Berthe Seroen

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
Ga naar:navigatie, zoeken
English.gif Musician from Mechelen
Conservatorium in Mechelen

Berthe Seroen, geboren te Mechelen op 27 november 1882 en overleden te Amsterdam op 17 april 1957, was een zangpedagoog en zangeres. Ze gaf zangles aan het Rotterdamse (vanaf 1927), Amsterdamse (vanaf 1937) en Utrechtse conservatorium.[1]

Begin carrière

Berthe Seroen volgde muzieklessen in het Mechels Stedelijk Conservatorium en debuteerde tijdens een huldeconcert voor de Mechelse componist en conservatoriumdirecteur Gustaaf van Hoey. Na studies aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel, o.l.v. mevrouw Cornelis-Servais, Henri Séguin en Dyna Beumer, debuteerde Berthe Seroen als gastzangeres bij de Koninklijke Vlaamse Opera in Antwerpen. Hier zou Berthe Seroen een tijdje blijven, maar tussendoor zong ze ook in de Koninklijke Muntschouwburg in Brussel (vooral Wagnerrollen).

In 1909 richte Berthe Seroen een privé-zangschool op te Mechelen en organiseerde concerten.

In 1914 echter vluchtte Berthe Seroen, omwille van de Eerste Wereldoorlog, naar Nederland, waar ze huwde met de architect Gerard Mastenbroek. Hier schakelde Berthe Seroen over van operazangeres naar liedjeszangeres.

Nederland

Berthe Seroen liet het Nederlandse publiek kennis maken met toen nog niet erg bekende muziekwerken van Franse en Vlaamse componisten en werd ze, door haar subtiele uitvoeringen, alzo een propagandiste van deze nieuwe meesters. [2]

Berthe Seroen werkte onder de begeleiding van de Nederlandse componist en dirigent Evert Cornelis. Deze samenwerking duurde een veertien jaren en leidde, met de Seroen-Cornelisavonden (liederenrecitals), [3] tot een groot succes. Deze recitals lieten het Nederlandse publiek kennis maken met werken van Ernest Chausson, Gabriel Fauré, Claude Debussy, Maurice Ravel en Les Six.

In 1917 vertolkte Berthe Seroen “La Veille”. Dit was één van de vier anti-oorlogsliederen die geschreven waren door de Nederlandse componist Matthijs Vermeulen op een gedicht van François Porché (fr). [4]

Ook was er een intense briefwisseling tussen Berthe Seroen en de Nederlandse componist Alphons Diepenbrock [5], werd Berthe Sioen geregeld begeleid door de Nederlandse pianosoliste Anny Mesritz van Velthuysen [6] en werkte zij samen met de Nederlandse componist Willem Pijper. En het was de Nederlandse componist Piet Ketting die geregeld een werk opdroeg aan Berthe Seroen. [7]

Huisconcerten

Als reactie, tijdens Wereldoorlog II, op het verbod van de Nazi’s om, in Amsterdam, nog langer muziek van Joodse componisten (Felix Mendelssohn, Max Bruch en Gustav Mahler) ten gehore te brengen organiseerde Berthe Seroen en haar leerlingen een reeks huisconcerten. Ook Franse en Russische muziek vielen onder dat verbod. [8]

Leerlingen

Berthe Seroen had een heleboel leerlingen, waarvan sommigen een internationale carrière uitbouwden. Bij deze vinden we namen van de Nederlandse sopraan Erna Spoorenberg (en), de Vlaamse zangeres Jenny Gilliams, de Nederlandse mezzosoprane Elisabeth Cooymans [9], de Nederlandse altzangeres Annie Delorie, de tenor Frans Vroons [10] en Saar Bessem [11]

Eén van Berthe Seroens leerlingen was Ellen de Thouars, die ooit nog te zien was in de Nederlandse kindertelevisiereeks Swiebertje als barones. [12]

Uitvoeringen

Andere opgemerkte rollen waren Antonia (Hoffmanns vertellingen), Desdemona (Othello), Reinhilde (Herbergprinses van Blockx), de titelrol in Gilsons Prinses Zonneschijn, Pamina (De Toverfluit), Eva (De Meesterzangers) en Agathe (De Vrijschutter).

Literatuur

  • ”Het leven van een zangeres – Berthe Seroen” – G.G.A. Mastenbroek – 1983
  • ”Nederlandse liedzangers van toen” – Ank Reinders - 1988

G.G.A. Mastenbroek was de stiefzoon van Berthe Seroen. Dit werk is in het bezit van het Nederlands Muziek Instituut (NMI).[16]

Externe links

Bronnen

Voetnoten