Grote Raad van Mechelen

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
Ga naar:navigatie, zoeken
English.gif Mechlin Supreme Court
Het Schepenhuis te Mechelen

De Grote Raad van Mechelen was het hoogste rechtscollege voor de Habsburgse Nederlanden, in de Zuidelijke gedurende bijna drie eeuwen. De nog machtigere basis was al gelegd met het Parlement van Mechelen tijdens drie laat-Bourgondische jaren.[N 1]

Ontstaan[bewerken]

De Bourgondische hofraad had sinds 1435 de hertogelijke hofhouding gevolgd naar haar geregeld wisselende verblijfplaatsen. Bij het Edict van Thionville (eind 1473) gaf Karel de Stoute deze Grote Raad samen met de rekenkamer een permanente vestiging met de naam Parlement van Mechelen, plechtig geïnstalleerd op 3 januari 1474. Het benadrukte zijn onafhankelijkheid van het Parlement van Parijs door de uitspraken 'arresten' te noemen.[1] Karel sneuvelde echter op 5 januari 1477 en de staten verzetten zich tegen de centraliserende politiek, wijl de Franstalige deliberaties door vooral uit het oude hertogdom en het vrijgraafschap Bourgondië afkomstige juristen niet geapprecieerd waren. De Staten-Generaal bleek bereid een leger tegen de invallende Franse koning te organiseren en de twintigjarige dochter Maria van Bourgondië als opvolgster te erkennen, mits ze al in februari — een half jaar voor ze haar Habsburgse verloofde huwde — met het Groot Privilege onder meer het parlement ophief, financiën weer in beheer gaf van regionale rekenkamers en zich liet adviseren door een 'Grote Raad'[N 2] in oude stijl (zelfs iets meer ingeperkt ‍[2]) bij haar hof. In 1482 viel de jonge moeder noodlottig van haar paard. De staten van het oude graafschap Vlaanderen lieten dan louter hun vermeende belang primeren en haalden alles uit de kast in hun samenwerking met Frankrijk. Met aldus het dochtertje Margaretha aan het Franse hof gegijzeld als verloofde peuter van de kroonprins,[N 3] kon het privilege geenszins teruggeschroefd worden door Maximiliaan van Oostenrijk, de weduwnaar-regent tot hij in 1493 ‍-'94 de keizerstaken diende op te nemen en de Nederlanden aan de meerderjarig verklaarde zestienjarige zoon Filips liet.

Pas in 1504 bezorgde Filips de Schone ‍[N 4] alleen de opperste judiciële instelling opnieuw haar vaste stek, die ditmaal duurzamer zou blijken. Onder Franse diplomatieke druk bleef de term 'Parlement' evenwel gereduceerd tot 'Grote Raad' en de overige aspecten bleven tot de 'Grote Raad nevens de vorst' horen; die laatste zou zijn zoon Keizer Karel in 1531 na de dood van voormalige regentes en daarna landvoogdes Margaretha van Oostenrijk en aanstelling van de zich te Brussel vestigende landvoogdes Maria van Hongarije, zijn zus, officieel omzetten tot de Collaterale Raden, voorlopers (met weliswaar andere personages) van ministeries: Raad van Financiën (financiën en beheer der domeinen), Geheime Raad (binnenlandse zaken, wetgeving en justitie) en Raad van State (gewichtig politiek advies, vooral aangaande buitenlandse zaken, landsveiligheid en defensie).

Bevoegdheden[bewerken]

Naast zetelen als opperste beroepshof kon de Grote Raad ook al in eerste of enige aanleg fungeren voor uitzonderingsmateries, voor gepriviligieerden (zoals ridders van het Gulden Vlies mits hun orde het toestond) of voor personen in bepaalde functies. Zijn competenties werden echter uitgehold door, van langsom geregelder, zaken af te moeten staan aan de Geheime Raad. Zulke overdrachten naar de Raad nevens de vorst waren overigens van meet af aan voorzien ‍[3] en hoewel de Geheime Raad 'eisen in rechte' naar de gewone rechtbanken moest verwijzen kwam daar al van in het begin weinig van in huis ‍[4] zodat bij voorbaat een eventueel beroep bij de Grote Raad quasi uitgesloten was. Toch blijken enkele geschillen waarbij het vonnis van de Geheime Raad niet werd aanvaard of uitgevoerd dan toch zogenaamd 'in eerste aanleg' voor de Grote Raad van Mechelen gebracht.[5] Ook die laatste durfde haar strikte kwalificaties te overschrijden. Fiscale betwistingen kwamen doorgaans voor de Geheime Raad. Familiaal recht en erfrecht werd veelal louter regionaal afgehandeld.

