G.D. de Azevedo

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
Ga naar:navigatie, zoeken
English.gif Historian from Mechelen
De Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijlekerk

Gérard-Dominique (Gerardus Dominicus) de Azevedo Coutinho y Bernal werd geboren te Mechelen op 4 augustus 1712 en stierf op 22 februari 1782. G.D. de Azevedo was kanunnik en priester, historicus en kroniekschrijver.

De grafsteen van G.D. de Azevedo in de Mechelse Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijlekerk vertoont de 'Kruisoprichting', een reliëf van Lucas Fayd'herbe.[1]

Oeuvre

G.D. de Azevedo is vooral bekend om zijn te Leuven tussen 1769 en 1776 uitgegeven naslagwerk 'Korte Chronyke der Stadt ende Provincie van Mechelen 420 - 1582' in 28 delen. Daarin vermeldde hij bijvoorbeeld dat 900 begijnen in 1467 Karel de Stoute in de stad verwelkomden.[2]

Tevens publiceerde hij de historische artikelenreeks 'Historische samenspraeken', die te volgen was in de krant 'Het wekelijks bericht van de Stad en Provincie Mechelen', welke werd uitgegeven door Vander Elst. Deze artikelenreeks stond als voorbeeld voor latere historische en toeristische gidsboeken.

Deze werken waren geschreven in een populaire volkstaal, doch de onderwerpen konden bogen op originele en authentieke bronnen. Hierdoor werd G.D. de Azevedo beschouwd als één van de grondleggers van het moderne historische onderzoek in verband met Mechelen. Veel van de onderwerpen verschenen ook in de populaire almanakken.

Naast G.D. de Azevedo schreef ook de Mechelse industrieel en kunstenaar Jan Bartholomeus Joffroy over de Mechelse geschiedenis in zijn 'Verhandeling ofte historie der provintie van Mechelen' (1721) en hield de Mechelse edelman en jurist Daniel Frans Cuypers een indrukwekkende bibliotheek bij, waartoe bevriende historici toegang hadden.

G.D. de Avezedo stond op de lijst van het 'Fonds Mechliniensia' of het 'Fonds Vicariaat' Hierdoor kreeg hij, net als enkele artsen, advocaten, edelen en geschiedschrijvers, de aartsbisschoppelijke toestemming tot het lezen en bezitten van “verboden” boeken (G.D. de Azevedo ontving die toestemming op 16 december 1746).

Enkele uittreksels: "…Tseedert den nacht van den 5 januari tot diep in meert ist soo fellen winter geweest datter vele menschen ende beesten van koude gestorven sijn. Int selve jaer, in de maend meert, sijn de wateren seer hoogh geweest, waer door groote schaede overal veroorsaeckt is, soo wel door het ijs als door de hooge waters". Op die buitengewoon strenge winter volgde eenen overgrooten dieren (dure) tijd van graenen door dien sij meest alle bevrosen syn geweest…”

Deze beschrijving ging over de hoge prijs van het graan (toen het basisvoedsel) dat maakte dat er, onder de gewone mensen, honger werd geleden tijdens een zeer strenge winter.

“…Het begin was smorgens ten 9 uren, de gheele verduysteringh ten 10 uren soo doncker dat men alsdan de sterren heeft gesien in het firmament, ende de priesters tot het celebreren der missen licht noodigh hadden om te connen sien de letteren in den missael…"

Dit was een verslag over een spectaculaire zonsverduistering.

“…het innemen van Belgrado, alwaer in een gevecht in de vlackte van Belgrado, beginnende van 5 uren des smorgens, durende tot den 3 uren namiddagh, het Turcks leger soodanig geslagen wiert datter meer als 30.000 Turcken syn doot gebleven, waer over de vrolykheyt der borgerye soos was uytstekende als men oyt gesien heeft…”

Dit is een weergave van de feestelijkheden in Mechelen bij de inname van Belgrado tijdens een veldslag tegen de Turken door prins Eugenius van Savoye, de toenmalige landvoogd van deze gewesten.

