Rombout Keldermans II

Uit Mechelen Mapt, het vrije naslagwerk over Mechelen
(Doorverwezen vanaf Anthonis Keldermans II)
Ga naar:navigatie, zoeken
English.gif Famous architect from Mechelen
Rombout Keldermans II

Rombout Keldermans (Mechelen, ± 1460 – Antwerpen, 15 december 1531) was een telg uit een beroemd geslacht dat verscheidene ambachten uitoefende die bij het bouwen dienstig waren. In het kader van de Brabantse gotiek was hij een der meest befaamde bouwmeesters.

Hij wordt Rombout Keldermans II genoemd om hem te onderscheiden van zijn gelijknamige grootoom. Ook de schrijfwijze Rombout II Keldermans wordt veel gebruikt en 'Rombout II Van Mansdale, gezegd Keldermans' en varianten slaan op dezelfde persoon. Zoals zijn overgrootvader Jan Keldermans II, zijn grootvader Andries I en ook zijn vader Antoon I voor hem, was hij stadsarchitect van Mechelen en werd aldus opgevolgd door Laurens Keldermans II, de zoon van zijn broer Antoon Keldermans II.

Rombout Keldermans II ontwierp de plannen voor te Mechelen onder meer:

In het huidige Nederland was hij samen met zijn vader betrokken bij de bouw van de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Veere en het Markiezenhof in Bergen op Zoom. Eigen werken zijn onder meer de Sint-Jacobuskerk in Steenbergen, het kasteel van Schoonhoven (beide gesloopt) en het stadhuis van Culemborg.

Met Domien de Waghemaekere werd hij rond 1500 belast met het ontwerp voor het nieuwe Gentse stadhuis en werkte hij te Antwerpen in 1521 aan het Steen bij de Jordaenskaai en in 1525 aan het schip van de Sint-Jacobskerk.[1] Uit de periode 1522 - '25 is het ontwerp van de celestijnenhoeve en -priorij te Heverlee, toegeschreven aan Rombout Keldermans II.[2]

Hij was ook de persoonlijke architect van keizer Karel V door wie hij in 1516 in de adelstand werd verheven.

De familie Keldermans[bewerken]

Bij veel middeleeuwse gebouwen daagt de naam Keldermans op. Het betreft hier niet één architect maar een Mechels geslacht waarvan velen uit een 7-tal opeenvolgende generaties een aan bouwkunst verwante stiel beoefenden. Hun ware familienaam was Van Mansdale maar 'stamvader' Jan Keldermans I droeg naar zijn huis ‍'t Kelderken‍ een toenaam die voor de eeuwigheid beklijft. De meesten schenen het niet bijster op prijs te stellen en bleven als 'Van Mansdale' ondertekenen (Rombout II wel als Keldermans) maar linies afstammelingen heetten Kelderman of Keldermans. Soms noemde men hen 'Keldermans van Mansdale'. Men kon met de jaren bij een verschillend ambacht komen en het onderscheid naargelang de bouwstad werd in beschrijvingen en terminologie na de Keldermansenperiode vager, aldus hieronder niet gegarandeerd accuraat; zelden staan er alle kinderen van een ouder.