Voor de 'heerlijkheid ende provincie' Mechelen vervulde de Grote Raad tevens de rol van provinciale rechtbank.

‍Postzegel 'Grote Raad van Mechelen'‍
1973 (eig. 500e verjaring Parlement)

Territorium[bewerken]

De Grote Raad van Mechelen, in 1504 verordend benevens een voorzitter vijf geestelijke en negen wereldlijke raadsleden te tellen, was competent binnen het territorium van hertog of vorst in het deel van de Westfaalse Kreits dat in 1512 als Bourgondische Kreits werd afgesplitst terwijl ook het vrijgraafschap Bourgondië hiermee aansloot. Het sticht Utrecht en het prinsbisdom Luik, welke kerkelijke instanties ook wereldlijk gezag uitoefenden en in de Rijksdag van het Heilige Roomse Rijk een zetel en stem hadden, bleven toen in de Westfaalse. Dat sticht en de gebieden die tot het prinsbisdom behoorden maar niet het eigenlijke prinsbisdom Luik werden evenals het hertogdom Gelre in 1548 overgeheveld naar de Bourgondische.[N 5] De keizerlijke overeenkomsten met de prins-bisschop brachten het autonome rechtsgebied van deze laatstgenoemde vorst nimmer onder jurisdictie van de Grote Raad.[N 6] Het hertogdom Luxemburg was al Bourgondisch en later Habsburgs bezit maar kwam pas in 1549 met de Pragmatieke Sanctie staatsrechterlijk bij de zogenoemde Zeventien Provinciën der Nederlanden, waarvan het werkelijke aantal en hun vertegenwoordiging in de Staten-Generaal kon schommelen.

Na amper een kwarteeuw over het ruimste gebied, kon de Grote Raad door de godsdienstoorlogen geen rol meer spelen in de sindsdien onafhankelijke Zeven Verenigde Provinciën. Hij voerde van 1580 tot 1585 wegens het Mechelse geuzenbestuur zijn taken uit te Namen. In de tweede helft van de 17e eeuw vielen het vrijgraafschap Bourgondië en het graafschap Artesië (opnieuw) aan de Franse koning, evenals een deel van Luxemburg; over dit ganse hertogdom heerste deze slechts van 1684 tot 1697. Door Franse annexaties, door grensverlegging tussen noordelijke en zuidelijke Nederlanden, maar ook door zich vanonder de bevoegdheid los gewurmde rechtsgebieden als al zeer vroeg Henegouwen en Brabant en pas in 1782 Luxemburg en Doornik, waren hierna amper Mechelen, wat nog restte van het graafschap Vlaanderen, Namen en Oostenrijks-Gelre over.

Aldus waren nog immer Nederlandstalige, Franstalige en eerder ook Duitstalige gebieden onder de bevoegdheid van de Grote Raad van Mechelen. In het Frans heette hij voluit le Grand Conseil des Pays-Bas à Malines en ook wel le Grand Conseil de Malines en in het Duits der Grosse Rat von Mecheln. Een Franstalige judiciële uitdrukking uit die tijd was: "Nous pousserons l'affaire jusqu'à Malines". Dat een Duitse of Letzeburgse versie van "Wij gaan / trekken naar Mechelen" ook in meer algemene zin  het willen uitspelen van zijn laatste troef betekende, zou wel eens een stadslegende kunnen wezen.[N 7]

Einde van een tijdperk[bewerken]

