Familie Jaye

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
Ga naar:navigatie, zoeken
English.gif A 17th century printers and publishers family in Mechelen

De familie Jaye was een drukkers- en uitgeversgeslacht in Mechelen, dat in de zeventiende eeuw de Mechelse boekproductie zou beheersen en quasi monopoliseren.

Hendrick (of Henricus) Jaye (15?? – 1643) was de als Henry Jaye opgegroeide banneling uit Londen die vanaf 1606 in Antwerpen aan de slag was gegaan als drukkersgast bij zijn landgenoot Richard Verstegen. Omwille van een te kritische geest ten opzichte van het Engelse koningshuis, werd Jaye door de aartshertogen, op vraag van Engeland, in de boeien geklonken. Nadat hij op vrije voeten was gesteld, hernam hij in 1607 zijn drukkersactiviteiten, aanvankelijk in Brussel maar vanaf 1610 te Mechelen, waar hij zich samen met zijn broers had gevestigd. Hij onderhield er nauwe contacten met de Engelse kolonie en vooral met de Engelse militaire commandant van de stad in Spaanse dienst, Sir William Stanley. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat Jaye zich vooral bezig hield met het drukken van Engelstalige werken. Het stadsbestuur van Mechelen beloonde Hendrick Jaye voor zijn ondernemingszin en gaf hem een aantal voorrechten en een jaarlijks pensioen. Aanvankelijk drukte Jaye dus Engelstalige edities maar in 1613 bezorgde hij de eerste editie van de ‍'Costumen usancien, ende styl van procederen der stadt, vryheyt, ende jurisdictie van Mechelen'‍. Mettertijd schakelde hij over op de uitgave van Nederlandse, Franse, Latijnse en Spaanse werken voor de lokale markt.

In Hendricks atelier werkte ook de drukkersknechten Godefroy Huet, die in 1622 een 'octrooi' kreeg om in Mechelen een eigen pers te starten maar buiten enkele werkjes zijn er daarna geen uitgaven van hem meer bekend. Op verzoek in 1639 van Hendricks zoon Robert Jaye (1615 – 1672) werd hem en zijn vader toegestaan een tweede drukkerij op te zetten doch het erbij gevraagde drukkersmonopolie te Mechelen werd geweigerd door de Grote Raad. Robert zag dan af van de extra drukkerij en ook zijn broer Peter (16?? – 1654), die een jaar later een eigen 'octrooi' had bekomen, bleef met hun broer Jan (of Jean, 1619 – 1690) in vaders drukkersatelier in het huis In de naam Jezus werken. Toen Hendrick in 1643 aan de pest overleed, zetten ze gedrieën met hun moeder, Christina Vanderzetten, de zaak verder. Peter was actief als boekhandelaar terwijl Robert en Jan de drukkerij bemanden. Een heleboel Jaye-edities uit die periode hadden een impressum dat verwees naar de weduwe van Hendrick Jaye, al werd een enkele keer ook Robert Jaye vermeld.

Na de dood van hun moeder in 1650 scheidden de drukkerswegen van Robert en Jan. Deze laatste bekwam in 1651 een eigen 'octrooi' en dat jaar verscheen zijn naam voor het eerst in een impressum. Zijn nabije nieuw adres ten huize Onze-Lieve-Vrouw-Boodschap in de Nieuwe Bruul werd pas in 1667 in een impressum opgenomen, zodat het niet evident is wanneer hij zijn aparte drukkerij had opgestart. De Leuvenaar Gijsbrecht Lints, een knecht in Jans atelier, huwde en verkreeg op Jans voorspraak in 1666 zijn 'octrooi' zodat hij een eigen drukkerij opstartte in de Befferstraat.

Robert Jaye overleed in 1672 en zijn atelier werd niet verdergezet. In 1690 stierf Jan Jaye en diens atelier werd overgenomen door zijn zonen Andreas (1653 – 1715) en Jan Frans (1666 – na 1734) maar de gloriedagen van het huis Jaye waren toen reeds achter de rug. Toen na de dood van hun concurrent Gijsbrecht Lints in 1708 het stadsbestuur een nieuwe drukker scheen te zoeken, werd de aanvraag van de Jayes tot bevestiging van privileges die vader en grootvader ooit hadden verkregen, door de Grote Raad geweigerd met als motief een sterk verouderde drukkerij als voor een typische boekhandelaar en niet in staat een nieuwe op te zetten.

Pas nadat Andreas Jaye was gestorven en wijl Jan Frans nog slechts sporadisch een pers gebruikte, zou in 1719 de Brusselse drukker Laurentius Vander Elst een geschikte opvolger van Lints worden.[N 1].

Externe links[bewerken]

Bronnen[bewerken]

Voetnoten[bewerken]

  1. Volgens de bron i.v.m. Soirée Lamot, zou Jan Frans Jaye in 1719 nog nauwelijks de Jaye-pers benut hebben en gestorven zijn 'na 1734', en werd in 1735 "de wissel tussen Jaye en vander Elst bekroond met de toekenning van de titel van stadsdrukker – doorgegeven van vader op zoon van Hendrik tot Jan Frans Jaye – aan Laurentius vander Elst." maar het Magistraat (= stadsbestuur) vond "pas in 1719 [...] met [...] vander Elst een geschikte opvolger van Lints" en het was na diens dood in 1708 dat de zoektocht begon. Het is Mechelen Mapt onduidelijk wanneer Jan Frans Haye dan wel Lints 'stadsdrukker' was, hoe de titel van de ene naar de andere zou gegaan zijn, en wat Vander Elst dan in 1719 resp. 1735 had bekomen.