  • Jan Keldermans I of de Oude(re) (± 1345 – 1425) was steenhouwer in het hertogdom Brabant. In het Brusselse had hij al mooie balustrades gekapt toen hij in 1377 aangezocht werd om de nieuwe vleugel van het Mechelse Schepenhuis te decoreren : Een eerste reeks kraagstenen voor de bovenzaal werd toen vanuit zijn Brusselse atelier geleverd. Zijn latere elf (oorspronkelijk na het kappen gepolychromeerde) kraagstenen uit 1384 -'85 beneden, stellen Abrahams moordpoging, Noachs roeswraak en 9 vermaarde heldenfiguren voor. In opdracht van het stadsbestuur vervaardigde hij gedurende de periode 1391 tot 1398 (met nog een handeling in 1416) het mausoleum in de Sint-Romboutskathedraal voor Frank van (of Franco de) Mirabello (zoals zijn sinds 1308 te Mechelen opererende machtige bankiersfamilie toegenaamd Van Halen) en diens echtgenote Maria van Gistel. Frank van Halen had voor de Engelse Kroon de Fransen bevochten en was ridder in de Orde van de Kousenband (1360) en een soort stadsgouverneur (ruwaard of Engels ambassadeur) geweest; slechts enkele bewaarde fragmenten van Jan van Mansdales meesterwerk overleefden de Franse tijd —‍ honi soit qui mal y pense.[3]
    • Jan Keldermans II (1375 – 1445) was een zoon van Jan Keldermans I en meester der metselarijen, vanaf 1427 als stadsarchitect van Mechelen— de vroegste architect van het geslacht.
      • Andries Keldermans I of de Oude(re) (1400 – ≥ 18 februari 1499, allicht ± 1500) was een (oudste?) zoon van Jan Keldermans II en combineerde de architectuur met de beeldhouwkunst. Hij was stadsarchitect van Mechelen. Hij is onder andere als "Andreas Mansdale alias Kelderman filius quondam Johannes" vermeld.
        • Anthonis Keldermans I of de Oude(re) (± 1440 – Mechelen 15 oktober 1512) was een (oudste?) zoon van Andries I en net als die combineerde hij de architectuur met de beeldhouwkunst. Hij volgde hem op als stadsarchitect van Mechelen.
          • Anthonis Keldermans II of de Jonge(re) (? – Mechelen 5 december 1515) was een (oudste?) zoon van Anthonis I. Ook hij volgde zijn vader op als stadsarchitect van Mechelen, waarna hij hofarchitect van keizer Karel V werd.
            • Laurens Keldermans II of de Jonge(re) (? – 1534) was een zoon van Anthonis II en volgde oom Rombout Keldermans II op. Hij was wellicht de eerste Keldermans die renaissance-invloeden gebruikte.
            • Johan Keldermans (? – ?) was een zoon van waarschijnlijk wijlen Anthonis II en architect te Mechelen. Jan Keldermans I, II, III en/of IV werden ook Johannes genoemd maar blijkbaar is deze Johan niet als V gekend en niet hij kreeg volgnummer IV.
              • Marcelis Keldermans (Mechelen ± 1500 -'05 – Utrecht april 1557) was een zoon van Johan en steenhouwer (met steenhandel en -houwerij) en bouwmeester in Utrecht en Gelderland — de laatste architect Keldermans. (Ook Mercelis genoemd, zo is een dochter Elisabeth Mercelisdr Keldermans vermeld als echtgenote G. W. van Remundt, en in of na 1552 ook bouwmeester oft ingeniaire)
                • Amelia Keldermans (7 januari 1535 – 8 april 1603) was een dochter van Marcelis en de echtgenote van Hendrick van Noort (? – ≥ 1582), zoon van stadsbouwmeester van Utrecht Willem en hijzelf stadsbouwmeester 1558 - '82 van Utrecht.[4] Zij hertrouwde in 1585.
          • Rombout Keldermans II of de Jonge(re) (Mechelen ± 1460 – Antwerpen 15 december 1531) was een (tweede?) zoon van Anthonis I. Ook hij was stadsarchitect van Mechelen en hoofd hofarchitect voor keizer Karel V. Zie vooralhierboven.
            • Jan Keldermans IV (florerend rond 1537) was een zoon van Rombout II en wever. Zo diende hij te Breda voor (allicht wandtapijten in) het tot renaissancepaleis ongevormde kasteel, 4 jaar lang 14 getouwen satijn of fustein, een stof met een linnen schering en een katoenen inslag, te laten werken. Jan IV verkocht echter zijn huis in die stad toen al na anderhalf jaar zijn opdrachtgever stierf, welke voordien zijn paleis op de Koudenberg had laten verbouwen en een gouverneur over de jonge Karel V en raadsheer en opperkamerheer van de keizer was geweest: graaf Hendrik III van Nassau. Diens neef Willem van Oranje zag in 1544 het dan nog onvoltooide paleis van Breda en verbleef er de eerste jaren veel; in 1555 trouwens op dat te Brussel.[5]
          • Kathelijne Keldermans (? – ?) was een dochter van Anthonis I en de echtgenote van Michiel Ywijns, die beeldhouwde voor stadhuizen waarvan haar vader bouwmeester was geweest.
        • Matthijs Keldermans II of de Jonge(re) (florerend vanaf 1478) was een (tweede?) zoon van Andries I en beeldhouwer en bouwmeester (o.m. van 1507 der stad Leuven).[6] Hij werkte ook aan de Brusselsepoort in Mechelen en verzorgde de bouw van een doksaal in de kerk van Brecht.[7]
          • Laurens Keldermans I of de Oude(re) (florerend in 1485) was beeldhouwer en zou een zoon van Matthijs II geweest zijn.[8] Een andere bron noemt evenwel slechts Andries (III), Antoon, Maarten, Roeland, Matthijs (III), Jan (secretaris ordinaris in de Grote Raad van Mechelen) en Barbele, wijl slechts deze Andries en Matthijs in vaders voetsporen traden.[7]
          • Andries Keldermans III (overleden na 1540) was een zoon van Matthijs II en had althans als beeldhouwer dezelfde stiel. Hij kapte vooral stenen tabernakels, zogeheten sacramentshuizen. Ook was hij een van degenen die na brandschade van 1533 de laatgotische baldakijnen en consoles houwden voor het doksaal van de Antwerpse Onze-Lieve-Vrouwekathedraal.[7][9]
          • Matthijs Keldermans III (overleden 1526 of '27) werd bouwmeester van Leuven zoals zijn vader Matthijs II en stond in voor de toren van de collegiale Sint-Pieter-en-Sint-Guidokerk te Anderlecht.[7][10]
        • Andries Keldermans II of de Jonge(re) (? – ?) was een (derde?) zoon van Andries I.
      • Jan Keldermans III (? – ?) was een (tweede?) zoon van Jan Keldermans II en steenhouwer (hedendaags: beeldhouwer).
      • Rombout Keldermans I of de Oude(re) (1420 – 1489) was een (derde?) zoon van Jan Keldermans II en glasschilder. Zo leverde hij in 1475 - '76 als gift van het echtpaar Godfried van Vilain en Elisabeth van Immerseele voor de Sint-Gummaruskerk in Lier een merkwaardig raam dat onder meer de schenkers en de heiligen Gommarus en Rombout afbeeldt.[11]
      • Matthijs Keldermans I of de Oude(re) (? – ?) was een (vierde?) zoon van Jan Keldermans II en beeldhouwer.