Binnentuin van het Gerechtshof, decor van menig tv-interview

De oorspronkelijke zetel in het Schepenhuis ‍[N 8] werd in 1616 overgebracht naar het voormalige paleis van Margareta van Oostenrijk aan de Keizerstraat. Daar zette pas de Brabantse Omwenteling de Grote Raad buitenspel (1789 -'90) en na een vlucht eind '92 naar Roermond en dan Regensburg, waar werkzaamheid uitbleef, werd hij in de prille Franse Tijd afgeschaft (1795). De bekende locatie bleef de gemeenzame benaming Gerechtshof  behouden hoewel de herinrichting van het gerechtelijk apparaat er slechts lagere rechtbanken behield en de hogere hoven in hoofdsteden bracht: die van beroep in provinciale en dat van cassatie in de nationale.

Naar aanleiding van de vierhonderdste verjaardag van de plechtige zitting waarmee de verhuisde Grote Raad zijn intrek had genomen in dit eertijdse Hof van Savoye,[N 9] ging in september 2016 met een luik rond ‍'justitie en diversiteit'‍ het stadsfestival 'op.recht.mechelen' van start. Dit had in 2017 als thema ‍'radicaal voor rechten'‍ en werd in 2018 afgesloten met de tentoonstelling ‍'Roep om Rechtvaardigheid. Kunst en Rechtspraak in de Bourgondische Nederlanden'‍ in het na restauratie heropenende Hof van Busleyden,[6] dat — gelijktijdig met het vermaardste deel van dat van Savoye — in de vroege Renaissance was opgetrokken met als bouwheer het Grote Raadslid Hiëronymus Buslidius ofte Jeroen van Busleyden.

Betekenis[bewerken]

Ondanks het oorspronkelijke grootse opzet voor een zeer welvarend uitgestrekt gebied, speelde de Grote Raad van Mechelen volgens verscheidene hedendaagse academici een minder grote praktische rol dan hem geregeld was en politiek nog wordt toegeschreven. In zijn tijd woog de rechtspraak in de provincies meer door op het leven in het algemeen. Zijn invloed op het moderne rechtsgebeuren in dezelfde gebieden is beperkter dan wat de Franse Tijd in de huidige Benelux dan wel in dan al Frans geworden en sindsdien gebleven landstreken heeft voortgebracht met als achtergrond de juridische ontwikkeling van het Parlement van Parijs. De Habsburgse bindingen van 'Spaanse' en 'Oostenrijkse' Nederlanden met de onder jurisdictie van het door voornoemde Maximiliaan van Oostenrijk in 1495 opgerichte Keizerlijke Rijkskamergerecht vallende landen, hadden nauwelijks enige weerslag op de onderscheiden rechtspraak. Ook drukten elk van die twee iets oudere instellingen binnen hun respectievelijk gebied een krachtigere stempel dan de Grote Raad van Mechelen binnen het zijne. Dat in alledrie de overgang van Middeleeuwen naar Vroegmoderne Tijd op judicieel vlak pas vooral in de periode 1550 ‍–1650 plaatsvond, amper honderd jaar achter op het algemeen maatschappelijk gebeuren,[7] heet in termen van omtrent de millenniumwissel 'kort op de bal gespeeld'.

Voor juridisch gespecialiseerde historici blijven nog immer vele duizenden te Mechelen gearchiveerde, zeer gedetailleerde uitspraken te bestuderen. Vooral ook, houden zulke documenten een schat aan informatie in over het algemeen denken, het gewone leven en sociaal-economische omstandigheden, die op geen andere wijze zou kunnen achterhaald worden. Deze vrij recente geschiedkundige onderzoeksterreinen en methodiek zijn nog verre van uitgeput.

Voor de Maneblussers was en blijft de ruime bekendheid van de prestigieuze Grote Raad een permanente opsteker, naast zulks als aartsbisschoppelijke stad met metropolitane kathedraal. Het winnen van een Europese voetbalbeker en Supercup zou wel eens vlugger in de plooien van de vergetelheid kunnen verdwijnen.

