Arme Clarenstraat
Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
| |
De Arme Clarenstraat in Mechelen is een smalle verbindingsstraat tussen de Melaan en de Nieuwe Begaardenstraat. Oorspronkelijk werd deze straat de "Mosstraat" genoemd en eindigde aan de Oude Melaan . Vanaf de 16de eeuw kreeg deze straat haar huidige benaming naar de Arme Claren die zich in 1501 aan de Melaan vestigden. In 1509 werd de Mosbrug gebouwd en de straat doorgetrokken tot aan de Nieuwe Beggaardenstraat.
Hier was in de jaren '70 van de twintigste eeuw café De Zolder gevestigd.
Het straatje heeft er jaren verwaarloosd bijgelegen, maar sinds enkele jaren zijn er nieuwe woningen gebouwd die met hun tuin (en garage) grenzen aan het Straatje zonder eind.
Op de hoek van de Arme Clarenstraat en de Melaan vinden we een Mariafiguur met Kind aan de gevel. Meer detail te zien in de rubriek : Beelden in de Stad
Geschiedenis van de Arme Claren
In 1286 verkreeg de Heilige Clara van Paus Gregorius IX het Privilegie der Armoede, waarin de Clarissen werden opgedragen zich van elke vorm van persoonlijk bezit te ontzien. Vandaar trouwens de naam Arme Claren. Aan het eind van de 13de eeuw (1286) echter werd door Paus Urbanus IV aan de Clarissen een verzachtende regel opgelegd, waardoor het hen voortaan was toegestaan eigen goederen te bezitten en de opbrengst ervan te innen. Hun naam werd veranderd in Rijke Claren of Urbanisten. Als reactie op de versoepeling van de regel, die door paus Urbanus IV aan de Clarissen was opgelegd, startte Colette Boëllet uit Corbie in het begin van de 15de eeuw vanuit Bourgondië haar grote hervorming, waarmee zij het herstel van de oude en strenge Clarissenregel, die was uitgevaardigd door Paus Gregorius IX, voor ogen had. Hoewel het Klooster der Arme Claren pas werd opgericht in het tweede kwart van de 15de eeuw (1443), heeft het niettemin in de late middeleeuwen een belangrijke invloed uitgeoefend op tal van andere vrouwenkloosters in de Nederlanden. Het klooster, dat reeds in 1428 door Schepenen en de Paus de goedkeuring tot oprichting had verkregen, werd in 1443 door Colette omgevormd tot een abdij waarin het leven in volstrekte armoede als belangrijkste streefdoel gold. De Clarissen zelf kwamen onder meer uit Auxerre, Poligny en Hesdin.