Bronnen[bewerken]

  1. Bulletin van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, Vol. 10 p. 48; 62. Ministerie van Openbaar Onderwijs; Secretariaat Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, Brussel (1959). Nagezien 2016-10-31.
  2. Celestijnenhoeve en priorij. Inventaris Onroerend Erfgoed. Onroerend Erfgoed, Vlaamse Overheid. Nagezien 2016-10-31.

  3. (en) Bedos-Rezak, Brigitte Miriam (ed.); Rust, Martha Dana (ed.). Charisma: Image, Text, Object in Byzantium and the Medieval West. (pp. 223 –‍226). Brill, Leiden & Boston (2018). Nagezien 2019-02-24: p. 223, p. 226.
    • De Rock, Jelle. Beeld van de Stad –‍ Picturale voorstellingen van stedelijkheid in de laatmiddeleeuwse Nederlanden (Pdf) p. 130 voetnoot 50. Universiteit Antwerpen (2011) (online: UGent). Nagezien 2019-02-24.
    • Duverger, J.. Mansdale (alias Keldermans), Jan van. Nationaal Biografisch Woordenboek deel 8 p. 467 –‍469. Koninklijke Academië‍ n van België‍, Brussel (1979). Nagezien 2019-02-24.
    • Van Dinther, Nico. Familie van Mirabello uit Asti (Pdf). auteurswebsite (2012). Nagezien 2019-02-24. —‍ inclusief afbeelding van het vernietigde grafmonument p. 6.
  4. Gebrandschilderd raam met alliantiewapen Van Noort-Keldermans. Centraal Museum, Utrecht. Nagezien 2016-10-30.

  5. • Van Wezel G.W.C.. Het paleis van Hendrik III, graaf van Nassau te Breda p. 76. Waanders, Zwolle; Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist (1999); Online: Dbnl (2011). Nagezien 2016-10-31.
    • Klinkert, Wim. Een Bredase grand seigneur - Prins Willem van Oranje en Breda. Online: door prof. dr. Wim Klinkert op Academia. Nagezien 2016-10-31.
  6. Blok, P.J.; Molhuysen, P.C. et al.. Keldermans, Matthijs. Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek, Vol. II. A.W. Sijthoff, Leiden (1912); Online: Dbnl (2008). Nagezien 2016-10-29.
  7. 7,0 7,1 7,2 7,3 Van der Jeught, Franç‍ ois; Minnen, Bart; Van Eldere, Dirk. Een doksaal of een sacramentshuis van Andries III Keldermans in de Sint-Jan-de-Doperkerk van Werchter (1520 of kort daarna)? (Pdf). Academia. Nagezien 2019-02-23. (download via academia)
  8. (en) Laurens I Keldermans. Geni of MyHeritage Ltd (2015). Nagezien 2019-02-23.
  9. Baisier, Claire. De documentaire waarde van de kerkinterieurs van de Antwerpse school in de Spaanse tijd p. 22, 27. KUL (2008). Nagezien 2019-02-23.

  10. Kasteelverhalen / Castle stories 3. KUL. Nagezien 2019-02-23.
    Ukkel / Vorst / Sint-Gillis / Anderecht –‍  Collegiale Sint-Pieter-en-Sint-Guido (Pdf). Open Monumentendagen –‍  Stijlen gerecycleerd –‍  17 & 18 sept. 2016 p. 79. Brussel Stedelijke Ontwikkeling (Brussels Gewest). Nagezien 2019-02-23.

  11. Beknopte geschiedenis van het Vlaamse kunstglasraam. Vlaanderen, jg. 20 p. 8. Christelijk Vlaams Kunstenaarsverbond, Roeselare (1971). Nagezien 2016-10-31.
    Lier, Sint-Gummaruskerk interieur, inventarisnr. SLI001021748. Erfgoedcel Kempens Karakter. Nagezien 2016-10-31.

Voetnoten[bewerken]