Zie ook[bewerken]

Galerij[bewerken]

Filmlinks[bewerken]

Restauratie muurschilderingen Schepenhuis (3' ‍ ‍56'‍')
Centralisering Karel V (12' ‍ ‍22'‍')


Expo 'Mir ginn op Mechelen'[N 7] (3' ‍ ‍01'‍')

(fr) Les institutions judiciaires des anciens Pays-Bas
du XIIe au XVIIIe siècle
(1u ‍ ‍06')


Literatuur[bewerken]

  • Maes, Louis Theo in samenwerking met Godenne, Willy. Iconografie van de leden van de Grote Raad van Mechelen. (inleiding door G. Lepointe, E.M. Meyers en R. Monier).
  • Maes, Louis Theo. De Geschiedenis van het Parlement en de Grote Raad van Mechelen. Mechelen (1949); herzien: Devries-Brouwers, Antwerpen/Rotterdam (2009)
  • Van Rompaey, J. De Grote Raad van de Hertogen van Boergondië en het Parlement van Mechelen. Verhandelingen van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België, Klasse der Letteren, reeks XXXV, nr. ‍73. Paleis der Academiën, Brussel (1973)
  • Zie ook Van Rhee onder Externe links, evenals van Verscuren deze ‍'References'‍.

Externe links[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  1. (fr) Van Rompaey, Jan. Du grand conseil de Philippe le Bon au parlement de malines de Charles le Téméraire [compte-rendu]. Revue du Nord tome 61 n° ‍240 p. 214. Université de Lille (1979); online: Persée. Nagezien 2020-07-03.
  2. (fr) Stengers, Jean. Composition, procédure et activité judiciaire du Grand Conseil de Marie de Bourgogne pendant les trois premières années de son existence (février 1477-février 1480). Bulletin de la Commission royale d'Histoire tome ‍109 p. 2. Palais des académies, Bruxelles (1944); online: Persée. Nagezien 2020-07-02.
  3. Morren p. ‍137: "De leden van de Grote Raad zullen kennis en rechtspraak hebben over alle zaken en aangelegenheden... zowel van eerste aanleg als verder, behalve dat wij zullen kunnen oproepen voor ons en onze Raad die zaken die het ons behaagt..."
  4. De Schepper p. ‍391
  5. De Schepper p. ‍395
  6. • Vansina, Wannes. Cultuurfestival kost 5,6 miljoen euro. Het Laatst Nieuws (2016-02-25). Nagezien 2020-06-19.
    Dag van de Rechtsstaat. Vzw 400 (2016). Nagezien 2020-06-19.
    • Goris, Gie (red.). Radicaal voor rechten. Vzw 400; Stad Mechelen; online: Issuu (2017-06-28). Nagezien 2020-06-19.
    Roep om Rechtvaardigheid. Hof van Busleyden, Stad Mechelen (2018). Nagezien 2020-06-19.
  7. Wijffels p. ‍5

Voetnoten[bewerken]

