Begijnhof

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
Ga naar:navigatie, zoeken
English.gif Beguinage in Mechelen

Bezig met het laden van de kaart...

Begijnhoven (Mechelen)

Het Begijnhof in Mechelen is Unesco Werelderfgoed en omvat omheen de Begijnenkerk het Groot Begijnhof. Aan de overzijde van de Sint-Katelijnestraat achter de Katelijnekerk bevindt zich het Klein Begijnhof.

Geschiedenis[bewerken]

Het vroegst bekende begijnenhuis te Mechelen, in het begin van de 13e eeuw, was in de huidige Begijnenstraat tussen de Sint-Romboutskathedraal en de Dijle. Daar verenigden godsvruchtige vrouwen zich om samen in afzondering te leven, vrij van elke kloostergelofte. Kort erop vestigden ze zich rondom een godshuis in de buurt Kanunnik De Deckerstraat - Heembeemd, later gekend als het Klein Begijnhof.

In 1259 gaf de bisschop van Kamerijk hen de toelating om zich buiten de stadmuren van Mechelen te vestigen. Het nieuwe begijnhof dat zo ontstond, bevond zich naar men aannam ter hoogte van de huidige driehoek Oscar van Kesbeeckstraat, Afleidingsdijle en Maurits Sabbestraat, nabij de huidige Begijnenweiden. Echter toonde een archeologisch vooronderzoek naar aanleiding van het ten zuiden van de N16 geplande parkeergebouw op de voormalige Intercom / Electrabel  /Eandissite (vooralsnog Fluvius) medio 2019 aan, dat dit begijnhof eveneens een flink eind verder westwaarts had gelegen, tot bij de Elektriciteitstraat.[1] Meer dan ooit is het duidelijk waarom het als het grootste in de Nederlanden is beschouwd. Het werd vanaf 1286 een autonome parochie en kreeg in 1295 haar eigen statuten. Er verbleven tot vijftienhonderd begijnen; zieken en ouderen evenwel op het Klein Begijnhof.[N 1]

De gouverneur van Mechelen liet in 1578 alle gebouwen rondom de vesten platleggen om een verwachte belegering door de Spanjaarden te bemoeilijken. De begijnen vestigden zich noodgedwongen binnen de stadsmuren. In 1595 mochten ze een toen nog amper benut gebied in gebruik nemen; dit werd het Groot Begijnhof: kleine begijnenwoningen, conventen en schilderachtige beluikjes achter kleine poortjes.

Conventen[bewerken]

De term convent, van het Latijnse conventus of samenkomst, doelde aanvankelijk op een vergadering van monniken maar werd later minder specifiek gebruikt voor al dan niet religieuze vergaderingen. Aldus kreeg het ook de betekenis 'klooster' en die van al dan niet in een begijnhof gevestigde gemeenschappelijke begijnenwoning, in tegenstelling tot de individuele begijnenhuizen als in beluiken. Meestal werd hetzij daartoe een nieuw gebouw opgetrokken, hetzij begijnenhuizen hergebruikt die ten behoeve van armere begijnen aan het begijnhof waren nagelaten.

Aan de oprichting werd meestal een stichtingsgeld verbonden om geruime tijd te voorzien in de elementaire behoeften als vlees, soepgroenten en brandstof voor verwarming en verlichting. Een regel werd opgesteld waarin de voorwaarden tot intrede en de leefregels van het convent. Het toezicht kwam aan een meesteres, die ook de taken verdeelde. In een begijnhof legde zij dan zelf gehoorzaamheid af aan de grootmeesteres van dat hof.

Beluiken[bewerken]

De meeste beluiken bestonden uit gelijkvormige rijhuisjes met een erg beperkt wooncomfort. Het groeiend aantal fabrieksarbeiders in het begin van de 19e eeuw had voor een nijpend huisvestingsprobleem gezorgd. In de industriegebieden werden honderden arbeidswoningen opgetrokken. Om aan de lasten van een te hoge huishuur te ontsnappen, werd door de arbeiders uitgekeken naar de goedkoopste woningen. Rond de fabrieken schoten dergelijke huisjes als paddenstoelen uit de grond. De meeste van deze woningen hadden slechts één plaats op het gelijkvloers die dienst deed als keuken-, woon- en slaapkamer. Sommige hadden een verdieping, toegankelijk met een ladder. De huurkosten bedroegen gemiddeld 9 procent van het gezinsbudget.

Galerij[bewerken]

Het begijnhof op een oude foto

Filmlinks[bewerken]

Kunst in het Mechels begijnhof
Maurus Moreelsroute
Mechelen Begijnhof in 1977


Externe links[bewerken]

Bronnen[bewerken]

  1. Resten gevonden van voormalig Groot Begijnhof bij ontwikkeling Fluviussite. Greet Geypen (schepen van o.m. Ruimtelijke Ordening, Stadsvernieuwing en Monumentenzorg) (2019-06-04). Nagezien 2019-06-11.

Voetnoten[bewerken]

  1. Meteen nadat de grote groep buiten de vest trok al vermeld in 1260 als "Domus debilium beghinarum". Dit gesticht werd onafhankelijk van het buitenmuurse begijnhof in 1295. De term 'Klein Begijnhof' komt pas na 1650 voor.