Herman De Coninck

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
Ga naar:navigatie, zoeken

Herman De Coninck (Mechelen, 21 februari 1944 - Lissabon, 22 mei 1997) was een Vlaams dichter, essayist en tijdschriftuitgever. Hij staat bekend als de man die zijn volk poëzie leerde lezen. De schrijversnaam is meestal met kleine ' d ' gespeld.[1][N 1]

Hermans ouders hadden een boekenwinkel, wat hem (en zijn zus) in staat stelde al op jonge leeftijd van de wereldliteratuur te snoepen. Hij doorliep de Humaniora aan het Sint-Romboutscollege en schreef toen al voor het schoolkrantje. Hij had al op zijn 15e vastbesloten schrijver te worden en studeerde daartoe Germaanse Filologie in Leuven en werd Licentiaat in de Letteren. Nadat hij vier jaar had lesgegeven, werd hij in 1970 redacteur bij het weekblad Humo, waar hij naast ook Piet Piryns zeker werd opgemerkt. Later stond hij aan de wieg van het literaire blad Nieuw Wereld Tijdschrift.[2]

Zijn werken[bewerken]

Herman de Coninck was een Vlaams Dichter en Essayist. Hij studeerde Germanistiek te Leuven en schreef cursiefjes voor het studentenweekblad Universitas, waaruit een keuze verscheen in Lachen tot je zwart ziet (1968). Hij was enige tijd leraar en daarna journalist voor het weekblad Humo. Samen met Piet Piryns verzamelde hij de voor dit blad verzorgde interviews in Woe is woe in de Nedderlens (1972). Hij werkte voor poëzie mee aan Ruimten, De Standaard en Tirade. In 1984 werd hij hoofdredacteur van het Nieuw Wereld Tijdschrift. Herman de Coninck behoorde met zijn poëzie tot de Vlaamse Neorealisten. Zijn voorkeur ging uit naar de weergave van de alledaagse werkelijkheid in spreektaal, die door isolering, subjectieve kleuring of kritisch commentaar persoonlijk geladen wordt. Zijn poëticale opvattingen spreken, behalve uit zijn essays, het duidelijkst uit zijn poëziedebuut De lenige liefde (1969). De bundel Zolang er sneeuw ligt (1975) is sterk bepaald door persoonlijke ervaringen, in het bijzonder de dood van zijn echtgenote. In Met een klank van Hobo (1980) staat de verhouding tussen ouder worden en de kwaliteit van het bestaan centraal. De Conincks poëzie werd bekroond met de Yangprijs (1969), de Prijs van de provincie Antwerpen (1971), de Dirk Martensprijs van de stad Aalst (1976) en de Prijs van de Vlaamse provinciën (1978).

2007[bewerken]

In 2007 werd zijn dood herdacht met het uitbrengen van een van zijn gedichten :

Tram 11

Tram heen. Tram terug. Heen : jonge Zaïrese
heeft met baby hees geneurie, veel tijd,
intimiteit, elkaar, openbaar
en toch alleen van haar. Tram kijkt ernaar.

Tram terug : Marokkaanse probeert jengelend zoontje,
zootje, zotje stil te krijgen. Hoe meer ze hem door elkaar
schudt, hoe meer letters er uit hem vallen.
Tot Antwerpse volksmadam hem met tatata

tot zichzelf brengt. En tot ons allen.
Tingeling, tingeling door de stad.
Het openbaar vervoer doet aan beschaving,
aan feestelijkheid, aan wanordehandhaving.

(uit : De gedichten, Amsterdam-Antwerpen, 2001)

Titels[bewerken]

  • Lachen tot je zwart ziet (1968)
  • De lenige liefde (1969)
  • Woe is woe in de Nedderlens (1972)
  • Puur natuur (1974)
  • Zolang er sneeuw ligt (1975)
  • Ter ere van de goedertieren maan (1979)
  • Met een klank van hobo (1980)
  • Koud als een bosbes (1981)
  • Over de troost van pessimisme (1983)
  • Onbegonnen werk (1984)
  • De hectaren van het geheugen (1985)
  • Over Marieke van de bakker (1987)
  • Enkelvoud (1991)
  • De flaptekstlezer (1992)
  • Intimiteit onder de melkweg (1994)
  • Schoolslag (1994)
  • De vliegende keeper (1995)
  • De cowboybroek van Maria Magdalena (en andere reisverhalen) (1996)
  • Vingerafdrukken (1997)

Externe Links[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  1. Herman De Coninck (m). Literatuurplein. Vereniging van Openbare Bibliotheken, Nederland. Nagezien 2013-02-22.
  2. Piryns, Piet. Het Nieuw Wereldtijdschrift, La Petite Histoire van het NWT - Journalistje van zijn ziel. Een kroniek door Piet Piryns. Herman de Coninck 1944 - 1997. Bert Geens, Herman de Coninck.be. Nagezien 2013-02-22.

Voetnoten[bewerken]

  1. Niet-adellijke Vlaamse familienamen beginnend met een losse DE worden normaal steeds met hoofdletter D gespeld. Op zijn boeken komt de naam van de schrijver vooral voor met ' d ' (bvb. De flaptekstlezer Arbeiderspers, 1992, en vele andere), of eventueel in drukletters (Nu dus, Amo, 1995). De omslag van Revolver (10e jaargang, nr. 3 - 1981) met de eerste publicatie van Koud als een bosbes en de presentatie van het door Herman ingesproken luisterboek De lenige liefde tonen ' D '. De achterflap van Kristien Hemmerechts' werk over haar overleden man, vermeld hem als dichter met 'd'. In ernstige bronnen vindt men beide spellingen (bvb. 'D' - ib. - ib., 'd' - ib. of zelfs door mekaar, ib.). Gelet op het veelvuldig gebruik in literair verband, zou men de spelling als Herman de Coninck met kleine d vrijwel als een pseudoniem kunnen beschouwen.