  1. Dit artikel wil geen half millennium geschiedenis van West-Europa uit de doeken doen. Op een paar na, blijven tal van nochtans eveneens relevante betwistingen, verdragen en regelingen aangaande territoria en bevoegdheden dus onvermeld.
  2. Voluit 'Grote Raad der Nederlanden' maar vanaf 1504 slaat deze benaming louter op de 'Grote Raad der Nederlanden te Mechelen', veelal kortweg de 'Grote Raad van Mechelen' of in context de 'Grote Raad' genoemd, maar dit laatste telt ook voor de hofraad van vóór 1474 en de die nevens de vorst 1477 ‍–1504 en leest men soms voor het Parlement van Mechelen of voor de Geheime Raad. Bovendien hadden al sinds de 13e eeuw ook de Franse koningen een judiciële Grand Conseil en in Zwitserland heten bepaalde heden verkozen kantonnale parlementen Grand Conseil, Grosse Rat of Gran Consiglio; historische instellingen in Venetië (Maggior Consiglio / Mazor Consejo), Tunesië en China droegen een in vertaling overeenkomstige naam.
  3. Een voorstel van de Franse koning om de dauphin op uiterst jonge leeftijd met de dertien jaar oudere Maria van Bourgondië te verloven, was afgeketst; ook in 1477 stuurde Lodewijk XI daarop aan ‍(a) maar zij hield het bij haar Maximiliaan: Karel de Stoute had in 1473 een fermere schatkist dan de keizer toen zijn al te zware condities Frederik III met zijn zoon Maximiliaan, aartshertog van Oostenrijk, van premaritale onderhandelingen te Trier lieten wegtrekken maar met de machtsverhoudingen in 1475 ‍-'76 was een toekomstig huwelijk toch bedisseld en kon het Maria's instemming genieten. Haar blijkbaar vooruitziende vader had erop aangedrongen dat, mocht hem iets overkomen, zij zo snel mogelijk met de Habsburger zou trouwen. Hun nog net geen twaalfjarige dochter Margaretha werd na ruim acht jaar verloving naar papa teruggestuurd nadat in de plaats diens nieuwe verloofde ‍(b) met die voormelde Franse kroonprins, inmiddels koning Karel VIII, was gehuwd om diens belegering van dier hertogdom Bretagne te staken; een en ander werd in de Vrede van Senlis ‍(en) beklonken.
    a) Wikipedia beweerde ten onrechte dat in 1477 Karel verloofd werd met Maria, elders juister dat Lodewijk XI dat toen wou.
    b) Een soort verloving vermits niet even onverbrekelijk of met identieke rechtsgevolgen als een geconsumeerd huwelijk, kon de paus het slechts door een gevolmachtigde van de man gesloten 'huwelijk met de handschoen' van Maximiliaan en Anna van Bretagne uit 1490 vlot ontbinden ten bate van Karel VIII.
  4. In het Frans Philippe le Beau (1478 ‍–1506), de Bourgondische Habsburger die twee maanden voor zijn dood Filips I, koning-gemaal van Castilië zou worden (de aanzet tot de 'Spaanse Nederlanden'), niet te verwarren met de twee eeuwen eerdere Franse koning Filips de Schone, Philippe le Bel (1268 ‍–1314).
  5. Toch wordt de heerlijkheid Utrecht vanaf 1528 bij de 17 provinciën genoemd; hoewel niet bijster loyaal, was Gelre slechts in de perioden 1492 ‍–1504 en 1511 ‍–'43 zelfstandig.
  6. De maand volgend op Maria van Bourgondiës toegevingen met het Groot Privilege, had ze op verzoek van haar oom de prins-bisschop van Luik afstand gedaan van al haar rechten op het prinsbisdom. Of het pas opgeheven Parlement van Mechelen daar wel bevoegd was geweest, is Mechelen Mapt alsnog onduidelijk. Ten tijde van dit parlement waren de graafschappen Artesië en Charolais, het vrijgraafschap Bourgondië (comté de Bourgogne, later Franche-Comté [de Bourgogne] ), het voormalige kerngebied hertogdom Bourgondië en het graafschap Picardië nog onder Karel de Stoute. Hun inlijving na diens dood door de Franse Kroon werd slechts voor de drie eerstgenoemde ongedaan gemaakt, door de Vrede van Senlis (1493). Na de indeling in kreitsen van het Heilige Roomse Rijk in 1500 werd in 1512 de Bourgondische uit de Westfaalse gesplitst. In 1559 werd het tot dan onder het Keulse aartsbisdom resorterende bisdom Luik onder het nieuwe aartsbisdom Mechelen geplaatst, wellicht zonder weerslag op wereldlijke rechtspraak.
  7. 7,0 7,1 Burgemeester Somers op lokale TV en hem volgend Het Laatste Nieuws, beweerden op 25 februari 2016 dat ‍'on va jusqu'à Malines'‍ een nog bestaande uitdrukking is. In het artikel over de Grote Raad op de Nederlandstalige Wikipedia zette Karel Anthonissen uit Antwerpen op 27 augustus 2005, zonder bronvermelding, dat men in het Letzeburgs nog altijd ‍'mir ginn op Mechelen'‍ zegt. De vertaler naar de eerste versie op de Wikipedia in het Letzeburgs in 2007, maakte die allicht nooit gehoorde en voor die amper geschreven streektaal onverifieerbare uitdrukking dan maar ‍'verouderd'‍. De eerste Engelstalige versie in 2009 nam de Nederlandstalige ongetemperd over. De eerste Duitstalige versie in 2008 stelde in lopende Duitse tekst dat in de gesproken omgangstaal ‍'auf Mecheln gehen'‍ zijn laatste troef uitspelen betekende, zonder de vermeende zegswijze te lokaliseren vertalend uit zowel die Nederlands- als die Luxemburgstalige; allicht werd de uitdrukking mee vertaald. Het heel eigen artikel op de Franstalige Wikipedia maakte nooit van een uitdrukking gewag. In 2008 verscheen Culture et droit civil en Luxembourg(a) met bij rechtbanken ten tijde van Karel V een voetnoot: "D'où pour longtemps le terme « mir gin op Mechelen » (On va à Malines), pour dire qu'on se pourvoit en cassation", dus in vervlogen tijd bedoelend dat men zich in cassatie voorziet, zoals nu 'naar Straatsburg trekken' alleen in juridische context gezegd wordt. Het stadsproject 'OP.RECHT.MECHELEN' had in 2014 nog de werknaam 'Mir ginn op Mecheln!' (b)
    a) (fr) Prüm, André et al. Culture et droit civil en Luxembourg (Pdf). Travaux de l’Association Henri Capitant, Droit et culture, Journées louisianaises, Tome LVIII p. 160 (2008). Nagezien 2016-04-10.
    b) Oproep aan het gemeentebestuur van Sittard-Geleen: Museum Het Domein moet blijven!. Vrienden van het Domein (2014-04-25) Nagezien 2016-04-10.

