Goudleer

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
Ga naar:navigatie, zoeken
English.gif The process of leather gilding in Mechelen
Goudleer

De geschiedenis van het goudleer start in de 6e eeuw op het Afrikaanse continent. Gedurende deze periode werd het gemaakt te Ghadamesh (of Rhadames), dat zich thans in Libië bevindt. Dit was vanaf de 12e eeuw een zeer belangrijk centrum. De Spanjaarden hebben het goudleer de naam "guadamaciles" gegeven.

Middeleeuwen

Tijdens de Middeleeuwen kwam het goudleer uit Spanje. Deze guadamaciles werden in verschillende steden geproduceerd en zo ook te Cordoba, een stad die vooral bekend was voor het vegetaal looien van leder. De productie zou er reeds in de 9e eeuw bestaan hebben. Het diende als voorbeeld voor vele andere productieplaatsen die achteraf in het noorden, zoals Castilië en Catalonië, opgericht werden. Bekende steden zijn : Madrid, Valladolid, Ciudad, Rodrigo. Het werd tevens in Lissabon geproduceerd (huidige Portugal).

De productie en de kwaliteit van het goudleer werd gecontroleerd door de gilden. Van de guadamecileros van Córdoba is een oorkondeuit 1528 bewaard gebleven. Het werd van de 14e tot de 17e eeuw geëxporteerd naar verschillende delen van Europa en later naar de Spaanse koloniën in Amerika. Aldus gebruikte men vanaf de 17e en 18e eeuw en vooral tijdens de 19e eeuw de benaming Spaans of Cordobaans leder.

De 17e eeuw

In de 17e eeuw werd de productietechniek van het goudleer in de rest van Europa geïntroduceerd nadat de Moren uit Spanje verdreven werden door Filips II (1611). Voor Spanje zelf betekende dit een zware klap in de goudlederindustrie. De nieuwe goudlederbedrijven vestigden zich toen vooral in Italië, waaronder te Milaan, Venetië, Bologna, Rome en Napels. Venetië blijkt het belangrijkste centrum geweest te zijn. Daar werd de techniek licht gewijzigd, met minder reliëf.

Zij kwamen ook naar Vlaanderen, waar goudleer reeds in 1511 zou geproduceerd worden, naar Frankrijk te Marseille, Avignon, Parijs en Lyon (1586), naar Engeland (Londen) en Holland. In Duitsland is er slechts een geringe doorbraak geweest, in Hamburg, Augsburg en Berlijn. Het meest gekende centrum in Noord-Europa voor de productie van goudleer waren ongetwijfeld de zuidelijke Nederlanden, vooral te Mechelen. Daarin heeft de familie Vermeulen een zeer belangrijke rol gespeeld.

De 18e eeuw

Gedurende de 17e eeuw tot 1797 was Mechelen een zeer belangrijk productiecentrum. Goudleer werd tevens, alhoewel op veel kleinere schaal, gemaakt te Gent, Luik, Brussel, Ieper en Antwerpen. In de noordelijke Nederlanden zijn vooral Amsterdam (vanaf 1612) en Den Haag belangrijke centra geweest.

De Nederlanden

Het goudleer in de Nederlanden is gekenmerkt door zijn sterk reliëf. In Spanje en Frankrijk gebruikte men vooral schaaps- en geiteleder, terwijl in onze streken vooral het mooie kalfsleer werd aangewend. Het goudleer was zeer geliefkoosd als muurbekleding maar werd ook toegepast op stoelen, meubels, tafelbekleding, koffers en kazuifels. Men vond het zowel in vorstelijke bedrijven als in rijk geornamenteerde burgerswoningen.

Vervaardiging

Op het leder wordt eerst een laag vislijm of een ander eiwitlaagje aangebracht. Daarop komt bladzilver (of bladtin of bladlood) over de volledige oppervlakte van het leder. Na het polijsten van het zilver volgt opnieuw een laagje eiwit. Daarna wordt het verzilverde leder bedekt met een geelbruine vernislaag. Dit geeft de gouden tint. Nadat het vel verguld is, wordt met een drukplaat een decoratief motief ingeperst (meestal een bloemmotief). De drukplaat, meestal 75 x 65 cm groot, bevat een negatief (uitgehold) motief. Het goudleder wordt met de vergulde bovenzijde tegen de mal gedrukt. Tegen de onderzijde van het leer legt men doorgaans een tegenmal (soms een dik opgevouwen linnen). De voorstelling van de drukplaat wordt in het leder geperst (twee tot drie cm). Na deze drukprocedure wordt het goudleder beschilderd, zeer eenvoudig (één of twee kleuren) of met meerdere kleuren. Hiervoor worden dekkende en glazuurverven gebruikt.