid Blaasveld naar dezelfde Agnès Bernardine de Montmorency-Cressy die volgens een geraadpleegde bron het Hof van Prant zou geërfd hebben van Cosmas (al 18 jaar eerder). Echter stellen de ‍'Castella et praetoria nobilium Brabantiae'‍, een ‍'Supplement aux Trophées ... du duché de Brabant'‍ en de ‍'Nobilaire des Pays-Bas et du comté de Bourgogne'‍ dat Cosmas op 12 mei 1650, 4 dagen voor zijn dood, Blaasveld als bruidsschat (niet noodzakelijk voor een spoedig aanstaand huwelijk, laat staan dat die dag getrouwd werd zoals Joseph de Azevedo Coutinho y Bernal blijkt te hebben aangenomen) schonk aan voornoemde Agnès Bernardine, dochter van zijn volle neef of nicht. Die bruidsschat kreeg ze volgens Marie-Henriette comtesse de Lalaing van de weduwe van Cosmas. Agnès Bernardine was echter een dochter van George (ook Jean genoemd) de Montmorency & Laura (Louise) d'Affaytadi die een jongere zus was van Cosmas' moeder Clara (Claire), dus ondanks het leeftijdsverschil een volle nicht van Cosmas en sinds 1657 echtgenote van de graaf van Coupigny. Al in 1656, vóór haar huwelijk, zou Agnès Bernardine de bouw van een windmolen in Blaasveld (bij de huidige hoek Mechelsesteenweg en Klaterstraat) hebben doen aanvatten, waartoe Margareta in 1652 toestemming van de tolkamer van Vilvoorde had gekregen. Overigens blijken in de opgaande linies van Prant zowel als van Horne banden met zowel de Montmorency's als graven van Coupigny (maar nog niet voldoende volledig achterhaald en begrepen door Mechelen Mapt). Het Hof van Prant kwam aan Agnès Bernardine in het jaar ...{NOG MET STELLIGHEID TE ACHTERHALEN}. De in 1646 eerstgeboren zoon en opvolgende graaf van Coupigny en baron van Blaasveld, Côme Claude d'Ongnies, huwde Isabelle Thérèse, prinses van Bournonville, en was een ridder van het Gulden Vlies.
    Noot: De adellijke weduwe van Cosmas werd douairière genoemd. Het (ook buiten Dowaai geregeld ingezette) huwelijksrecht van Douai hield in, {ONDER VOORBEHOUD} dat een met contract gehuwde vrouw slechts kon beschikken over haar eigen bezit (eventueel ook een douaire, bruidsschat) zoals in het contract gestipuleerd was; de man over al het overige; een weduwe kon in de gezamenlijke woonst blijven mits die nadien naar zijn linie ging en haar bezit pas wegschenken nadat ze zijn eigendom verlaten had. Een zonder contract gehuwde vrouw, was (vrijwel overal) veel meer de klos. Mechelen Mapt had graag achterhaald of de weduwe van Cosmas op het kasteel van Blaasveld of in het patriciërshuis verbleef, en of dit hun moment van overdracht aan Agnès Bernardine beïnvloedde, wijl ook tegader bewonen kon in elk. — Bronnen (ook andere geraadpleegd):
    • Cuypers d'Alsingen, Joseph F.G.; Van den Eynde, R.N.. Provincie, Stad, ende District van Mechelen opgeheldert in haere Kercken, Kloosters, Kapellen, Gods-huysen..., Deel 2 (Google Book) p. 262~265. J. B. Jorez, Brussel (1770). Nagezien 2016-04-04.
    Tijdsbalk – jaar 1661 – Vaartland, Klein Brabant – 23 mei Blaasveld. Willebroek Info! © Georges Brems. Nagezien 2016-04-04.
    (lat/fr/nl) Le Roy, Jacques. Castella et praetoria nobilium Brabantiae (Google Book) p. 19. D. van den Dalen, Leiden; A. van Damme, Amsterdam; E. Boucquet, Den Haag (1705). Nagezien 2016-04-05.
    (fr) Butkens, Christophe. Supplement aux Trophées tant sacrés que profanes du duché de Brabant..., Tome 2 (Google Book) p. 36-37. Chrétien Van Lom, Den Haag (1726).
    (fr) de Vegiano, Jean C. J., seigneur d'Hovel; de Herckenrode, Jacques S. F. J. L., baron. Nobilaire des Pays-Bas et du comté de Bourgogne, Vol. 1 (multiple formats on Americana) p. 12, 304. F. & E. Gyselynck, Gent (1865). Nagezien 2016-04-04.
    (fr) de Azevedo Coutinho y Bernal, Joseph F. A. F.. Généalogie de la famille de Coloma (Google Book) p. 81-82, 106-107, 213-214. Onbekende uitgever (1777 à 1781). Nagezien 2016-04-05.
    (fr) de Lalaing, Marie-Henriette comtesse. Maldeghem, la loyale – mémoires et archives (Google Book) p. 297. Impr. & librairie Veuve Wouters, Bruxelles (1849). Nagezien 2016-04-04.
    • Denewet, Lieven; Holemans, Herman. Blaasveld (Willebroek), Antwerpen. Molenecho's. Nagezien 2016-04-02.
    • Bogaerts, Leo; Van Schel, Fred; (ed./transl.). De omgeving van Londerzeel omstreeks 1700-1725 – Het werk van Cornelius van Gestel uit 1725 (Pdf). Geschied- en Heemkundige Kring van Londerzeel vzw (2009). Nagezien 2016-04-02. "Judocus van Prant nu bracht Anna voort, echtgenote van Jacobus d'Ongnies, heer d'Estrées, van wie de graven d'Estrées en Coupigny stamden; (en hij bracht ook voort) Adolphus van Prant, heer van Blaasveld, ridder van heer Jacobus {‍Mechelen Mapt: = ridder van de Orde van Santiago}, die bij Margareta de S. Aldegonde, dochter van Nicolas, heer van Noircames, en van Honorine de Montmorency, voortbracht Hugo van Prant, heer van Blaasveld, die bij Clara d'Affetadi Cosmas van Prant verwekte." (Vertaling van Latijnse tekst uit 1725)
    (en) Hewell, Marthe C.. The Marriage Exchange: Property, Social Place, and Gender in Cities of the Low Countries, 1300-1550 (Google Book). University of Chicago Press (2009). Nagezien 2016-04-02.