    Op 10 april 2016 stonden al die Wikipediaanse beweringen nog immer zonder bronvermelding, wijl Mechelen Mapt niet één daarvan onafhankelijk woordenboek, encyclopedische of enigerlei tekst onder de ontelbare gedigitaliseerde vermocht te googelen, waarin zulks beaamd werd of (in het Frans hoe ook vervoegd) figuurlijk kon bedoeld zijn, zodat een internationale stadslegende over Mechelen kan vermoed worden. Nog even, en het is een oude Chinese wijsheid.
  8. "Ten eerste bevelen wij dat deze Grote Raad zal verblijven in onze stad Mechelen... Zowel voor de pleidooien als voor de andere zaken zal de Raad vergaderen in het stadhuis van Mechelen, waar het Parlement gewoon was zitting te hebben." (Morren p. ‍137) Aan de primaire functie van het betreffende 13e- en 14e-eeuwse gebouw herinnert de benaming 'Schepenhuis'. De schepenen vergaderden aldus al sinds 1474 aan de overzijde in De Beyaert, die stadhuis zou blijven tot een paar jaar voor de Eerste Wereldoorlog. De Stad Mechelen schept op haar webpagina 'Schepenhuis' (juni 2020) in context van de Grote Raad verwarring met "rechtspleging door de schepenen": Toen een stadsbestuur 'magistraat' genoemd werd, omvatte de term 'schepenen' naast de meer hedendaagse nog steeds rechterlijke taken maar het stedelijke soort waarnaar het Schepenhuis genoemd is, vormde niet de landelijke raad, waarvan alle rechters een academische graad in de rechten hadden en veelal 'raadsheren' heetten.
  9. In De Nieuwe Maan nr. ‍60 van mei-juni 2017 op p. ‍14 schoot de stad Mechelen met "de verjaardag van 400 jaar rechtspraak in onze stad" haar zeer ruime Schepenhuiseeuw naar de maan. Doorgaans welingelichte bronnen menen trouwens dat er ook voordien geen pure anarchie heerste.
  10. Deze Jan Carondelet was al voorzitter van de nog rondreizende hofraad. Hij liet weten dat een snelle betaling van de beden aan de Bourgondische hertog, de vestiging van het parlement in Mechelen zou versnellen en vergemakkelijken. De stad bedankte Carondelet met 600 gulden voor de aankoop van een woning.