Eerste Wereldoorlog in Mechelen

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
Ga naar:navigatie, zoeken
English.gif World War I in Mechelen
De vlucht (brons 1923, Theo Blickx)
Schuttersvest

In 1914 rolde de Eerste Wereldoorlog over Europa. Ook Mechelen werd niet gespaard.

Geschiedenis

Oorlogsverklaring en mobilisatie

Na de oorlogsverklaring aan België en de schending van de grondwettelijke Belgische neutraliteit door het Duitse Keizerrijk, boden vele burgers zich aan als vrijwilliger bij het Belgische Leger – Het inlijvingsbureau was in 'De Beyaert', reeds van de Posterijen maar nog net voor de Stad haar diensten naar de nieuw opgetrokken Keldermansvleugel verhuisde. Op tal van plaatsen raakte de bedrijvigheid gestaakt, wat leidde tot werkloosheid. Ook de burgerwachten werden opgeroepen (2 augustus 1914) om spoorwegen, stations en omliggende dorpen te bewaken. De kazerne het Klein Kwartier (de latere Dossin) deed dienst als wapendepot.

Aanvalsstrategie

Nadat de Duitse strijdkrachten van Keizer Wilhelm II Brussel waren binnengetrokken op 20 augustus 1914 volgden er zware gevechten met de Belgische troepen in Aalst, Dendermonde, Charleroi en Mechelen. Dit met de bedoeling om door te stoten en het bruggenhoofd Antwerpen en de Antwerpse fortengordel in handen te krijgen (het Von Schlieffen-Von Moltke-plan).

Een week later (27 augustus 1914) werd er een tweede offensief gelanceerd tegen Mechelen, waarbij de Duitsers een 20.000-tal soldaten inschakelden. Mechelen werd toen voor het eerst gebombardeerd wat ertoe leidde dat bijna iedereen de stad ontvluchtte richting Duffel, Lier, Antwerpen en Nederland. Ook de gruwelverhalen uit onder andere Aarschot, Leuven en Zemst[1] deden velen wegvluchten. De geestelijkheid verliet, op dat ogenblik, de stad Mechelen en onder meer hulpbisschop monseigneur De Wachter werd een troost voor de vele vluchtelingen.

Enkele dagen daarvoor was koning Albert I de troepen nog komen schouwen en beklom deze de Sint-Romboutstoren om de Duitse troepen te observeren, die langs de Leuvensesteenweg oprukten.

De bedoeling van de gevechten rond Mechelen was om de forten van Walem,[2] Sint-Katelijne-Waver en Koningshooikt uit te schakelen. Deze forten rond Antwerpen vielen op 30 augustus 1914, na drie dagen van bombardementen.

Een maand later (29 september 1914) vernietigden de verdedigers van het fort van Walem (en ook die van het fort van Breendonk) hun basissen zodat de Duitse troepen ze niet konden gebruiken bij de voorlopige terugtocht van de Belgische troepen. Op diezelfde dag lagen ook Lier, Duffel, Tisselt, Londerzeel en Heist-op-den-Berg onder een bommenregen.

Bombardementen op de stad

In het begin van de Eerste Wereldoorlog werd de Mechelse binnenstad zwaar bestookt. Hierdoor werd een groot gedeelte van de historische gebouwen op en nabij de IJzerenleen in puin gebombardeerd. Niet enkel het geboortehuis van de familie Denyn moest eraan geloven,[3] maar ook werd het Schepenhuis beschadigd (brand op 4 juli 1914 en beschietingen in augustus en september van datzelfde jaar).[4] Op dat ogenblik was het Mechelse stadsarchief hierin ondergebracht.

Van het voormalig huis van de Gilde van de Handboog, dat als roepzaal werd uitgebaat door de familie De Blauw,[5] bleef enkel de gevelmuur met het beeld van Sint-Rombout overeind en het reusachtige uurwerk aan de Sint-Romboutstoren werd zwaar beschadigd. Ook 'De Beyaert' en het Hof van Busleyden leden onder de beschietingen,[6] net zoals café 'De Pekton'.

Vluchtelingen

Van de vele vluchtelingen tijdens de eerste bombardementen keerden er ongeveer tweederde terug naar Mechelen en voor hen braken jaren van hongersnood aan. Anderen vonden tijdens de oorlogsjaren een veilig onderkomen in opvangkampen of bij particulieren in Nederland (waaronderAlfred Ost),[7] verscheepten naar Engeland (zoals Jef Denyn)[8] of gingen richting Frankrijk.