“…Ten jare 1300 en de volgende jaeren heeft men tot Mechelen begonst de poelen te vullen in den Ham, het welck alsdan Nieulandt genaemt wirdt, ende is allenskens begonst bewoond te worden…”

Dit is een beschrijving over de huidevetterspoelen of putten in de Mechelse wijk Ham (uit “Chronycke van Mechelen”)

Andere werken

  • ”Deductie ende relaes van den staet ende conduite van die van de stadt ende provincie van Mechelen” – Leuven – 1770 [3]
  • ”Oudheden der stadt ende provincie van Mechelen, beginnende van de sesde eeuwe met sommige vermeerderinge tot verbeteringe der Mechelsche Cronycke begonst in druck te geven ten jaere 1747”. Joannes Baptist Vander Haert, Leuven (vermoedelijk 1776)
  • ”Kort beschrijf der stadt Loven” - wat geen echte geschiedschrijving was van Leuven maar een beknopte beschrijving van Leuvense straten en gebouwen.
  • ”Mémoires historiques sur la ville de Louvain” (titelomschrijving van Karel van Hulthem)
  • ”De beeldstormerij tot Mechelen, 1566” (bundel notities van G.D. de Alzevedo in samenwerking met Van den Nieuwenhuysen, Vivario, e.a.)

De naam van G.D. de Azevedo duikt ook op in het boek “Vier Mechelse geschiedkundigen” uit 1926 van Kanunnik Jaak Muyldermans (pag. 402)

Over stambomen

Gerards jongere broer Jozef was eveneens kanunnik bij de O.L.Vrouwekerk, maar alleen Gerard werd ook priester. Genealogische werken van deze Joseph-Felix-Anthoine-François de Azevedo Coutinho y Bernal zijn inmiddels ook online te raadplegen.

Varia

  • G.D. de Azevedo insinueerde niet dat Maarten van Rossum aan de oorsprong van Sint-Maartensvieringen of -liederen te zoeken is. De kroniekschrijver kloeg over verwarring tussen de heilige en die vooral sinds 1542 -'43 beruchte figuur (eventueel in persiflages). F.E. Delafaille en enige anderen leken zich wel te vergalopperen.[4]
  • G.D. de Azevedo verzette zich tegen hekeldichten van de Mechelaar Jan Baptist Rymenans in diens “Nieuwen Comptoir Plack-almanach”, doch verzoende zich met hem toen die in samenwerking met kanunnik Pattot en broeder Gregorius, bij het volgende jaar de almanak “Nieuw-Jaer-Gifte” uitbracht.
  • De Mechelse schilder Gillis Smeyers vereeuwigde G.D. de Azevedo op doek. Deze laatste liet van zijn overleden vriend en gedurende acht jaren huisgenoot, de Mechelse onderzoeker Cornelius Van Gestel, een portret schilderen en graveren.[5][6]

Beeldbank

Externe links

Bronnen

  1. Vandeputte, Omer. Gids voor Vlaanderen – Toeristische en culturele gids voor alle steden en dorpen in Vlaanderen p. 833. Lannoo (2007). Nagezien 2016-09-24.
  2. Groot begijnhof Mechelen. Wikipedia.
  3. Marc van de Wiele
  4. “Vervolgh der Chronycke van Mechelen, van den jaere 1529 tot 1555”, uitgegeven te Leuven, wordt indirect geciteerd in:
    Van Duyse, Florimond. Het oude Nederlandsche lied, Deel 2. Martinus Nijhoff, Den Haag; De Nederlandsche Boekhandel, Antwerpen (1905) (online: DBNL). "Uyt desen voorval is voortsgekomen dat de kinderen langhs de straeten jaerlijcks ontrent den Feestdagh van S. Marten plegen te roepen, onder andere de volgende woorden: “Marten van Rossem den ouden trawant”, etc.; maer de selve kinderen, ofte om beter te seggen, de ouders dese historie niet kennende, seggen als nu seer onvoorsichtelijck: “Sinte Marten”, etc., waer op men wel behoorde te letten"
  5. GHK Londerzeel
  6. (fr) Paquot, Jean Noël. Mémoires pour servir à l'histoire littéraire des dix-sept provinces des Pays-Bas de la principauté de Liège, et de quelques contrées voisines, Vol. 6 p. 340. Impr. Académique, Leuven (1765). Nagezien 2016-09-24.