Spionnen

Tijdens de oorlogsjaren krioelde het in Mechelen van spionnen.[9] Niet enkel het Arsenaal maar ook de treintransporten werden in het oog gehouden, genoteerd en doorgegeven aan de geallieerden (Britse militaire attachés in Rotterdam en Den Haag). Enkele namen van Mechelse spionnen waren Théodore Fisch, Ernest Schoensetters en Constance Naegels.[10]

Kardinaal Mercier

Kardinaal Mercier, die tijdens de eerste oorlogsdagen was gevlucht, keerde al snel na de overgave van België terug naar Mechelen. Hij stak, gedurende de oorlogsjaren, niet enkel de Mechelaars en Belgen een hart onder de riem met een herdelijke brief maar riep ook op tot herstel van de zwaar beschadigde Sint-Romboutskathedraal. Tevens hekelde hij de gedwongen arbeid van Belgen in Duitsland.

Kardinaal Mercier lag overhoop met de Vlaamse Beweging, die middelbaar en hoger onderwijs in het Nederlands wou, door zijn levenslang volgehouden overtuiging dat het Frans voor cultuur zowel als voor wetenschappen intellectueel superieur was. Zijn verzet tegen de vernederlandsing van de Gentse universiteit[N 1] bracht hem vooral lijnrecht tegenover de Activisten, die op inwilliging van Vlaamse eisen hoopten door met de Duitsers samen te werken.

Terwijl de Belgische regering in Le Havre zat en koning Albert I aan de IJzer, was Mercier, aristocratisch en francofoon, de enige nationale gezagsdrager.[11]

Karel en Francis Dessain en Van Hoorenbeeck

Ook de katholieke burgemeester-senator Karel Dessain en zijn broer Francis vluchtten tijdens de eerste bombardementen, doch keerden snel terug waarna ze, zo goed als mogelijk, de teugels in handen probeerden te houden. De herderlijke brief van Kardinaal Mercier bracht Karel Dessain wel in moeilijke schoentjes, wat ertoe leidde dat Karel Dessain in 191, werd gearresteerd en gedeporteerd naar Duitsland om een voorbeeld te stellen. Tot aan zijn overlijden in 1917 werd schepen Victor Van Hoorenbeeck dienstdoend burgemeester en daarna opgevolgd door schepen Hertsens.

Alle burgervaders tijdens de oorlog deden er alles aan om de meeste Mechelaars de oorlogsjaren zo goed mogelijk te laten doorkomen (voedselhulp, verplichte arbeid voor werklozen aan openbare werken zoals het (toenmalig) stedelijk zwembad, enz.)

Mechelse weeskinderen werden tijdens de oorlog opgevangen en onderwezen in de villa 'De 13 eiken' in Bonheiden en in 1916 werd de Mechelse tak van de vereniging ‍'Volksopbeuring'‍ opgericht.[12]

Einde, herdenking

De wapenstilstand van 11 november 1918 maakte een einde aan de Eerste Wereldoorlog.

In 1923 beeldhouwde de Mechelse schilder-beeldhouwer Theo Blickx het beeld 'De vlucht', geplaatst aan de Schuttersvest, als herinnering aan de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog. Ook het 'Monument der Weggevoerden' uit 1921 aan het Ontvoeringsplein, het 'Monument voor de gesneuvelden' uit 1924 op het Sint-Romboutskerkhof en het 'Huldemonument voor de gesneuvelden' uit 1929 op de begraafplaats in de Ziekebeemdenstraat laten de toeschouwer die donkere periode gedenken.[13]

In 2012 werd de rol van Kardinaal Mercier belicht tijdens de Erfgoeddag met de tentoonstelling 'Heldendom in rode soutane'.[14]

In 2014 bestond de herdenking onder meer uit de musical "14-18" (georkestreerd door Studio 100) en het muzikaal en visueel project "Oorlog aan de Dijle" (dat een samenwerking was van Rotary Club Mechelen, Opsinjoor, Geert Clerbout, Fernand Verreth, het vocaal ensemble CantusAmici en het orkest Chapelle de Lorraine, o.l.v. Urbain Van Asch).

Naslagwerken

In 2012 verscheen het boek van historicus en historisch documentairemaker Geert Clerbout over deze Mechelse geschiedenis.[15] Hierin kreeg de lezer een kijk op het dagelijks leven onder de bezetting, het verzet en activisme, en de tol van de oorlog.

Ook in de 'Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen' (boekdeel CXII uit 2008) werd de Eerste Wereldoorlog in Mechelen behandeld.

Extra

Na de Eerste Wereldoorlog werd de Kruidtuin toegankelijk voor het grote publiek.[16]. Het Mechelse meubel beleefde opnieuw een periode van hoogconjunctuur. De Katholieke Partij bekwam de quasi absolute leiding van de stad; van 1830 tot 1914 was het Mechelse gemeentebestuur constant betwist tussen Katholieken en Liberalen.

Externe links

Filmlinks


Bronnen

Voetnoten

  1. In oktober 1916 werd het Nederlands ingevoerd aan de Gentse universiteit. Dat aspect viel weg met de afloop van de 'Grooten Oorlog' en zou er pas in 1930 definitief komen.